Feature —

Klusflat Kleiburg: minimalisering voor maximaal resultaat

Vincent Kompier

De grootschalige sloop- en nieuwbouwplannen in de Bijlmermeer nemen met de succesvolle renovatie van de flat Kleiburg een andere wending. Betekent renovatie van deze galerijflat een ommekeer in het denken over wat te doen met naoorlogs erfgoed?

Kleiburg. Foto Marcel van der Burg

“Bijlmerflat Kleiburg gaat plat” kopte woensdag 29 december 2010 het Amsterdamse Het Parool. Dat was een finale beslissing van een geschiedenis die in 1968 is begonnen. Toen werd Kleiburg met 500 galerijwoningen opgeleverd in de K-buurt, als onderdeel van de roemruchte Amsterdamse wijk Bijlmermeer. De wereldwijd bekende nieuwbouwwijk waar de CIAM-functiescheidingsprincipes tot in het uiterste zijn doorgevoerd.

Midden jaren tachtig riep een groep actieve bewoners de status van Bijlmermuseum uit voor dit deel van de Bijlmermeer. Het werd weliswaar geen echt museum met een Museumjaarkaartstatus, maar een gebied binnen de Bijlmermeer waar het oorspronkelijke karakter van de wijk het minst zou worden aangetast door de oprukkende vernieuwing. Tot die vernieuwing van de wijk was besloten, nadat leegstand en verloedering de wijk teisterden. De helft van alle galerijflats is daartoe gesloopt en vervangen door middelhoogbouw en laagbouw. De flats die bleven staan, werden gerenoveerd.
Eenzelfde lot hing Kleiburg, onderdeel uitmakend van het Bijlmermuseum, ook boven het hoofd en het wachtte het rustig op uitvoering van renovatie. Het renovatieplan een van de vele plannen, voor deze flat zijn stapels plannen en ideeën gemaakt, inmiddels bijna net zo hoog als de flat zelf. Zoals het uiterst spectaculaire idee van architect Greg Lynn uit 2005, dat als sluitstuk van de renovatie van de flats binnen het Bijlmermuseum zou gaan worden. Zijn voorstel bestond uit het toevoegen van een mix van liften, roltrappen, hellingbanen en trappen aan de gevel om zo de flat van 500 woningen op te delen in verschillende buurten.

Kleiburg. Foto Marcel van der Burg

Flateigenaar woningstichting Rochdale had de flat in 2010 al van haar oorspronkelijke bewoners ontdaan om met het renovatieplan van Henk van Schagen Architecten aan de slag te gaan, toen zij er opeens geen brood meer in zag. De kosten voor renovatie zouden te hoog uitkomen. Sloop was volgens hen de enige optie. Al eerder waren binnen het Bijlmermuseum onder felle protesten oude galerijflats gesloopt: Koningshoef en Grunder. Sloop van Kleiburg zou het fundament onder het Bijlmermuseum wegslaan, zo vreesden sommigen. De kritiek op de sloopplannen deed Rochdale kiezen voor de één-euro-tactiek. Partijen met goede voorstellen voor de toekomst van Kleiburg mochten met elkaar in concurrentie. De plannen zouden worden beoordeeld door Rochdale en Projectbureau Vernieuwing Bijlmermeer. In ruil voor één euro zou Rochdale de flat overdoen aan de partij met het beste plan. Februari 2011 dienen achttien partijen plannen in, waar na selectie vier partijen overbleven die vanaf juni 2011 hun plannen mochten uitwerken. Het voorstel van het Consortium De Flat om van Kleiburg een klusflat waren voor Rochdale en Projectbureau Vernieuwing Bijlmermeer dermate interessant dat met hen werd doorgepraat over hun voorstel.

Kleiburg. Foto’s Marcel van der Burg

Consortium De Flat bestaat uit een gelegenheidscombinatie van Hollands Licht (conceptarchitect Martijn Blom), KondorWessels Vastgoed (ontwikkelaar Willem Gaymans), Vireo Vastgoed (financieel adviseur Frank Zwetsloot) en Hendriks CPO (conceptontwikkelaar Hella Hendriks). Voor de planontwikkeling is samengewerkt met NL Architects, Rappange en Partners en XVW architectuur. Zij hebben het idee om van Kleiburg een klusflat te maken uitgewerkt.

Potentiële klussers krijgen zoveel mogelijk vrijheid binnen het te renoveren casco en worden tegelijkertijd ‘ontzorgt’. Die vrijheid heeft wel (organisatorische) marges. Technisch had alles gekund, Kleiburg kan dat aan, maar procesmatig 500 klussers hun gang laten gaan had aan het onmogelijke gegrensd. Het ontzorgen bestaat uit het procesmatig, financieel en technisch begeleiden van de klussers.
Het Consortium heeft ervoor gekozen om het casco en de gevel een zo neutraal mogelijk uiterlijk te geven. Bij rondgang in de buurt en het bezoek aan reeds gerenoveerde flats viel de architecten van het Consortium op dat ‘meer’ niet altijd ‘beter’ betekent. In de loop der tijd is bij de renovatie van veel Bijlmerflats van alles toegevoegd: extra liften bijgeplaatst, de flat in een fris kleurtje geschilderd, dode begane grond weggewerkt, galerijen gecompartimenteerd. Het Consortium was van mening dat deze overdaad niet de ideale oplossing was. Daarom is voor de ‘minimale’ weg gekozen. Minimaal in de zin van kleurschema, waarbij grijstinten de boventoon voeren. Ook is de grindbetonnen gevel op plekken waar de technische kwaliteit het toeliet schoongespoten. Het grijze karakter brengt rust en geeft Kleiburg zelfs een iets chique uitstraling. Eenvoud en helderheid waren de grondbeginselen bij de renovatie van het casco. Niets is onder vrolijke kleurfacades weggepoetst. Het is eenvoudiger gemaakt waardoor de flat begrijpelijker is geworden. Het is wat het is, dat is het credo van het Consortium. Met dat idee is van de flat, waarvan het casco technisch in een goede staat was, een klusflat gemaakt. De neutraliteit en grootschaligheid aan de buitenkant verbergt een keur aan individuele woonwensen.

Kleiburg. Foto Marcel van der Burg

De vraag waarom de renovatie en verkoop van Kleiburg een succes is – binnen twee jaar ruim 500 kluswoningen verkocht- kent een meervoudig antwoord. Uiteraard speelt die eeuwigdurende krapte op de Amsterdamse woningmarkt een rol. Een groot deel van de kopers komt van buiten de Bijlmermeer en maakt hier zijn entree op de wilde Amsterdamse woningmarkt. De gunstige prijsstelling – 67 vierkante meter vanaf € 73.000,- speelt uiteraard mee. En de mogelijkheid om binnen het gerenoveerde casco een woning zo vorm te geven dat deze voldoet aan je eigen woonwensen. Maar zonder een sterk team, met een krachtige visie op zowel de architectonische kanten van de renovatie als het in de markt zetten van een klusflat en al het andere wat erbij komt kijken, was Kleiburg zeker geen succes geworden.

De manier waarop Kleiburg is gerenoveerd, zowel qua keuze voor de klusmogelijkheid als de inzet van het sterke team voorspelt veel goeds voor de toekomst. Want nog steeds roept veel naoorlogs erf- en vastgoed bij legio partijen associaties op met vies, vervallen en/of omstreden. Daarmee wordt de kans gemist om dergelijke gebouwen een oppepper te geven. De renovatie van Kleiburg kan als voorbeeld dienen voor ander naoorlogs vastgoed, dat staat te smachten om – gerenoveerd te worden. Door ze voorbeeldig te renoveren zonder ze van hun oorspronkelijke karakter te ontdoen kunnen ze weer mee. Met de juiste aandacht en middelen gloort er voor veel naoorlogse gebouwen nog een mooie toekomst.