Opinie —

De versteende delta

Ruben Sannen

Een kritische reflectie op de export van Nederlandse deltatechnologie naar Indonesië en een voorstel hoe het anders kan.

Kustlijn Jakarta - foto Ruben Sannen
Kustlijn Jakarta – foto Ruben Sannen

Jakarta zakt weg onder de zeespiegel. In de zoektocht naar oplossingen dreigen belangrijke waarden en kenmerken van het Indonesische stadsleven te verdwijnen. De vraag is niet hoe de stad met 15 miljoen inwoners te beschermen tegen wateroverlast, maar hoe Jakarta in harmonie met haar eigenheid een duurzame toekomst kan ontwikkelen.

Een vrouw zittend voor haar keukendeur verteld dat ze de overstromingen zat is. Het water is vies en troebel, haar kinderen hebben continue infecties aan hun voeten, voor haar keukendeur staat een plaat om bij hoog water het huis droog te houden. Haar situatie is exemplarisch voor het overgrote aantal inwoners uit de kampongs van Jakarta die hun onderkomen hebben in een zinkende miljoenenstad. De laatste 5 jaar is pas echt duidelijk geworden wat de ernst van de situatie is. Recente metingen laten zien dat sommige stadsdelen tot 20 cm per jaar zinken. Vooral rondom de rivierarmen van de Ciliwungrivier is een waterstand van 2 meter boven straatniveau geen uitzondering. Steeds vaker ligt de hele stad lam door wateroverlast en dit voedt de discussie over de onzekere toekomst van Jakarta, tot ver buiten Indonesië.

Jakarta, februari 2008. Foto Mulya Amri
Jakarta, februari 2008. Foto Mulya Amri

Nederlandse bedrijven en onderzoekers, ondersteund door de Nederlandse overheid zijn reeds lange tijd actief betrokken bij deze problematiek. Begin 2013 is door een consortium van onder andere Witteveen+Bos en Grontmij, het voorstel gedaan om een afsluitdijk van 40 km lang in de baai van Jakarta aan te leggen en dit te combineren met het bouwen van een nieuw stadsdeel in zee; het National Capital Integrated Coastal Development program (NCICD). In het nieuws worden we verwend met mooie uitspraken over de Nederlandse expertise op het gebied van watermanagement en het vooruitzicht op miljardenorders.
De Nederlanders zijn echter al lang niet meer de enige partij die deze projecten kunnen realiseren. De Japanners, Chinezen en Koreanen zijn serieuze spelers geworden binnen de waterinfrastructuur in Azië. Zij kiezen doorgaans voor veel goedkopere en snellere oplossingen. De financiering wordt georganiseerd door de uitvoerende partij die de hele concept- en onderzoeksfase zelf voorfinancieren om vervolgens het project via een lening aan te bieden, wat zeer aantrekkelijk is voor de Indonesische overheid die over weinig reserves beschikt voor grote voorinvesteringen.

Het idee voor een afsluitdijk in de baai van Jakarta bestaat al lang. De eerste tekeningen hiervoor zijn van 10 jaar geleden. Het gebrek aan waterbergingscapaciteit aan land wordt gecompenseerd in zee door het maken van een afgesloten bassin van 10.000 hectare. Dit is ongeveer een zevende van de totale stadsoppervlakte. Dergelijke oppervlaktes zijn nodig om het rivierwater op te kunnen vangen en dit vervolgens naar zee te pompen.
De gevolgen van een afsluitdijk zijn echter nog niet diepgaand onderzocht. Het is de resultante van een rekenkundig model die alleen in ideale omstandigheden geldig is, het slagen in de praktijk is daarom twijfelachtig. Het Nederlandse plan wordt verbeeld met hemelsblauw water en in de aantrekkelijke vorm van een Garuda, de mythische Indonesische adelaar.

Wie Jakarta kent, weet dat de omstandigheden verre van ideaal zijn. Grootschalige infrastructurele projecten stranden op gebrek aan organisatie, overzicht en informatie. Slechts twee procent van alle huishoudens is aangesloten op het riool. Een adequate drinkwatervoorziening is er ook niet waardoor vooral bij grote stadsontwikkelingen ontwikkelaars zelf drinkwater uit de diepe grondwaterlagen oppompen waardoor de stad almaar sneller wegzakt. De kanalen en rivieren die door de stad stromen, vormen open riolen die regelmatig dichtslibben. De baai is de afvoerput van al dit water en ook nog zwaar belast door scheepvaart en visserij. Bovendien draagt de stad het juk van een eeuw achterstallig onderhoud aan haar huidige infrastructuur aangelegd in de koloniale tijd. Sindsdien heeft de stad zich altijd ontwikkeld als een stad van het binnenland zich er niet van bewust dat haar ondergrond, een moerassendelta, langzaam aan het bezwijken is.

Jakarta mei 2013. Foto World Bank Photo Collection
Jakarta mei 2013. Foto World Bank Photo Collection

De gebrekkige infrastructuur aan land maakt de keuze voor een afsluitdijk rampzalig. De complete ecologie van de kust komt op zijn kop te staan, visserij verdwijnt waardoor lokale economieën zullen instorten. Door moordende concurrentie tussen de verschillende aanbieders is er geen rust om alternatieven te toetsen, of in te gaan op de vraag in hoeverre Jakarta zich überhaupt zou moeten uitbreiden door grotere havens en nieuwe stadsdelen in zee. Nu al kan de stad de groei niet aan. Men jaagt een ideaalbeeld na, spiegelt zich aan Singapore en Dubai en maakt zichzelf wijs dat er geen toekomst bestaat als er morgen niet wordt begonnen met de dijk.
De Indonesische overheid is terughoudend, zij verlangt naar een stad die op eigen kracht gestalte krijgt en niet wordt gedomineerd door de smaak van Chinese ontwikkelaars die hun gipspilaren wijken ommuren met private beveiliging. Niet alleen in de landelijke politiek, ook op de universiteiten laait de discussie op of die dijk in zee de juiste oplossing is. Het stadsbestuur van Jakarta is alleen niet ingericht om hierop een zinvol antwoord op te geven. De stad is uit haar krachten gegroeid zonder sturing, controle en zonder overeenstemming. Private ontwikkelaars leggen hun woonwijken een aantal meters boven het maaiveld aan, dat hierdoor de wijk ernaast overstroomt zal ze een zorg zijn. Toch heeft het gebrek aan sturing en controle voor een deel de cultuur gemaakt. Vooral de stadskampongs zijn bijzonder inventief en veerkrachtig in de aanpassing naar de omstandigheden zonder sturing van bovenaf. Daar komt bij dat deze lokale economieën de ruggengraat van de Indonesische samenleving vormen. Door de komst van de afsluitdijk komt een groot deel van deze gebieden (verder) onder druk te staan. En hoe wordt gegarandeerd dat de opbrengsten uit de offshore ontwikkeling worden gebruikt voor de verbeteringen van deze stedelijke gebieden.

Dat Nederland meedoet in technisch spierballen vertoon is misschien begrijpelijk maar onze kennis reikt zo veel verder. Wij wonen in een dichtbevolkte delta waar een uitgekiende structuur heerst die ingenieurskundige kennis combineert met aantrekkelijke leefgebieden. Daarin wordt onze expertise breder, kritischer en zien we de nadelen van onze eigen deltawerken. Het waddengebied staat onder druk door de afdamming van de Zuiderzee, de Oosterschelde heeft te maken met teruglopende biodiversiteit en door ‘zandhonger’ raken veel rivieren het contact met de zee kwijt doordat ze het vrije verval, de stijgende zeespiegel en het dalende land niet meer kan overbruggen. We zijn er ons inmiddels sterk van bewust dat onze delta’s onmisbaar zijn als klimaatbuffer en dat we de natuurlijke processen weer meer de ruimte moeten geven (de Haringvlietsluizen worden niet voor niets in 2018 op een kier gezet).
De vraag die wij ons moeten stellen is dan ook: Willen wij onze oude Nederlandse technologie exporteren die we in eigen land in twijfel zijn gaan trekken, of willen we juist onze kennis inzetten om tot nieuwe en duurzamere oplossingen te komen?

Impressie Great Gurada. Beeld afkomstig van www.rijksoverheid.nl
Impressie Great Gurada. Beeld afkomstig van www.rijksoverheid.nl

Het uitdragen van deze nieuwe kennis staat misschien nog in de kinderschoenen maar beantwoordt wel aan het probleem op de lange termijn en de toekomst van deltasteden wereldwijd. Deze processen zijn complex, kosten tijd, en vragen een hele andere aanpak dan een civieltechnische blauwdrukbenadering, maar leiden wel tot draagvlak en het mobiliseren van bevolking en instituties die verantwoordelijkheden kunnen dragen voor de stad.

De sleutel voor een duurzaam toekomstperspectief van Jakarta ligt dus niet in de vlucht naar zee in de vorm van beton maar midden in de stad in de vorm van stadsontwikkeling geënt op waterberging. Een deltastad wordt niet gemaakt door een vrijbrief van een immens retentiereservoir buiten de stad om vervolgens de hele boel in de stad te gaan verharden. De deltastad is een stad die zich aanpast aan de omstandigheden; veerkrachtig is en inventief. Een harmonie tussen gebouw, mens en water.
Niet alleen Jakarta, maar ook steden als New York en Londen worstelen met de vraag hoe water geïntegreerd kan worden in een dicht stedelijke omgeving. De oplossing ligt niet in louter een ingenieurskundig antwoord met een beperkte levensduur maar in ruimtelijke adaptatie waarbij de eeuw van het water voor de deur staat.