Recensie —

Bouwmeesters van de tussentijd, het ontstaan van een nieuw vakgebied

Marieke Hillen

Twee weken geleden maakte Frits van Dongen bekend dat hij terugtreedt als Rijksbouwmeester. In zijn verklaring zegt Van Dongen dat “hij meer tijd wil besteden aan zijn architectenbureau en daarbij ook samenwerkingsrelaties aan wil gaan met grote bouwpartijen”. Op de tafel voor mij ligt het te recenseren Vacancy Studies, experimenten en strategische interventies in architectuur van RAAAF. Het zijn ogenschijnlijk twee op zichzelf staande zaken, maar niets is minder waar.

Pagina uit besproken boek: installatie Project Secret Operation, foto Raymond Rutting.

Krap twee jaar na zijn aantreden stelde Van Dongen in Nieuwsuur (20/09/13) dat ‘we – Nederland (red.) – zijn uitgebouwd’. Hij positioneert zichzelf in dit item als eerste niet bouwend Rijksbouwmeester en protagonist van het nieuwe denken over leegstaand vastgoed in Nederland. De boodschap dat Nederland is uitgebouwd is vanuit het instituut Rijksbouwmeester zeker op zijn plaats, maar als boodschapper is Van Dongen, een bouwer pur sang, niet geloofwaardig. Natuurlijk heeft de wisseling van perspectief invloed op iemands denken en handelen, maar zijn naïeve, enthousiaste oproep in Nieuwsuur het potentieel van alle leegstaande kantoren in steden aan te wenden voor hightech urban farming, voelt weinig doordacht en richtinggevend. Het lijkt eerder een proefballon, uit de lucht gegrepen. Waarom is Ronald Rietveld niet de eerste NIET BOUWEND Rijksbouwmeester, vraag ik me na het zien van het item hardop af.
Met zijn installatie ‘Vacant NL’ op de architectuurbiënnale van Venetië heeft Rietveld drie jaar eerder al de opgave van 10.000 leegstaande overheidsgebouwen op indringende wijze weten te verbeelden en agenderen. Rietveld staat voor de nieuwe bouwcultuur waar Van Dongen als Rijksbouwmeester naar op zoek is en waaraan in Nederland dringend behoefte is. Rietveld is dé protagonist van werkelijk vernieuwend denken over leegstand.

Van Dongen is uit 1946, Nederland begint in volle vaart aan de wederopbouw. Met de Architekten Cie. heeft hij mee gebouwd aan de huidige leegstand en daarmee mede vormgegeven aan de crisis in de huidige architectuur. Rietveld groeide op in de jaren tachtig. In zijn bijdrage aan de Nederlandse architectuur staat het denken over het enorm potentieel aan leegstaand vastgoed centraal. Met zijn onderzoek en experimenten geeft hij richting aan het debat over innovatief hergebruik van leegstaand vastgoed en wat de ontwikkeling hiervan in de breedste zin voor onze samenleving kan betekenen.
Sinds de presentatie van ‘Vacant NL’ in Venetië heeft studio RAAAF (Rietveld Architecture – Art – Affordances) met een collectief van ontwerpers, wetenschappers, kunstenaars en specialisten gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe denkbeelden en ontwerpbenaderingen voor leegstand, zowel in de praktijk als in het onderwijs. In Vacancy Studies maken Rietveld c.s. de balans op van vijf jaar onderzoek, onderwijs en ‘reallife’ experiment en schetsen zij de contouren van een nieuw vakgebied met een eigen methodiek, waartoe deze publicatie als handboek dient. En gelijktijdig een standaardwerk is voor hen die niet willen bouwen.

Pagina uit besproken boek: installatie Vacant Nl, foto Rob ’t Hart.

Wat volgens Rietveld c.s. na de Biënnale van 2010 niet of nauwelijks is opgepikt, is de potentie van leegstand voor innovatie. De strategische keuze om de potentie van leegstaande gebouwen ‘in de tussentijd’ te koppelen aan de zogenoemde Kennis en Innovatie Agenda (KIA), geeft een interessante en onderscheiden richting aan de opgave; een die nu nog vaak beperkt en versimpeld wordt tot ‘gebouw zoekt programma’. De ambitie van het kabinet om Nederland via onderwijs, kennis, innovatie en ondernemerschap naar de wereldtop van kenniseconomieën te brengen is volgens de samenstellers van Vacancy Studies een uitgelezen kans om leegstaand vastgoed een nieuwe economische en maatschappelijke waarde te geven

In het eerste deel Surfen op een zee van leegstand, gaat RAAAF dieper in op de methodiek die zij de afgelopen jaren in de praktijk en in de multidisciplinaire master Studio Vacant NL aan het Sandberg Instituut hebben ontwikkeld. Zelf omschrijven zij hun (ontwerp) benadering als een methode van strategische interventies: “Door precies gekozen en zorgvuldig ontworpen ingrepen een gewenste ontwikkeling in gang zet.” Het Project Secret Operation 610 op de voormalige vliegbasis Soesterberg is hierbij het ultieme project, waarin alle elf principes van deze ontwerpbenadering zijn ingezet. Het gaat te ver om al deze elf principes uiteen te zetten (hiervoor leze men het boek), maar een aantal kan worden geïllustreerd. De belangrijkste ingeving was om op deze fascinerende plek ‘waar natuur en Koude Oorlogsgeschiedenis samen komen’ de samenwerking te zoeken de TU Delft (Aerospace/Clean Era) en te dromen over een mogelijke luchtvaartcampus waar wetenschappers en bedrijven samenwerken aan de ontwikkeling van het ‘groene vliegen van de 21ste eeuw’. Werken vanuit eigen fascinaties en ambities noemt RAAAF dit principe.
Het is een precieze interventie die past bij de historie en de fysieke gesteldheid van Soesterberg en waarbij rekening is gehouden met geplande grootschalige ontwikkelingen op en rond de vliegbasis. De ontwikkeling van een mobiele sculptuur en een voormalige hangar – shelter 610 – bieden niet alleen tijdelijke ruimte aan de verschillende disciplines die hier hun onderzoek en experimenten willen doen, maar geven ook richting naar een toekomstige luchtvaartcampus (oftewel zetten de gewenste ontwikkeling in werking). De oude startbaan is de gedroomde testplek voor state-of-the-art vliegexperimenten. Nog een principe: onder het mom van schijnbaar tegenstelde belangen en elementen verbinden, wordt de strenge natuurwetgeving rond de basis wordt niet opgevat als belemmerend, maar als een stimulans voor de gezochte innovatie.

Pagina uit besproken boek

In het tweede deel Parachutespringen boven Vacant NL staat de master Studio Vacant NL centraal. In deze tijdelijke master zijn studenten de afgelopen twee jaar opgeleid tot specialisten in tijdelijk hergebruik. Opvallend is dat deze master zich buiten de reguliere architectuuropleidingen afspeelt, het Sandberg Instituut is de masteropleiding van de Gerrit Rietveld Academie. Zowel de onderwijsmethodiek als de ontwerpen van de studenten zijn experimenteel en bieden een nieuw en inspirerend perspectief op leegstand. Zowel de studenten als de docenten hebben heel diverse achtergronden, uiteenlopend van politicologie tot landschapsarchitectuur en van filosofie tot interactieontwerp. Het ontwerpen voor de tussentijd wordt hier als een specifiek en eigen ontwerpvak neergezet.

Studio Vacant NL is niet alleen een zoektocht naar nieuwe denk- en werkwijzen voor leegstand, maar ook naar nieuwe vormen van ontwerponderwijs. Met name het verschil in verhouding tussen het denk- en maakproces en tussen ontwerper en eindgebruiker ten opzichte van traditionele vakken als architectuur wordt benadrukt. Drie didactische instrumenten bleken waardevol: de werkplaatsstage bij een industrieel of ambachtelijk bedrijf, het lexicon voor het ontwikkelen van een eigen taal (jargon), en het testen van ‘bedachte’ strategieën in de praktijk en op ware grootte. Het onderzoek van Jorien Kemerink is een prachtige illustratie van deze drietrapsraket. Kemerink liep stage bij Spierings, een bedrijf dat orthopedische implantaten ontwikkelt. Hier maakte zij kennis met het principe van ‘moldcasting’. Kemerink past dit principe toe op gebouwschaal. In leegstaande, vaak vieze gebouwen creëert zij door het aanbrengen van een laag latex, schone, steriele verblijfsplekken. Deze laag latex met de vuilsporen van het gebouw kan door de gebruiker worden meeverhuisd naar nieuwe leegstandlocaties en daar worden gebruikt bij het toe-eigenen van weinig specifieke ruimtes.
Ook de projecten van andere deelnemers spreken tot de verbeelding. Op de tast is het vakgebied door studenten en docenten verkend, waardoor de contouren zichtbaar zijn geworden, maar waar enorm veel ruimte voor proefondervindelijk ontwerpen lijkt te zijn. De hoop is dat deze contouren geen harde grenzen worden en het verkennen van mogelijkheden zo onbegrensd blijft.

Pagina uit besproken boek

Terug naar Frits van Dongen, de niet bouwend Rijksbouwmeester, die weer wil bouwen. Zijn plotselinge terugtreden biedt ruimte om na te denken over een heuse nieuwe invulling van dit Rijksambt. Een invulling die past bij de huidige tijd en de ruimtelijke opgaven waar Nederland nu en in de komende jaren voor komt te staan. De manier waarop Ronald Rietveld/RAAAF de afgelopen vijf jaar het onderwerp leegstand in Nederland niet alleen heeft geagendeerd, maar ook heeft bijgedragen aan een consistente manier van denken over en omgang met, deze ruimtelijke opgave is voor dit ambt ronduit inspirerend. Het is hun open en onderzoekende werkwijze gekoppeld aan een intelligente, strategische benadering, die nieuwsgierig maakt: is Rietveld/RAAAF in staat om ook nieuwe/andere urgente ruimtelijke opgaven te agenderen en hun potentie aan andere maatschappelijke vraagstukken te verbinden? Is Rietveld/RAAAF daarmee de gedroomde kandidaat voor een nieuwe generatie Rijksbouwmeesters?