Recensie —

Reizen door het vooruitstrevend verleden

Otakar Máčel

Het Oostblokboek heeft als ondertitel: een reis langs de sporen van het communistische verleden. Een tocht langs nostalgie met een zwarte rand.

VDNKh, Moskou. Foto Taema Dreiden

Lenin onder water zien? Ja dat kan! Bij kaap Tarhankut op de Krim kunnen duikers sinds 1992 op 12 meter diepte de beelden van de kameraden Stalin en Lenin bekijken. Of dat na de recente annexatie van de Krim door Rusland nog steeds kan, is de vraag, want de gids van het Oostblok, waar een prachtige, bijna surrealistische foto van door zeealgen begroeide Lenin te aanschouwen is, verscheen nog voor deze roerige gebeurtenissen.
Het Oostblok is niet meer, er zijn alleen nog wat sporen van over. Die zijn nogal verspreid, omdat het geopolitieke begrip Oostblok, als men in Europa wil blijven, een groot territorium bestrijkt: van het Oeral gebergte tot Berlijn en van Sint Petersburg tot Rijeka in Kroatië. Behalve dat het om een uitgestrekt gebied gaat, gaat het ook om een heterogeen gebied: verschillende geschiedenissen, talen en culturele tradities. Wat hen bindt is het gemeenschappelijke communistisch verleden van grofweg 1948 tot 1989, daarvoor was de ontwikkeling nogal verschillend en daarna inmiddels ook. Daarom zijn de sporen van het communistisch verleden ook vaak verschillend.

Wat voor sporen zijn dat? Doorgaans de dezelfde als elders en van andere tijden: paleizen, tempels en andere gedenkwaardige gebouwen, monumenten van overwinningen en successen en bijzondere locaties, die van het bizarre verleden getuigen. De tijdelijke en de meest karakteristieke documenten zijn er niet meer, in 25 jaar is een en ander verwijderd. Ik heb het dan over  de opschriften met slogans op gebouwen, aan het begin van een dorp, bij ingangen van fabrieken en sportterreinen, doorgaans voorzien van een rode ster en of hamer en sikkel: “Het landbouwcoöperatief  van …  groet de gedelegeerde van het XXVste Partijcongres”, “De Sovjetvrouw in het verkeer – ons voorbeeld” of “Met de Sovjet-Unie tot de eeuwige tijden”, waar men in Tsjechoslowakije na 1968 toch voor de zekerheid aanhad toegevoegd “en nooit anders”. Deze sporen zijn dus op de meeste plaatsen verdwenen, afhankelijk van de wil het verleden achter zich te laten.
Omdat het thema breed en heterogeen is heeft de redactie gekozen voor een ordening van de gids naar land en dat in de gedaante van voor 1989. Dus de Sovjet-Unie, met uitzondering van Wit-Rusland, de DDR, Tsjechoslowakije en Joegoslavië. Per land is een inleiding en een aantal onderwerpen te vinden, tussen de landensecties zijn ‘themakaders’ geplaatst, teksten over algemene, met het reële socialisme verbonden onderwerpen zoals het Oostblok hotel, nieuwe straatnamen, sport, maar ook Oostblokkeuken of beeldenparken.

Palast der Republik, Berlijn. Foto Eko turizam u BiH (Tri doline)

De meeste standbeelden uit de communistische periode, die zich nog in de openbare ruimte bevinden, zijn oorlogsmonumenten. Ook in de voormalige satellietstaten zijn monumenten voor de gevallen Sovjetsoldaten. Hoewel soms omstreden, zoals in de Baltische landen, blijft deze herinnering meestal intact. Een bijzondere soort zijn de oorlogsmonumenten uit voormalige Joegoslavië. Zij zijn geen dankbetuiging en herinnering aan het Rode leger, maar aan de partizanenoorlog en zijn vaak abstract. Dat laatste is in het Oostblok een uitzondering – abstractie in de beeldende kunst was net zo entartet als in het Derde rijk, maar Tito’s regime was daarop een uitzondering. In de gids zijn ook twee bijzondere monumenten opgenomen: Stalin standbeeld in Praag en het Karl Liebknecht-Rosa Luxemburg monument in Berlijn. Het Praagse monolieten beeld werd pas in 1955 onthult, twee jaar na Stalins dood en één jaar voor de destalinisatie rede van Chroesjtsjov. Het was het grootste Stalin monument buiten de Sovjet-Unie dat te laat was opgericht en te groot was om het snel en onopvallend te ontmantelen. Pas in 1962, met behulp van dynamiet, werd het werk verwijderd. Er bleef een sokkel over. Het abstracte monument (Gedenkstätte) in Berlijn werd door Mies van der Rohe in 1926 ontworpen, die niet in de gids wordt genoemd, en werd door de nazi’s gesloopt. Na de oorlog werd deze jeugdzonde van Mies van der Rohe door het DDR regime herbouwd, zonder medewerking van de architect – hij wilde niet.
De meeste beelden van de communistische heiligen werden verwijdert en soms in een beeldenpark geplaatst. Deze socialistische beeldenparken zijn een aparte fenomeen, soms lijken zij alleen op een lapidarium, maar soms, zoals het Memento Park in Boedapest of het Museum voor Socialistische kunst in Sofia zijn ze iets tussen een museum en een pretpark in. Hier staan niet alleen de communistische politici en de aartsvaders Marx & Engels, maar ook soldaten, arbeiders en boerinnen in steen of brons te bewonderen. Het beeldenpark onder water, waar je moet duiken om de groten van het socialisme en communisme te kunnen zien, is een uitzondering.

Spread uit het besproken boek

In de gids neemt de architectuur niet zo’n prominenten plaats. Er zijn enkele neoklassieke gebouwen die het socialistische realisme vertegenwoordigen, zoals het hoofdgebouw van de Landbouwtentoonstelling in Moskou uit 1954, het hoofdkwartier van de KGB in Minsk, dat als een Korinthische tempel opgetrokken is, en de socialistische wolkenkrabber naar Sovjetmodel in Warschau uit 1955. Dit laatste is in de gids trouwens een gemiste kans. Als de redactie meer coördinerend werk zou hebben gedaan, dan zou de lezer kunnen zien, dat zulke architectuur ook in Praag, Boedapest en Boekarest als geschenk van het Sovjetvolk toen is verrezen.
Als een laat voorbeeld van een soort socialistisch realisme is er nog het immense paleis van Ceaușescu in Boekarest. Maar er zijn ook andere voorbeelden zoals de replica van het koninklijke paleis in Warschau, dat in 1944 werd verwoest en in 1980 herbouwd werd. Heel anders verging het in Berlijn, waar de DDR Behörden het Pruisische koninklijk paleis in 1950 sloopten en pas in 1976 vervingen door een modernistisch Paleis van de Republiek. Nu hebben de verenigde Duitsers dit paleis weer gesloopt, om de replica van het koninklijke bouwsel daar te bouwen.

Maar er zijn in de gids ook andere gebouwen opgenomen: de flats en de hotels, die niet zozeer om hun architectuur gepresenteerd zijn, maar als sociologisch fenomeen. Tussen de gebouwde bijzonderheden vind de lezer een moderne kerk in Krakau (1977), de zeer hedendaags ogende Nationale bibliotheek in Minsk (2006), maar ook de bunkers, die het regime van Enver Hoxha in Albanië in de zeventiger en tachtiger jaren liet bouwen. Een heel netwerk, om de potentiële aanvallers af te weren, want aan het eind van zijn bewind had Albanië op de wereld alleen de Chinese Volksrepubliek als bondgenoot. Last but not least moet  de nieuwe stad in de DDR genoemd worden, de Stalinstadt, het enige stedenbouwkundige voorbeeld in de gids, dat een afbeelding toont van een brede straat met neoklassieke gevels, die toepasslijk Straβe der Jugend  heet. Deze nieuwe industriestad stad, in 1953 officieel ingewijd, heet sinds 1961 Eisenhüttenstadt, maar heeft weer vergelijkbare parallellen in andere Oostbloklanden: Nowa Huta in Polen, Sztálinváros in Hongarije, Dimitrovgrad in Bulgarije en Ostrava-Poruba in Tsjechoslowakije.

Jablanica, Bosnië. Foto Istvan

En dan is er nog de categorie bijzondere locaties met sporen uit het communistische verleden. Deze is nogal divers. De meest bizarre locatie in de gids is de ingestorte brug over Neretva in Jablanica in Bosnië. Om die brug hebben de partizanen met de Duitsers gevochten. De brug werd door de partizanen opgeblazen, de resten later door de Duitsers vernietigd. Na de oorlog werd de brug weer opgebouwd, totdat maarschalk Tito had besloten, dat de heroïsche gevechten van toen verfilmd moesten worden en de vernietiging van de brug niet in een atelier met een maquette gefilmd mocht worden, maar ‘in natura’. De brug werd echt opgeblazen, maar de rookontwikkeling verhinderde het filmen, waardoor de hele sequentie toch in het atelier opgenomen moest worden. De brugruïne is er nog steeds.

Andere curiosa zijn bijvoorbeeld het ondergrondse Museum van de Pers of de Kruisheuvel in Litouwen. Het persmuseum is eigenlijk letterlijk en figuurlijk een ondergrondse drukkerij waar samizdatlectuur werd gedrukt – de Kruisheuvel bestond al in 19e eeuw als gedenkplaats eerst voor de tsaristische en later dan voor de Sovjetslachtoffers. Nogal vreemd als een monument van het socialisme zijn de 142 meter lange trappen in Odessa, die vooral bekend zijn van de Eisensteins film Pantserkruiser Potjomkin uit 1925. Dankzij de film zijn de trappen een cultuurhistorisch bedevaartsoord voor de liefhebbers, maar de trappen werden al in 1841 gebouwd door Francesco Boffo uit Sardinië.

Spread uit het besproken boek.

De thema- en begeleidende teksten zijn nogal verschillend van precisie en zwaarte. Zo slaat de thematekst over de Oostblokhotels op de toestand tot in de jaren negentig, daarna, afhankelijk van het land, veranderde de situatie. De tekst suggereert, dat je ten oosten van Duitsland en Oostenrijk nog steeds geen fatsoenlijk hotel kunt krijgen, maar dat is toch echt onzin. Ook het hoofdstuk Oostblokkeuken vat het thema nogal eenvoudig samen en er wordt geen verschil word gemaakt tussen de door de socialistische economie verwaarloosde eetcultuur en de culinaire tradities zelf. Andere teksten, zoals de globale kenschets van het socialistisch realisme is goed en helder. En het stuk over het lot van de straatnamen is hilarisch. Soms hebben de Duitse bezetters de namen gewijzigd, daarna de communisten, toen het nieuwe postcommunistische regime en soms daarna weer een regering van een andere politieke kleur, zoals in Hongarije. Wat de teksten over de verschillende landen betreft hangt de inhoud af van desbetreffende auteur, want in de korte, samenvattende teksten kan men niet tot in details gaan. Ze zijn, denk ik, informatief en ter zake. Het Oostblokboek maakt aan de ene kant in de keuzes van de onderwerpen een enigszins willekeurige indruk, anderzijds biedt het voor de lezer een aantal verassingen, en zeker inspiratie voor een bijzondere – al dan niet imaginaire – reis.

Spread uit het besproken boek.