Column —

Weggooien op architectenbureaus 2: de inbind- & labelhulpen

Mieke Bosse

Opgegroeid met het vergaren en bewaren van dictaten, foto’s, documentatie, brochures, tekeningen en boeken behoor ik tot de generatie weggooiers. We moeten. Onze kantoren puilen uit, onze boekenkasten puilen uit en de archiefkelders zijn voller gestouwd dan de faillisementsuitverkoopkasten van de boekhandel. Zo kan het niet langer. Tussen de ontwikkelingen over het voortbestaan van V&D zitten wij voor de kast en denken: wat moet er uit.

Als je het voorrecht had een plan te maken voor een monument in Amsterdam, kwam daar in het tijdperk vóór het digitale OLO-loket het genoegen bij om de bouwaanvraag op papier in te dienen, in 25-voud. VIJFENTWINTIGVOUD. Moest BWT er nou 15 en MZ 10 of andersom? Heb ik niet onthouden.

Diep in de krochten van de stadsdeelkantoren en hoog op de zolders bij Monumentenzorg dan wel de brandweer zaten overheidsdienaren en archiefmannetjes gebogen over één van de 25 exemplaren van een volledig bestek. In dozen. En dan moesten wij hopen dat het niet in de war raakte.
We klampten ons vast aan de zelfgegenereerde strohalm: er moet op de doos staan wat er in zit. Dus plakten we de mooiste plaatjes op de archiefdozen MET de tekeningenlijst, zodat er op staat wat er in zit en moet blijven zitten.
We kozen de meest aantrekkelijke oude prenten als kaft voor de kozijnstaten MET inhoudsopgave.
We bonden alles in, met de UNIBIND of the WIRE-O.
We leverden 25 prachtige plak-en knipwerkjes in. En hielden er één voor ons zelf.
Het resultaat staat ons op overvolle planken aan te gluren. En de dozen met nog ongebruikte plastic kaften staan ons al maanden aan te kijken, werkeloos. Komt nooit meer wat van. Toch maar een accountje openen op Marktplaats: ‘gratis af te halen’?