Recensie —

Over schoolmeesters en grindpleinen

Alexander Herrebout

Aan de hand van 12 prijsvragen die tussen 1947 en 2006 zijn georganiseerd, geeft Lodewijk Wiegersma in Schetsen aan een betere omgeving een nieuw perspectief op de ontwikkeling van het vak van tuin- en landschapsarchitectuur.

spread4
spread uit besproken boek

Hoe heeft het vak van tuin- en landschapsarchitectuur zich sinds de jaren ’40 in Nederland ontwikkeld? Er zijn de laatste jaren enkele boeken verschenen die dit thema verkennen via het werk van prominente landschappers uit die periode zoals het smaakvol uitgegeven boek Vanzelfsprekende Schoonheid over Hans Warnau, het boek over Bijhouwer of publicaties over de wat minder bekende Jan Kalff of Pieter Buys. Of de publicaties zijn meer reflectief zoals het lijvige boek Maakbaar Landschap van Fransje Hooimeijer en Marinke Steenhuis. Recent is het beknopte boekje Schetsen aan een betere omgeving. Tuin­ en landschapsarchitectuurprijsvragen 1947-­1997 door Lodewijk Wiegersma verschenen dat de ontwikkeling van het vakgebied beschrijft door een blik te werpen op de prijsvragen die vanaf 1947 tot en met 2006 voor tuin- en landschapsarchitecten zijn gehouden.

In meerdere opzichten is dit een interessante insteek. Prijsvragen vormen immers een aparte categorie in het werk van (tuin en landschaps)architecten. Het geeft inzicht in de stand van het vak, allereerst door de opzet en het proces. Doordat elke deelnemer dezelfde opgave krijgt worden de inzendingen vergelijkbaar. En het ontwerp en beoordelingsproces is door een juryrapport inzichtelijk. Vakinhoudelijk gezien kan de keuze van de specifieke opgave inzicht bieden in de vraag wat men op dat moment ruimtelijk relevant vindt. Daarnaast zorgt het wedstrijdelement ervoor dat ambities en een specifieke insteek worden uitvergroot zodat nieuwe ideeën en een specifieke aanpak zich snel kunnen verspreiden zoals het bekende voorbeeld van de prijsvraag voor  Parc de la Vilette in 1982 dat het vakgebied door elkaar schudde en kennis liet maken met de conceptuele scherpte en het gevoel voor tijdsgeest van de winnende plannen die gemaakt waren door architecten.

spread1
spread uit besproken boek

In Schetsen aan een beter omgeving zijn 12 prijsvragen geanalyseerd van veelal kleine en middelgrote schaal, waarbij het zwaartepunt sterk op de jaren 1980-1990 ligt met 5 projecten. Hier zien we een relatief jong vak in ontwikkeling als je de toenemende complexiteit en ontwikkeling van de prijsvragen ziet. Kijkend naar de inzendingen is het opvallend dat vooral de prijsvragen in de jaren ’40 en ’50 bestaan uit het invullen van kleinere stukjes groen op plantsoenniveau, waarbij de nadruk sterk op de beplanting ligt en er een introverte houding valt waar te nemen. Gaandeweg neemt de schaal en de complexiteit van de prijsvragen toe, zoals de prijsvraag voor een park in Buitenveldert, waarbij stedenbouwkundige aspecten en sociale aspecten in beeld komen. Zo toont het prijswinnende plan van Wim Boer een modernistisch parkontwerp geflankeerd door grote lanen en met strategische doorsteken die het park op een heldere wijze verbinden met het omringende stedenbouwkundige weefsel.

Doordat de juryrapporten uit die tijd zijn verzameld krijgen we mooi inzicht in de rol en samenstelling van de jury’s die veelal bestond uit mensen zoals Ruys, Bijhouwer, en Buys. Vooral in de beginjaren is uit de verslagen op te maken dat de jury het niet naliet om deelnemers op een schoolmeesterachtige toon op gebreken in het ontwerp te wijzen. Zo krijgt Hans Warnau in 1949 doodleuk te horen dat hij een zeer slechte vorm voor het grindplein van het Airborne plantsoen in Oosterbeek heeft bedacht.

spread2
spread uit besproken boek

Met het doel om inzicht te geven in de ontwikkeling van de landschapsarchitectuur, roept de selectie van de projecten wel wat vragen op. Zo gaat het om projecten uit de periode van 1947-2006 die in 2008 zijn aangedragen na een oproep aan leden van de Nederlandse Vereniging Voor Tuin – en Landschapsarchitectuur (NVTL). De reden waarom er voor 5 projecten in de periode tussen 1980 en 1990 is gekozen terwijl uit overige decennia er gemiddeld 1 is gekozen blijft onduidelijk. Zijn dit de projecten die de ontwikkeling het beste laten zien? Was dit een dynamische periode de ontwikkeling van het vak? Niet alle projecten lijken even geschikt voor publicatie of tonen krachtige ruimtelijke oplossingen. En waarom loopt de reeks tot 2006 – de ondertitel vermeldt 1997, heeft selectie plaatsgevonden in 2008 en is het boek vervolgens pas in 2015 gepubliceerd? Hierdoor is er een kans gemist door het ontbreken van de periode na 2008 waarin de crisis een andere realiteit en context heeft geschapen. De publicatie voelt daarom soms aan als een historisch overzicht dat geen relatie heeft met de realiteit van vandaag de dag.
In het nawoord wordt gesproken over het feit dat het een lastige klus was om goed beeldmateriaal te verzamelen van de prijsvragen. Dit blijkt vooral bij de oudere plannen die, door de soms wat minimalistische grafische weergave en slechte kwaliteit van een zwart wit kaart, moeilijk tot leven komen waardoor het wat inspanning kost om de plannen goed tot je te nemen.

Het belang van Schetsen aan een betere omgeving ligt vooral in het feit dat het boek goed illustreert hoe de tuin- en landschapsarchitectuur in Nederland in de loop van de jaren volwassen is geworden en dit wordt gedaan dit aan de hand van minder bekende plannen en juryverslagen die nu aan de anonimiteit worden onttrokken. Het ingetogen vormgegeven boek, geheel in lijn met het ontwerpwerk van de auteur Lodewijk Wiegersma, geeft een verrassende inkijk in de wereld van een professie die zich mede heeft kunnen ontwikkelen dankzij al de vakkritiek en inspiratie van de mensen en plannen die in het boek worden opgevoerd.

spread3
spread uit besproken boek