Column —

Tübingen – de stad van de Tussenmaat

Jannie Vinke en Marcel van der Lubbe

Jannie Vinke en Marcel van der Lubbe (ANA architecten) op zoek naar de rol van de architect in de toekomstige woningbouwopgave. Een kaart uit Tübingen.

ANAgoesEurope_postcard_Tubingen

Freiburg was de eerste stad die ruimte maakte voor bouwgroepen, maar Tübingen heeft dit fenomeen tot een zeer consistente vorm van stadsontwikkeling weten te ontwikkelen.

Al sinds de ontwikkeling van het Französisches viertel, vanaf het begin van de jaren ’90, werkt de stad aan een hyper democratisch en transparant stadsontwikkelingsmodel. Op alle niveaus hebben de stad Tübingen en de daar werkzame architecten zich weten te professionaliseren in het bouwen van sociaal duurzame, gemengde, stedelijke wijken waarin bottom-up en top-down in balans zijn. Dit gaat zelfs zo ver dat de Deutsche Bahn nu ook de gemeente, vanwege haar expertise, heeft gevraagd hen te helpen met het integreren van bouwgroepen in de verder vrij traditionele ontwikkeling van het Güterbahnhof areaal, waar DB grondeigenaar is.

De architectuur is krachtiger geworden in de meer recente gebieden die de stad heeft ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld de Alte Weberei in het stadsdeel Lustnau. De tussenmaat overheerst nog steeds in de stadsontwikkeling in Tübingen. Dat doet ons denken aan recente discussies in Amsterdam, waar tijdens de crisis veel ruimte ontstond voor kleinschalig ontwikkelen, maar door de oplevende woningmarkt de tussenmaatse ontwikkeling nu weer onder druk staat.

Bij de toewijzing van kavels in Tübingen wordt geselecteerd op sterke concepten en dat biedt veel ruimte voor experimenten op het gebied van techniek, zoals hoge duurzaamheid en massiefhoutbouw, maar ook op sociaal gebied: bijzondere doelgroepen, werkruimtes en buurtvoorzieningen. En dat biedt weer kansen voor architecten om innovatieve concepten te initiëren en samen met bewoners te realiseren.

Groeten van Jannie en Marcel