Recensie —

James Bond en architectuur

Erik Kersten

In de Kunsthal (Rotterdam) is de tentoonstelling Designing 007: Fifty Years of Bond Style te zien. Welke rol speelt architectuur in Bondfilms? Een rijk geïllustreeerd artikel van film- en architectuurliefhebber Erik Kersten.

Moonraker (1979). Ken Adam
Moonraker (1979). Ken Adam

De tentoonstelling gaat over alles wat Bond tot Bond maakt. Van zijn stijlvolle kostuums en de bijzondere jurken van de Bond-girls, de talloze gadgets en het gouden pistool van Scaramanga, tot de prachtige ontwerptekeningen van de sets, story boards, rekwisieten en natuurlijk de iconische auto's. James Bond leeft in een eigen wereld die niet zoveel met de echte te maken heeft. Dat escapisme en de flair die daarmee gepaard gaat is altijd de grootste aantrekkingskracht geweest. Het publiek wil maar al te graag meegevoerd worden naar exotische bestemmingen en het kan er lustig op los fantaseren over hoe het is om zelf een geheim agent of een aantrekkelijke en sterke Bond-girl te zijn.

Als je aan James Bond denkt denk je direct ook aan zijn tegenstanders. De geheim agent kan pas stralen als hij een krachtig persoon tegenover zich had. Iemand die het slechtste met de wereld voor heeft en die koste wat kost gestopt moet worden. Megalomane slechteriken als de enigmatische Dr. No in de eerste film tot Ernst Stavro Blofeld, Auric Goldfinger, en Raoul Silva, om er maar een paar te noemen. Al die xenofobe schurken zijn verschillend maar ze hebben ook een en ander gemeen: een drang de wereld ten gronde te richten en een plek waar ze zich terug trekken om hun snode plannen te smeden. Die plekken zijn bestaande locaties die 'reframed' zijn voor de film, of een plek die, in de vorm van vaak gigantische sets, is geschapen.

Om met dat laatste te beginnen. Al vanaf Dr. No (1962) is er een soort template voor deze afgezonderde oorden bedacht. Een template dat voortbouwt op de beschreven wereld van Bond in de boeken van Ian Fleming. Fleming was geïntrigeerd door de opkomende consumentencultuur van de jaren vijftig. De voorkeur voor futuristische producten leverde in combinatie met zijn rechts-conservatieve wereldbeeld een mix op die de wereld van Bond zou blijven kenmerken.

James Bond is als figuur een anomalie. Hij combineert een conservatief standpunt waarin klassenverschillen en diepgevoeld nationalisme normaal zijn en de vrouw vooral als eye candy gezien wordt, met een voorliefde voor exotische locaties en de nieuwste technologieën. Je zou Flemings boeken kunnen vergelijken met Middeleeuwse fabels waarin een ridder (Bond) strijdt voor een koning (M) om de wereld te redden van een draak (de schurk) die een schone maagd (de Bond-girl) gegijzeld houdt. Maar de draak houdt zich in Flemings geval niet op in een grot maar in een modernistisch paleis dat zijn slechte aard weerspiegelt.

De man die voor veel van die modernistische paleizen verantwoordelijk was is Ken Adam, de productie designer van de Bondfilms tussen 1962 en 1979. De in 1921 in Duitsland geboren Adam verhuisde op 13-jarige leeftijd naar Engeland. Hij volgde een opleiding tot architect  maar na de Tweede Wereldoorlog, waarin hij actief was als piloot, rolde hij de filmindustrie in. De eerste jaren als technisch tekenaar voor te bouwen sets en vanaf 1956 als production designer. Adams grote doorbraak kwam toen hij als production designer gevraagd werd voor Dr. No. Hij had weinig budget maar wist heel veel te doen met belichting, perspectief en een combinatie van klassieke en futuristische elementen. Hierin zie je duidelijk de invloed van  het Duitse Expressionisme van regisseurs als Fritz Lang, Robert Wiene en F.W. Murnau. Veel elementen die Adam inzette bij Dr. No zijn hier naar terug te voeren. De scheve lijnen en het geforceerde perspectief in Wiene's Das Cabinet des Dr Caligari, de sinistere vertrekken van Dr. Mabuse in de gelijknamige films van Lang en de contrastrijke belichting in vrijwel alle Duitse films in de jaren twintig, vormden samen een blauwdruk voor Adams werk.

In zijn werk voor de Bondfilms zou hij laten zien dat hij, al werkte hij niet als zodanig, een groot architect was. Als beschouwer van architectuur ga je meestal uit van de aantrekkingskracht van de façade en word je vanzelf nieuwsgierig naar de binnenkant. De onvergetelijke interieurs van Adam doen het omgekeerde. Hoe zouden die spectaculaire huizen er van buiten uit zien?

De eerste film waarin het commandocentrum van de schurk een prominente plaats kreeg was Goldfinger (1964) Het zijn veelal reusachtige ruimtes waarin volop plaats is voor raketten, onderzeeërs, helikopters en alles wat er verder maar nodig is om de wereld naar de gallemiezen te helpen. Een plek waar de excentriekeling zich thuis voelde, omringd door slaafse volgelingen en, ook al zo typisch Bond, dierlijk gezelschap. Variërend van varanen en haaien tot een eigenzinnige kat. De architectuur van die plekken is steeds gebaseerd op de werkelijkheid, maar voegt daar een vervreemdend effect aan toe. Goldfinger heeft in zijn commandocentrum, dat in deze film overigens nog niet zo extreem was als in latere voorbeelden, een maquette staan van Fort Knox.
Deze set zou het prototype worden voor alle volgende Bond-films. Het beeld van de schurk die aan de hand van een architectuurmodel zijn snode plannen om de wereld te veroveren smeedt. Juist omdat het een maquette is en de snoodaard daar bovenuit torent wordt die in zijn zelfbeeld als oppermachtige met de hand aan de knoppen gesterkt. Het is ook dit beeld dat te zien is als een indirecte maar venijnige kritiek op de maakbaarheid van de wereld die de architectuur in zijn algemeen, en het modernisme c.q. functionalisme speciaal, voor stond. Net als de schurken smeden de architecten plannen om de wereld te scheppen naar hun (boosaardige?) visie.

Het is niet moeilijk om in het werk van Adam verwijzingen te ontdekken naar de Koude Oorlog. De paranoia die dit tijdperk kenmerkt heeft hij verwerkt in zijn intimiderende ruimtes waarin wereldwijd opererende sinistere organisaties met Orwelliaanse namen en motieven de vrije wereld en haar gekozen regeringen in een ijzeren greep houden. De zeer realistische atoomdreiging van twee tegenover elkaar staande machtsblokken vormde een niet te vermijden referentiepunt voor Bondkijkers in de jaren zestig en zeventig.

Om het internationaal opererend kwaad te bestrijden, reist Bond de hele wereld over. In Bondfilms wordt daarom vaak gebruik gemaakt van iconische architectuur om duidelijk te maken waar de held zich bevindt op aarde. Als Bond in een speedboot langs The Houses of Parliament scheert in The World is Not Enough (1999) dan weet iedere kijker dat we in Londen zijn In de Bondfilms van de jaren negentig, de serie met Pierce Brosnan, en in die sinds 2006, met Daniel Craig, krijgt architectuur vaker die verwijzende rol ten koste van de exotische sets die de wereld van Ken Adam kenmerken. Zeker met de komst van Craig treedt er een verzakelijking in van het personage. Een geheim agent die weliswaar de wereld overvliegt maar niet zo onder de indruk is van al die schoonheid en bij wie locaties dienstbaar zijn aan het verhaal.
In zijn eerste optreden, in Casino Royale (2006), heeft Bond een bitter weerzien met Mr White bij een prachtige villa. Hoewel een kijker niet direct weet dat dit Villa La Gaeta aan het Comomeer is, heeft die wel direct door we in Italië zijn. Zo gebruiken de makers de typerende huizen met hun terracotta daken, gelaagde terrassen, stenen torens, niveauverschillen en verrassende doorkijkjes als herkenbaar stijlelement om de wereld van Bond de benodigde grandeur (die hij zelf dus nauwelijks erkent) te verlenen en hem ook direct op een specifieke plek te positioneren.

Dat gebruik van iconische architectuur als positiebepaler en instant coollness-factor (kijk eens waar Bond nu weer is!) is niet nieuw. Een groot deel van de tweede Bondfilm, From Russia with Love (1963), speelt zich af in Istanbul. De Hagia Sophia komt dus prominent in beeld om dat duidelijk te maken. In Diamonds Are Forever (1971) is Bond in Amsterdam en de grachtenpanden die dat direct illustreren zijn dan ook zeer herkenbaar. James Bond is een man van de wereld. Dat is hij altijd geweest, wie hem ook speelt en in welke tijd de film ook is gemaakt.

Dankzij Ken Adam is de Bondarchitectuur legendarisch geworden en dat terwijl Fleming juist een afkeer van architectuur lijkt te hebben. Goldfinger, het boek, kan op niet mis te verstane wijze gelezen worden als een kritiek op de moderne architectuur. Fleming baseerde de naam van zijn antagonist op Ernő Goldfinger, de architect van de Balfron en Trellick Towers in Londen. Volgens de overlevering had Fleming een grondige afkeer van de voormalige Russische emigrant en beschouwde hem als zowel een socialistisch gevaar als een representant van alles wat er mis was met de moderne architectuur.
Fleming uit zijn afkeer van architectuur ook door zijn held tekeer te laten gaan tegen de schurk, waarbij Bond terloops diens verblijfplaats in de as legt. Een opsomming van die vernietiging heeft weinig zin want het gebeurt vrijwel altijd. Of het nou om ondergrondse ruimtes gaat, megalomane landhuizen, een olieplatform ergens op de oceaan, Alles gaat eraan, mits het een honk is van de echte tegenstander. Zo worden het ronddraaiende restaurant in On Her Majesties Secret Service (1969) en het Elrod House van John Lautner in Diamonds Are Forever als een curiosum getoond maar niet vernietigd. Alsof Fleming alsnog wil zeggen dat die moderne architectuur niet alleen maar slecht is. Ook ten aanzien van klassieke architectuur was zijn standpunt dubbelzinnig. Voor de domicilie van Auric Goldfinger aan de Britse kust koos hij namelijk een Victoriaans landhuis en Hugo Drax in Moonraker (1979) woonde in een neoklassiek landgoed Fleming zelf woonde tot zijn dood in 1964 in Goldeneye, zijn eenvoudige bungalow op Jamaica die hij zelf had laten bouwen.

Met de komst van Daniel Craig is de figuur van James Bond een stuk kwetsbaarder en menselijker geworden. Dat wordt gereflecteerd in de architectuur. Zo is in de tentoonstelling een model te zien van Skyfall Lodge, Bonds geboortehuis in Schotland. Met zijn sterk vertekende afmetingen en de verstoorde daklijn is het huis een illustratie van zijn ongemakkelijke jeugd. De beschadigde Bond die met Craig werd geïntroduceerd biedt ruimte voor een architectuurrepresentant van die kwetsbaarheid. Een welkome aanvulling maar gelukkig blijft er nog genoeg ruimte voor Bond om gebouwen te slopen. Zo houdt zijn werk nooit op en dat van de architect ook niet.