Column —

Weggooien op architectenbureaus 3: geld is GEEN criterium

Mieke Bosse

Opgegroeid met het vergaren en bewaren van dictaten, foto’s, documentatie, brochures, tekeningen en boeken behoor ik tot de generatie weggooiers. We moeten. Onze kantoren puilen uit, onze boekenkasten puilen uit en de archief kelders zijn voller dan de wachtrij bij de zorgloketten. Zo kan het niet langer. Tussen de updates over de pgb-formulieren-achterstand zitten wij voor de kast en denken: wat moet er uit.

Het leek een goed idee, amateur-juridisch gesproken, om de wettelijke context van een project te bewaren. Voor als- je weet immers nooit. Daarom staan er allerlei Wetten, Normen en Regels op een rijtje in de kast. En: de SR 1997, Standaardregelingen voor Architecten. Die gold altijd.

In die regeling staat hoe je het honorarium moet berekenen. Als je voor een woningbouwvereniging een ontwerp moest maken was dat een magische formule, waarin het aantal woningtypes en de ingewikkeldheid gedeeld werden door iets met aanneemsommen zonder constructie en installatie en dan wist je wat je kon vragen. Dat wist dan iedereen. Altijd dezelfde uitkomst, voor alle opdrachtgevers en voor alle architecten – zoiets kun je in het huidige concurrerende tijdsgewricht niet meer voorstellen. De reden daarvoor lag in het wijdverbreide en heilige geloof dat Geld geen criterium mocht zijn bij de architectenkeuze. Daarom lag het honorarium vast. Daarmee kon het gesprek verder gaan over de inhoud, de ambitie, de aanpak en de samenwerking met de opdrachtgever. In samenspraak met de bewoners werd een architect gekozen, en nooit was geld een criterium. Dat verschil, daar word je stil van.