Recensie —

Mevrouw Meijer wacht op antwoord

Willemien van Duijn

Het lot van sobere naoorlogse scholen die niet meer aan de eisen van deze tijd voldoen hoeft geen sloop-nieuwbouw te zijn. In het ABC in Haarlem is een expositie te zien over de herbestemming van deze scholen….naar scholen.

Foto's van de auteur.
Foto’s van de auteur.

Negen jaar woon ik Amsterdam Noord, negen jaar lang kom ik op mijn weg richting de supermarkt langs een school. Een gebouw uit de jaren zestig, uitgebreid met noodgebouwen: gestapelde units in een onbestemde schuurpapierkleur en -structuur. Negen jaar geleden keek ik nog naïef uit naar de komst van de permanente uitbreiding van de school. Inmiddels zijn er kinderen uit mijn buurt als kleuters begonnen in deze onbestemde tijdelijkheid en hebben deze acht jaar later verruild voor de middelbare school.
Al die jaren hebben deze units de schooldagen van een hele generatie kinderen bepaald. Wat een triestheid. En ik? Ik merk dat ik inmiddels ook een zekere blindheid heb ontwikkeld voor deze lelijke plek in mijn buurt. Ik verwacht niet meer dat deze school zal transformeren tot een inspirerende leer- en speelplek voor haar kinderen.

Het is Stichting Mevrouw Meijer die zich inzet om die blinde vlekken die schoolgebouwen heten, zichtbaar te maken. Het pleidooi van Mevrouw Meijer luidt: “De school is een van de belangrijkste plaatsen in het leven van een kind. Kinderen brengen er een groot deel van hun tijd door. Een school zou alleen al daarom moeten aanvoelen als een tweede huis, veilig, vertrouwd, overzichtelijk en inspirerend. Hier passen prachtige schoolgebouwen bij die optimisme belichamen en een ervaring van schoonheid bieden. Scholen vereisen daarom aandacht, zorgvuldigheid en liefde. Ga er nooit achteloos mee om. Beknibbel niet op het venster op de toekomst. Vanuit die invalshoek kun je ook bestaande scholen, met hun vele jaren trouwe dienst, herwaarderen en benutten als scholen van de toekomst.” In het ABC-architectuurcentrum te Haarlem is tot en met 21 juni de tentoonstelling ‘Herbestemmen van school naar school’ te zien. Een expositie over drie naoorlogse Haarlemse scholen, waarvoor op initiatief van de Stichting Mevrouw Meijer voorstellen zijn gemaakt.

Want de laatste jaren worden naoorlogse schoolgebouwen bij bosjes afgebroken. Boekhoudkundig afgeschreven en daarom vaak rijp bevonden voor de sloop. Maar zo stelt Mevrouw Meijer, het zijn de werkpaarden van het onderwijs uit de periode 1945-1980. Dus wat nu als deze scholen ‘hergebruikt’ zouden kunnen worden? Wat als de wensen en eisen van nu gewoon in een gebouw van toen passen? Hoe is eigenlijk de verhouding, opbrengsten/inkomsten en hoe duurzaam zou deze aanpak zijn? Volgens de berekening van Mevrouw Meijer liggen de kosten bij behoud/renovatie zelfs lager dan wanneer er sprake is van sloop plus nieuwbouw.
Hoe zit het met de duurzaamheid? Die schoolgebouwen van toen zijn energetisch toch allemaal zo lek als een mandje? Wel zegt Mevrouw Meijer: “Ook de milieu-impact is bij renovatie kleiner dan bij nieuwbouw. Voor het zelfde geld als een krappe nieuwe school is een royale ‘levensverlengende renovatie’ of een complete metamorfose mogelijk.”
Goed, een gerenoveerd gebouw gebruikt meer energie dan een nieuw gebouw, maar de milieubelasting van nieuwbouw is dusdanig groot dat op korte en middellange termijn het extra energieverbruik van bestaande bouw wordt overschreden. Het klinkt allemaal veelbelovend, maar is er ook nog wat van deze naoorlogse soberheid te maken? De helder opgezette expositie in het ABC toont het resultaat van het ontwerponderzoek. Acht architectenbureaus en een groep studenten van de TU Eindhoven hebben de drie scholen onder handen genomen als een volwaardige architectonische opgave, niet ‘slechts’ als een bouwtechnische renovatieklus.

Wanneer een school voor meer dan 50% door de overheid wordt gefinancierd is deze school aanbestedingsplichtig. De opgaven werden voorgelegd aan bureaus die waarschijnlijk niet allemaal, of misschien wel geen van alle, volgens de meestal door bouwmanagementbureaus opgestelde aanbestedingsregelingen in aanmerking zouden komen voor een dergelijke opdracht. Omdat de bureaus niet voldoen aan  de gevraagde omzetten, bankgaranties ontbreken, beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen het gevraagde niet dekken, en niet te vergeten het ontbreken van minstens één reeds gerealiseerde school in het portfolio die vaak nog aan specifieke, vergelijkbare eisen moet voldoen als de opgave. Veel kleine maar zeker ook grotere architectenbureaus vallen buiten de boot en komen ook met de allerbeste ideeën voor het schoolontwerp toch niet in aanmerking voor een dergelijke opdracht.
Ook dat maakt dit ontwerpend onderzoek zo nuttig. Door het hele land zijn in de naoorlogse jaren vergelijkbare scholen gebouwd als die nu in het ABC te zien zijn. “De ontwerpen dicteren niet hoe het zou moeten, maar laten zien wat je zou kunnen willen.” Een breed professioneel publiek als gemeenten, schoolbesturen en andere betrokkenen wordt nu door Mevrouw Meijer uitgenodigd om de mogelijkheden van hun scholen te aanschouwen.

En de mogelijkheden zijn divers! Zoekt het ene bureau het met name in het wijzigen van de interne verkeersstructuur, het andere voegt juist een hele nieuwe externe verkeersstructuur toe. Laat het ene bureau alle bestaande gebouwen volledig in hun waarde, gaat het andere bureau (toch) over op grootschaliger sloop. Opent het ene bureau de school juist meer naar de wijk, maakt het andere bureau van de school eerder een beschermde wereld op zich. Vaak zijn het ogenschijnlijk eenvoudige ingrepen die de plattegrond een ongekende oppepper geven. Behalve dat de scholen er, in ieder geval in de presentaties, direct veel aantrekkelijker uitzien bieden de ontwerpsuggesties veel mogelijkheden voor breder gebruik, voor de school maar ook voor de wijk. Bovendien zien de scholen er nog steeds uit als school en niet als bedrijfsgebouw, wat bij uitbreidingen van nieuwe scholen nogal eens het resultaat is. De wens om een nieuwe school in de toekomst te kunnen herbestemmen voor een andere functie of om meerdere gebruikers te kunnen faciliteren resulteert in uniformiteit; de schoolgebouwen krijgen een nietszeggend karakter. Maar herbestemmen is vaak juist zo interessant wanneer het oorspronkelijke karakter van de plek, van de geschiedenis nog voelbaar is. Het verklaart de populariteit om vooroorlogse schoolgebouwen te transformeren tot woningen.

Er is geen ander gebouw in de wijk waar zoveel kinderen en volwassenen herinneringen aan hebben als aan een schoolgebouw. De eerste keer dat ik oog in oog stond met de toekomstige school van mijn kinderen, ging mijn architectenhart niet direct sneller kloppen. Maar anders dan het schuurpapieren bijgebouw op weg naar de supermarkt is deze school wel herkenbaar als school, in het hart van de wijk. En dit hart is net zo oud als de wijk zelf en klopt al die jaren mee met de kinderen en volwassenen. Veel volwassenen die nu als ouder op school rondlopen, renden tientallen jaren geleden als kleuter door dezelfde gangen. Want ook de school van mijn kinderen is een typisch voorbeeld van een lieu de mémoire, zoals Mevrouw Meijer zo mooi de term van de Franse historicus Pierre Nora toepast. Het is een van de plaatsen waar heden en verleden met elkaar in contact komen. Het is een plek waar mensen herinneringen voor het leven opbouwen en daarmee bouwen aan hun eigen maar ook aan een collectieve identiteit. Want zo zegt Mevrouw Meijer: “Scholen zijn niet alleen belangrijk in het leven van kinderen, maar ook in het leven van de volwassenen die zij later zullen zijn.” Daarom schoolbesturen en gemeenteraden, bezint voordat u met sloop begint.