Recensie —

De Ceuvel, een delicate oase

Martijn Kruijf

Op de plek van voormalige scheepswerf De Ceuvel Volharding in Amsterdam Noord is De Ceuvel, een ‘on-land harbour’ verrezen. Op het land geplaatste woonboten, verbonden door een meanderende steiger vormen een tijdelijke sociale en creatieve broedplaats in Buiksloterham. De Ceuvel is een innovatief experiment op het gebied van duurzaam bouwen en bodemsanering en dient nu al als voorbeeld voor vele nationale en internationale ontwikkelingen. Maar zal het project ook navolging krijgen?

De Ceuvel, Amsterdam
De Ceuvel, Amsterdam

De Korte Papaverweg in Amsterdam Noord zou een perfect decor zijn voor een spannende ontknoping in een krimi; een rommelig en obscuur doodlopend straatje in de haven van Amsterdam, getekend door een brute liquidatie in de straat eind 2013. Het is één van die straten die je liever mijdt. Tot voor kort althans. Aan het einde van de straat bevindt zich sinds enkele maanden De Ceuvel: een groene, creatieve oase te midden van een ruig en vervuild, industrieel havenlandschap.
In 2012 won het team, bestaande uit space&matter, Delva Landscape Architects en het Duitse duurzaamheidsbureau Transsolar de door Projectbureau Noordwaards en Bureau Broedplaatsen uitgeschreven prijsvraag Broedplaats Ceuvel Volharding. De opgave? Een ontwerp en financieringsplan voor de transformatie van de voormalige scheepswerf naar een tijdelijke, duurzame broedplaats voor kunstenaars. De prijs? Een verwilderd en verontreinigd stuk gemeentegrond dat tien jaar lang gratis gebruikt mag worden.
Op een zonnige doordeweekse ochtend werd ik over het project rondgeleid door mede-initiatiefnemer Sascha Glasl van space&matter en landschapsarchitect Steven Delva van Delva Landscape Architects.

“Vanwege de verontreinigde grond was het geen optie traditioneel te bouwen”, begint Steven Delva uit te leggen. Bij fundering zou de grond gesaneerd moeten worden, iets dat niet alleen veel geld maar ook veel tijd kost. In samenwerking met de Universiteit Gent is er voor gekozen om bij wijze van experiment de grond met planten op natuurlijke wijze op te schonen. “Op deze manier kregen we de factor tijd cadeau, er wordt via een langzaam proces gesaneerd”.
Er worden op De Ceuvel diverse plantensoorten met hoge wortelactiviteit gebruikt, ieder met een specifiek sanerende eigenschap. Diverse grassoorten, lisdoddes, wilgen en populieren zorgen voor de afbraak van organische stoffen, de opname van zware metalen en het vasthouden van verontreinigd grondwater. Zodra een type verontreiniging voldoende is opgenomen, wordt de verantwoordelijke plant gerooid en vervangen door een andere soort. Hierdoor verandert het park de komende jaren steeds in aanzicht en karakter. Delva: “het is geen traditioneel landschapspark, maar een werkende zuiveringsmachine.”

Om niet te hoeven funderen en tevens passend bij het tijdelijke karakter van De Ceuvel zijn boten op het land geplaatst als ware deze in het nieuwe landschapspark gestrand. “Naar aanleiding van een artikel in Het Parool werden binnen enkele weken bijna alle boten voor een spotprijs of zelfs gratis aangeboden”, vertelt Glasl. De boten werden te water in de nabijgelegen NDSM-werf verbouwd en in december 2013 met een grote kraan op het terrein van De Ceuvel gehesen. Vanwege deze methode was er slechts een lichte bouwvergunning nodig. “De boten zijn zo gepositioneerd dat het geheel niet alleen brandveilig is, maar er ook diverse indrukwekkende zichtlijnen konden ontstaan.”
Glasl vervolgt: “De bestaande verharding en open plekken zijn zo veel mogelijk in het stedenbouwkundig plan overgenomen”. Dit heeft geresulteerd in een centraal plein bij de entree dat geflankeerd wordt door drie boten voor commercieel gebruik (horeca, workshops, lezingen, verhuur voor evenementen, etc.). Aan weerszijden het landschapspark liggen de dertien ‘gestrande’ broedplaatsboten. Deze zijn vooralsnog alleen van binnen opgeknapt omdat ze zo snel mogelijk operationeel moesten zijn. “Op dit moment heeft het aanpakken van de buitengevels de hoogste prioriteit”, licht Glasl toe. De boten worden ontsloten door een verhoogde steiger van Noord-Europees naaldhout die theatraal door het landschapspark meandert. Al het benodigd leidingwerk is onder de steiger bevestigd en de boten zijn hier volgens het ‘plug and play’ concept op aangesloten. Door de verhoogde steiger in combinatie met het golvende gras lijken de boten in het landschap te drijven: een poëtische vondst.
Een punt van kritiek voor wat betreft het ontwerp heeft betrekking op de boten voor commercieel gebruik. Café De Ceuvel, de met de bomen uit de Van der Pekstraat bekleedde boot van Metabolic (het uitvoerend duurzaamheidsbureau) en de ‘Crossboat’ van space&matter zijn wat architectuur betreft interessant. Echter is door het in stukken zagen van de boten en vrijelijk herschikken van de losse onderdelen én de toegepaste gevelarchitectuur het concept ‘boot’ niet overal meer duidelijk leesbaar.

Na het winnen van de prijsvraag is in samenwerking met duurzaamheidsbureau Metabolic gewerkt aan de realisatie van de duurzaamheidsambities: het maken van een 100% zelfvoorzienend project. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van zowel uitgesproken high- als low-tech oplossingen. Bijna alle boten zijn voorzien van hoogwaardig isolatiemateriaal (dikte 6 cm, Rc waarde van 3,5), gesponsord door Prostelco. Er zijn tweehonderd gedoneerde kozijnen met dubbelglas aangebracht. Er staan zelfgebouwde warmtewisselaars op de daken van de boten om de opgewekte warmte te hergebruiken, kosten slechts twee tientjes, maar je kan je afvragen of het rendement net zo hoog is als dat van een high tech warmtewisselaar. En er zijn zonnepanelen geplaatst waardoor er op dit moment in ongeveer 60% van de energiebehoefte kan worden voorzien. “De komende jaren worden nog meer zonnepanelen geplaatst in de hoop dat we naar 100% kunnen gaan”, aldus Glasl.

Dergelijke circulaire systemen zijn ook toegepast bij het afval- en waterbeheer. Fecaliën worden gecomposteerd in speciale toiletten en dienen als grondstof voor de diverse planten in het park. Afvalwater wordt op eigen terrein biologisch gefilterd en door bezinkingstanks geleid zodat het geschikt is voor hergebruik of lozing op het oppervlaktewater. “Waternet was hiervoor een belangrijke partner”, vertelt Delva. “Normaal zou dit nooit mogen, maar Waternet ziet De Ceuvel als proeftuin voor de organisatie.”
De circulaire denkwijze en het werken in een integraal team van ontwerpers, adviseurs, gemeente, energie- en waterbeheerder maakt De Ceuvel uniek en tot voorbeeldproject. Zowel Waternet als de gemeente implementeren opgedane kennis en ervaring nu al in andere permanente projecten.

In het dagelijks gebruik is De Ceuvel ook een succes. De broedplaats boten waren in een mum van tijd verhuurd en het project trekt sinds de opening vele duizenden bezoekers. De Ceuvel is in korte tijd een echte hotspot geworden. In dit succes schuilt ook een gevaar, zo erkennen Glasl en Delva tijdens onze wandeling. “We hebben nooit nagedacht over een dergelijk succes: waar moeten we alle fietsen plaatsen? Hoe gaan we om met grote bezoekersstromen? Hoe vinden we een goede balans tussen broedplaats en horeca? We proberen hier structuur aan te geven door bijvoorbeeld rondleidingen aan te bieden en duidelijke afspraken met Café De Ceuvel te maken.”
“Als de laatste boten af zijn, kan alles opgeruimd worden en de puntjes op de ‘i’ gezet worden. Dan is het concept leesbaar en zijn we klaar voor de resterende negen jaar”, aldus Delva.
Af of niet af, De Ceuvel is wat mij betreft nu al wonderschone, idyllische plek aan het water, met een haast surrealistisch karakter dat benadrukt wordt door de ruwe industriële context. Een voorbeeld voor hoogwaardig duurzame gebiedsontwikkeling. Niets anders dan lof.

Café De Ceuvel, Amsterdam
Café De Ceuvel, Amsterdam

Maar het roze wolkje verschoot van kleur toen Glasl mij vrij luchtig vertelde dat het budget voor De Ceuvel slechts €450.000,- bedroeg, deels opgebracht door subsidie en deels door een lening. De Ceuvel is geen bottom-up project daar de gemeente in feite de initiatiefnemer is. Ondanks dat de samenwerking zeer goed was en de gemeente heel meedenkend en meewerkend is geweest heeft Glasl uitgesproken – en terechte – kritiek op de beperkte financiering.
“We hebben geen geld van de gemeente gekregen en moesten op eigen kracht met alle risico’s van dien heel veel werk verzetten. Dat is niet duurzaam. Het heeft in dit geval alleen succes gehad omdat mensen iets zagen in dit project. In totaal hebben ruim tweehonderd mensen meegewerkt aan het project, waarvan de meeste volledig vrijwillig of tegen betaling van een minimale vergoeding. Kritisch bekeken is het budget niet reëel, een nieuw project kan niet voor het zelfde geld gerealiseerd worden.” Het voorstel van Glasl aan de gemeente om een deel van de potentiële, significante waardevermeerdering van de grond die ontstaat door de natuurlijke sanering in het project terug te laten vloeien, werd afgewezen.

Ik was benieuwd hoe de kersverse D66 wethouder duurzaamheid, Abdeluheb Choho, tegen het project en bovenstaande kritiek aankijkt. In een schriftelijke reactie laat Choho weten: “Toen ik een week wethouder was, heb ik al een bezoek gebracht aan De Ceuvel. Het project spreekt mij aan omdat het een mooi voorbeeld is van een samenwerking van de overheid die mogelijk maakt en stimuleert, en private partijen die op hun eigen eigenzinnige en creatieve manier een steentje bijdragen. Het is niet of – of, maar én – én. Op die manier kan duurzaamheid een drijvende kracht achter geslaagde gebiedsontwikkeling zijn. De Ceuvel is nu een interessante ‘placemaker’ voor Buiksloterham.” Een inhoudelijke reactie over mogelijke gemeentelijke financiering van dit soort projecten bleef helaas uit. Eind van dit jaar zal Choho zijn duurzaamheidsagenda voor Amsterdam presenteren met daarin concrete plannen omtrent circulaire economie. Tot die tijd zullen u, Glasl cum suis en ik moeten afwachten voor we kunnen oordelen in hoeverre de gemeente lering uit De Ceuvel heeft getrokken.