Recensie —

Buitengewoon Byzantium

Lindy Kuit

Wat te doen met het werk uit de vorige eeuw van het Office for Metropolitan Architecture van Rem Koolhaas? De vraag stellen is hem beantwoorden. De redactie van OASE neemt in het nieuwste nummer de eerste tien jaar van OMA ’s architectuurproductie onder de loep. Als extra publiceert ArchiNed een revisited aan het Byzantium (1985-1991) van Lindy Kuit (1992).

Foto Jonathan Rieke
Foto Jonathan Rieke

“Een toonbeeld van smakeloosheid en arrogantie” en zelfs “een mateloze deceptie”, luidde destijds het oordeel van enkele architectuurcritici. Max van Rooy karakteriseerde het in het NRC Handelsblad als “in architectonisch opzicht schraal en oninteressant”. Het gebouw in kwestie is het complex Byzantium dat zich op een prominente plek in de stad Amsterdam bevindt; aan de Stadhouderskade grenzend aan het Vondelpark. OMA ontwierp het multifunctionele gebouw in de jaren tachtig, waarna het opgeleverd werd in april 1991.

Het gestigmatiseerde Byzantium verdient een herijking. Welke omstandigheden kenmerkten de bouw van het complex en hoe staat het er vandaag de dag bij?
Koolhaas zelf doet voorkomen dat hij geen bijzonder warme gevoelens voor het Byzantium koestert. De wijze waarop hij Byzantium behandelt in zijn kolossale 1344 pagina’s tellende S, M, L, XL (1995) is veelzeggend: in acht pagina’s worden aan de hand van een cynisch stripverhaal – getekend door zijn zoon Tomas en Louis Price – enkel het turbulente proces rondom de aanbesteding van het complex uit de doeken gedaan. Zes partijen – ontwikkelaar met zijn architect – moesten een ontwerp indienen. De relatie tussen Koolhaas en zijn ontwikkelaar was ‘moeizaam’. “I want it urban; you want it suburban. I want a round window; you make it square… Why the hell did you hire me?”, roept stripfiguur Koolhaas uit. Desalniettemin won team OMA, naast Koolhaas onder meer bestaande uit Kees Christiaanse en Ron Steiner, de prijsvraag en werd het gebouw bestaande uit kantoren, luxeappartementen, winkels en een parkeergarage, in een kleine vier jaar tijd gebouwd.

Het ontwerp is gebaseerd op een eenvoudige strokenverkaveling: drie stroken lopen parallel aan elkaar en bestaan ieder uit meerdere blokvormige volumes. Deze volumes zijn verschillend van aard; vooral de zijde aan het Vondelpark kenmerkt zich door een opvallend lager bouwdeel. Hoe simpel het ontwerp ook klinkt, een bezoek aan Byzantium leert dat het complex zich vooral toont als een ingewikkelde, driedimensionale collage. De zijde aan de Stadhouderskade volgt de kromming van de straat en wordt, van afstand bezien, gekenmerkt door een curieus, goudkleurig en uitstekend element dat het midden houdt tussen het topje van de verkeerstoren van Schiphol en de bonbonnière op de Van Nellefabriek. De plint wordt gevormd door een diagonale, eveneens goudkleurige luifel met daaronder winkels. Op de hoek van de Stadhouderskade met de  Tesselschadestraat bevindt zich een markante en iets hogere kantoortoren. De elementen zijn afzonderlijk beschouwd ingetogen, samen vormen zij een caleidoscopisch geheel.

De zijde gelegen aan het Vondelpark is eenvoudiger en minder chaotisch. Ruime balkons, terrassen en strakke, horizontale lijnen bepalen hier het beeld. De lichte, blauwgrijze steensoort die gebruikt is, straalt kalmte uit en maakt het geheel bijna onopvallend ten opzichte van de blauwe lucht. Ook de gevel aan de Tesselschadestraat heeft weinig overeenkomsten met de chaotische ‘voorzijde’. Brede strookramen en een zorgvuldig ingepaste in- en uitgang van de parkeergarage kenmerken deze zijde van het Byzantiumcomplex.

Foto JPMM
Foto JPMM

De ingang naar de luxeappartementen aan de Stadhouderskade is hermetisch afgesloten en niet toegankelijk voor bezoekers, mits een vriendelijke bewoner – zoals in mijn geval – toegang verschaft. De ontvangsthal zet de toon: marmeren wanden en een granieten vloer glinsteren in het zonlicht. De daarop volgende gang is behangen met kunstwerken en is voorzien van een licht hellend plafond. De brede ramen laten een prettige hoeveelheid licht door en geven zicht op de terrassen en balkons. Het interieur is strak en eenvoudig, maar door de natuurstenen elementen ook luxueus.
Oriëntatie is echter een lastige opgave. Het is – al staande in de hal en de gang – volstrekt onduidelijk hoe het complex ingedeeld is en hoeveel verdiepingen het telt. Het trappenhuis zit verstopt achter een deur die eerder naar privédomeinen lijkt te leiden.

Toch valt de lichte verwarring die men ervaart in het complex, in het niet bij het aanschouwen van de gevel aan de Stadhouderskade. De goudkleurige bonbonnière – die in het oorspronkelijke ontwerp een horeca-functie had, maar tot Koolhaas’ grote spijt nu de woonkamer vormt van een van de luxeappartementen – leidt al balancerend op de linker bovenhoek een eenzaam bestaan. Ook de diagonale luifel stoort. Echter, wie een stevige wandeling rondom het complex maakt, zijn ogen de kost geeft en door de twee iets te grote en aanstellerige goudkleurige elementen heen kijkt, zal een buitengewoon complex en rijk Byzantium ervaren.