Feature —

De Nieuwe Binnenweg is de oude niet meer

Wouter Veldhuis

Streetwise ‘de straat als sociale ruimte’ is een meerjarig onderzoeksprogramma van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst. Wouter Veldhuis over verhipstering en belangrijke zaken die daarmee verloren dreigen te gaan. En een reactie uit het veld.

Foto Otto Snoek.
Foto Otto Snoek.

In 2014 betrad Rotterdam het drukbezette podium van attractieve wereldsteden. De vernieuwde Nieuwe Binnenweg was één van de smaakmakers: een echte insider tip met een mooi assortiment Arts, Boutiques & Cafe’s. Neem bijvoorbeeld de kapperszaak Schorem. Dit is niet zomaar een plek waar je wordt geknipt en geschoren. Nee, wie hier binnengaat betreedt het verhaal van twee ‘authentieke’ mannen, die in hun zaak gewoon doen wat zij zelf leuk vinden en zo wereldwijd rolmodel zijn voor iedereen die het oude ambacht van de barbier herontdekt. En waar kan dat anders dan aan de Nieuwe Binnenweg “in het hart van de working class city Rotterdam”, zoals ze het zelf zeggen.
Maar is deze straat nog wel van de working class? Kan de gewone jongen zich wel een scheerbeurt veroorloven bij de Barbier van de Binnenweg? Hoeveel heeft een loonwerker uit de haven over voor een kop koffie? Welk immigrantengezin kan zich de olijfolie van de Italiaanse delicatessenjuwelier permitteren? Veel nieuwe ondernemers aan de nieuwe Nieuwe Binnenweg maken vooral handig gebruik van een urban identity die de happy hipster aantrekt. Dit heeft echter niets te maken met de echte working class die nog steeds de meerderheid vormt in de omliggende wijken.

De kwetsbare ecologie van de stadstraat
Niemand is er rouwig om dat de Nieuwe Binnenweg niet meer de oude is: vuil, versleten en met een hoge concentratie bel- en sexwinkels. Maar slaat de balans nu niet te ver door? Net als iedere andere stadstraat wordt de Nieuwe Binnenweg bepaald door een telkens veranderende relatie tussen ruimte, gebruik en betekenis. Stabiliteit is niet vanzelfsprekend. Verloedering ligt altijd op de loer. En een straat kan net zo makkelijk te succesvol worden, waardoor de grote internationale investeerders de lokale ondernemers wegdrukken. Niet voor niets benadrukten antropoloog Leeke Reijnders, sociaal geograaf Ivan Nio en socioloog Sharon Zukin, in hun afzonderlijke bijdragen aan het Streetwise-programma van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst (RAVB), dat de stadstraat een zeer kwetsbaar ecosysteem is. Wie ingrijpt in een stadstraat moet beschikken over een vlijmscherp oog, getraind om deze ecologie te kunnen doorgronden.

Foto Otto Snoek.
Foto Otto Snoek.

Toegegeven, de Nieuwe Binnenweg is vakkundig opgeknapt, zowel het vastgoed als de openbare ruimte. Kleine details, die een stadstraat leesbaar en aantrekkelijk maken, zijn gerealiseerd. De auto is teruggedrongen en langs de gevels van de winkels is een rabatstrook opgenomen waardoor de ondernemers uitgenodigd worden om een bankje op de stoep te zetten of koopwaar uit te stallen. Dit is het resultaat van een gemeentelijke investeringsprogramma dat ondernemers en vastgoedeigenaars stimuleert om de straat te ontwikkelen tot een identiteitsdrager van de wijk.

Maar heeft de gemeente wel voldoende oog gehad voor de waarde van de oude ecologie van de Nieuwe Binnenweg? De straat zag er misschien verwaarloosd uit, maar was dit niet vooral ook te danken aan jarenlang achterstallig onderhoud van de gemeente zelf? De gemeentelijke blinde vlek voor de sociale dynamiek achter de (vaak verwaarloosde) winkelpuien was voor Joke van der Zwaard in ieder geval de reden om in 2010 het inspirerende boek Scènes in de Copy Corner te schrijven. De Copy Corner op de Nieuwe Binnenweg blijkt, na zorgvuldige observaties, een “vanzelfsprekende ontmoetingsplek van mensen met verschillende achtergronden, leeftijden en levenswijzen.”
Joke van der Zwaard stelt dat juist in een veranderende wijk vanzelfsprekende ontmoetingsplekken onder druk staan. Daarmee sluit ze aan op de aanbeveling van Sharon Zukin dat de overheid zich vooral moet inzetten op het behoud en versterken van de kleine kwetsbare ondernemingen die een belangrijke sociale betekenis hebben voor alle verschillende inwoners van een wijk. En dat is nu precies wat de gemeente met steun van de Europese Unie niet doet op de Nieuwe Binnenweg. Steeds meer winkels zoals de Copy Shop moesten de afgelopen jaren sluiten omdat zij niet mee kunnen komen in de race van waardecreatie die, met steun van de gemeente, is ingezet door een aantal vastgoedeigenaars. Het resultaat: steeds meer prachtige winkels die zich richten op een zeer specifieke en vaak exclusieve doelgroep. Hierdoor is, in de woorden van Joke van der Zwaard, “herstructurering een ander woord voor verfijnde segregatie: mensen wonen en leven langs elkaar en komen elkaar nergens tegen.”

De barbiers van Schorem. Foto Bill McIntyre
De barbiers van Schorem. Foto Bill McIntyre

Nieuwe economische motor van de stad
De stadstraat is niet alleen een kwetsbare ecologie, het is volgens stadsplanner en ondernemer Mark Brearley ook nog eens de sleutel tot het succes van de stad van de 21st eeuw. Tijdens verschillende bijdragen aan het Streetwise-programma benadrukte hij dat de stadstraat naast een sociale ruimte vooral ook een economische ruimte is. Als rechterhand van de Mayor of London heeft hij ruim 10 jaar gewerkt aan de revitalisering van de London high streets. Inzet: de high streets als flexibele plekken die economische groei kunnen accommoderen, passend bij de economie van de 21st eeuw. High streets zijn volgens Mark Brearley veel meer dan detailhandel; het zijn plekken waar mensen leven, ontmoeten, werken en toegang hebben tot voorzieningen.

Tijdens een wandeling die ik met Mark Brearley maakte over de Nieuwe Binnenweg uitte hij vooral zijn zorgen over de toenemende beperking voor ondernemers door de sturing op een straatbeeld met Arts, Boutiques and Café’s. Daarmee wordt deze Rotterdamse high street tekort gedaan en blijft het economisch ontwikkelpotentieel van de straat onderbenut.  Maar er is hoop. Door de opkomst van het internet winkelen ontstaan er bijvoorbeeld nieuwe hybride detailhandelsconcepten. Neem Watt Nou: een winkel gespecialiseerd in hippe verlichting en elektrische toebehoren die een groot deel van de omzet via verschillende web shops haalt. Boven en achter de winkel werkt een ploeg van meer dan 10 werknemers aan productontwikkeling, websitebeheer en de verwerking en verzending van internetbestellingen. Voor de eigenaar is de verbinding tussen de winkel en de webwinkel essentieel. Net als de vestiging aan de Nieuwe Binnenweg, omdat het een aantrekkelijke plek is om te werken en het goed bereikbaar is voor zijn werknemers die in de omgeving wonen. De vraag is echter of dit zo kan blijven als de webwinkel verder doorgroeit. Verhuizing naar een bedrijventerrein dreigt als de onderneming geen groeiruimte krijgt op de Nieuwe Binnenweg. Dan verdwijnt een belangrijk deel van de arbeidsplaatsen uit het Oude Westen en is het nog maar de vraag of de winkel een lang leven is beschoren.

Foto www.moritzbernoully.com
Foto www.moritzbernoully.com

Hybride ondernemingen zoals Watt Nou tonen aan dat er nieuwe kansen liggen om het economisch potentieel van straten als de Nieuwe Binnenweg te benutten. Door de combinatie van detailhandel, productie en distributie neemt de werkgelegenheid toe, ook voor de working class uit de omliggende buurten. Dit gaat echter niet vanzelf. Het is essentieel dat de gemeente haar verantwoordelijkheid voor de publieke zaak neemt en verkent hoe deze nieuwe economie zich kan nestelen op de Nieuwe Binnenweg en voldoende bewegingsruimte houdt voor toekomstige groei. Als dat lukt is er niet alleen toekomst voor Arts, Boutiques en Café’s, maar blijft het ook een straat waar gewerkt wordt en alle verschillende bevolkingsgroepen uit de omliggende wijken terecht kunnen en elkaar ontmoeten. En dan niet alleen menging van mensen of verschillende soorten detailhandel, maar vooral ook menging met working class bedrijvigheid. Dit vraagt van architecten en stedenbouwkundigen nieuwe vaardigheden om binnenstedelijke gemengde milieus te realiseren. De afgelopen jaren is alle aandacht van ontwerpers uitgegaan naar een nieuw evenwicht tussen stromen en verblijven. Voor De Nieuwe Binnenweg van de toekomst wordt het essentieel om met net zoveel creativiteit oplossingen te vinden voor de goede inpassing van meer logistiek en distributie zodat kansrijke hybride concepten zoals Watt Nou een toekomst hebben in de stad.

Foto www.moritzbernoully.com
Foto www.moritzbernoully.com

Vanuit het veld
Een reactie van Marieke de Keijzer en Marlou de Jonge (STEK)

Na het posten van het artikel op onze facebook ontstond er bij STEK discussie. Moeten we dit stuk over de Nieuwe Binnenweg wel op onze pagina laten staan? Wij herkennen ons niet in de kritiek, worden ook niet genoemd, maar staan wel met onze neuzen op de foto. Wat is nu eigenlijk het punt dat Wouter Veldhuis in zijn artikel probeert te maken? Hangt er een dreigende wolk boven de Nieuwe Binnenweg?

De kritiek van de schrijver uit zich richting de gemeente en de hippe ondernemers die onvoldoende oog hebben voor de sociale dynamiek in de wijk. En daar stappen wij moeilijke overheen. We kunnen  het niet laten om, vanuit onze ervaring uit het veld, te reageren op dit stuk. Wij willen de schrijver met deze reactie uit zijn nare droom wakker schudden en brengen graag een hoopvoller toekomstbeeld voor de Nieuwe Binnenweg de wereld in. We willen de hoop voor een stabieler ‘ecosysteem’ juist neerleggen bij de ondernemer en de consument.

Twee jaar geleden zijn wij op eigen houtje STEK de stadstuinwinkel begonnen. Zonder financiële ondersteuning vanuit de gemeente en juist met het idee dat de buurtbewoner niet meer met de bus/auto naar de tuincentra hoeft, maar dichterbij huis mooie planten, zaden en tuinbenodigdheden kan halen. Over het algemeen zijn wij niet duurder dan een tuincentrum aan de rand van de stad. Bovendien staan deze ‘working class’ ZZP-ers met passie klaar om iedereen advies te geven over planten, tuinen en het vergroenen van je buurt.

Ons team bestaat uit een stedenbouwkundige, een landschapsarchitect, twee industrieel ontwerpers buitenruimte, een doorwinterde tuinvrouw en een bioloog. Met z’n zessen hebben we een coöperatie gevormd, waarbij we naast onze eigen projecten, allemaal twee dagen per week besteden aan het draaiende houden van de winkel. Uit eigen ervaring kunnen we vertellen dat ondernemen op de Nieuwe Binnenweg heel wat van de initiatiefnemers vraagt. Als winkelier blijf je alleen overeind als je er keihard voor gaat. Grote winst uit de winkel verwachten we niet, als we maar quiet draaien. Dit is geen zielige verhaal, want we hebben er heel erg veel plezier in. Bovendien is de winkel een prachtig uithangbord voor onze opdrachtgevers. Want naast het draaien van de winkel, werken we vanuit STEK namelijk aan groene buitenruimteontwerpen in allerlei soorten en maten.

Toegegeven, ergens trapt de schrijver ons op de tenen door te stellen dat ‘veel nieuwe ondernemers handig gebruik maken van een ‘urban identity’ die de happy hipster aantrekt’. Bijna iedere bewuste Nederlander weet hoe lastig het momenteel is om als winkelier te overleven, dat de kleine ondernemer het onderspit delft ten opzichte van de grote jongens en dat het internetshoppen het er (over het algemeen) niet makkelijker op maakt. Ik zou iedere Rotterdammer willen oproepen om niet alles in de supermarkt te kopen of online te bestellen, maar om de kleine ondernemers te steunen. Hoe zou ‘een stadstraat als ecosysteem’ er uit zien als geen winkelier zijn kop boven water houdt?

Het artikel begint met een heleboel waardevolle opmerkingen over de rol van winkels bij de sociale dynamiek van de straat en over de diversiteit van wijkbewoners met verschillende achtergronden, leeftijden en levenswijzen. Mooi. De schrijver heeft sympathie voor de fysieke transformatie die de Nieuwe Binnenweg is ondergaan, maar  waarschuwt; de stadstraat is een kwetsbaar ecosysteem. Als je de stadstraat beschouwd als ecosysteem, wat voor STEK-ogen natuurlijk een prachtige beeldspraak is, zijn wij het eens. De stadstraat is een kwetsbaar ecosysteem, zoals veel ecosystemen. Allemaal waar.

Door de diversiteit aan winkels, horeca en andere ondernemingen, voelen wij ons juist zo thuis op deze plek. Die diversiteit maakt deze straat interessant. Naast de genoemde ‘hipsterwinkels’ en delicatessezaken zijn hier veel kleine exotische buurtwinkels, diverse soorten café’s en iets van 50 kapperszaken waar elke buurtbewoner zijn favoriet uit kiezen kan. De gemeente zet in op minder belwinkels en een stop op het aantal kappers. Dat lijkt ons geen bedreiging voor het gemixte straatbeeld.

We zijn ons bewust van de kwetsbaarheid van het stads-ecosysteem. De Nieuwe Binnenweg is in ontwikkeling, maar we zijn er nog lang niet. Er staan nog genoeg panden in onbruik te wachten op een enthousiaste ondernemer. Dat is jammer, want in onze ogen draagt een open activiteit in de plint en levendigheid op straat bij aan een prettigere sfeer op straat. Kortom, begin een zaak en draag een steentje bij!

Tenslotte begrijpen we niet dat de schrijver enerzijds zijn enthousiasme uit over nieuwe hybride winkel-concepten en vervolgens de oproep doet aan architecten en stedenbouwers om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen om daarmee binnenstedelijke gemengde milieus te realiseren. Hoezo architecten en stedenbouwers? De fysieke transformatie was toch goed gelukt? Ging de kritiek hierin niet uit naar de rol van de overheid? En is de maakbaarheid van een stadstraat inderdaad ook niet voor een groot deel in handen van degenen die nieuwe winkelconcepten ontwikkelen, ‘de handen uit de mouwen steken’ en ondernemen op de Nieuwe Binnenweg?

Natuurlijk, met alleen een winkeltje ben je er nog niet. We zijn het eens dat een winkel met een functie van sociale ontmoetingsplek van wezenlijk belang is voor de straat en de wijk. Maar in onze ogen is het hier niet zo gesegregeerd als de schrijver nu doet vermoeden.

Om de schrijver te verlossen van het sombere toekomstbeeld van de Nieuwe Binnenweg willen we hem graag uitnodigen om een dagje mee te draaien in onze winkel. Hij zal dan met eigen ogen zien wie hier allemaal binnen komt wandelen. Een heel divers publiek.  Hipsters ja, maar vooral ook gezinnen met kinderen, ouderen die een praatje willen maken, ‘immigranten’ op zoek naar exotische zaden en buurtbewoners die stekjes komen brengen. We hopen dat de schrijver na zo’n dag bij STEK een wat motiverender artikel zal schrijven over hoe ondernemers tegenwoordig aan hybride concepten werken en hoe zij daarbij, samen met de bewoners, een bijdrage leveren aan de buurt.