Column —

Het wonder van Leinefelde?

Jannie Vinke en Marcel van der Lubbe

Jannie Vinke en Marcel van der Lubbe (ANA architecten) toeren door Europa op zoek naar de rol van de architect in de toekomstige woningbouwopgave. Een ansichtkaart uit Leinefelde.

leinefelde

Leinefelde, een dorp dat door de bouw van een grote katoenspinnerij in de DDR tijd meer dan verdubbelde is inmiddels samengevoegd met Worbis om ook in tijden van bevolkingsafname slagkracht te behouden. Zo snel als de bevolking groeide tijdens de DDR tijd, zo snel kromp zij weer na de Wende. De stad is vrij snel begonnen met de zogenaamde Rückbau, oftewel sloop. Aan de stadsrand werden in 1998 de eerste grote flats neergehaald, flats die in 1991 waren opgeleveerd.

Dankzij een zeer gedreven burgemeester heeft de stad een zeer consequent ruimtelijk ordeningsbeleid gevoerd, waarin met name architectuur hoog op de agenda staat. Nu is in Leinefelde Zuid bijna geen Plattenbau meer te herkennen, op enkele flats na is alles verbouwd of gesloopt.
Door middel van prijsvragen zijn twee architecten geselecteerd die het grootste deel van de transformatie hebben vormgegeven. De eerste fase is door Meier-Scupin & Petzet uit München ontworpen. De tweede fase door Stefan Forster uit Frankfurt. Beiden hebben een integraal plan kunnen maken en uitvoeren dat zowel stedenbouwkundig, woningtypologisch, als architectonisch een nieuwe identiteit aan de wijk geeft. De stadvilla’s van Forster zijn het meest iconisch. Deze platten zijn verlaagd van 6 naar 4 lagen en er zijn stukken tussenuit gehaald, waardoor een rij urban villa’s ontstaat. De prefab betonnen gevels zijn afgewerkt met frisse stuc en nieuwe balkons zodat de associatie met plattenbau volledig verdwenen is.

De renovatie van Leinefelde Zuid is door de consistente aanpak heel overtuigend en heeft het beeld van de wijk enorm veranderd, maar er zijn ook een aantal belangrijke zaken blijven liggen. Tino Hartlep, hoofd technische dienst bij Wohnungsbau und Verwaltungs GMBH Leinefelde, vertelt ons dat ook na de sloop en renovatie slechts twee gebouwen met een lift zijn uitgerust. Dat conflicteert enorm met de sterke vergrijzing van de wijk. Ook de eigendomsituatie en daarmee de bewonerssamenstelling is niet veranderd. De prachtige gerenoveerde woningen worden nog steeds verhuurd voor een sociale huurprijs. Mensen met een te hoog inkomen mogen er niet wonen.
Ondanks deze kritische kanttekeningen wordt in Leinefelde de toegevoegde waarde van de architect in het proces enorm gewaardeerd. Zij hebben het beeld van de DDR plattenbau compleet opgefrist. Tübingen ligt echter bij ons nog vers in het geheugen. Zou een beetje meer ruimte voor bottom-up ontwikkeling hier niet goed zijn geweest voor een ook in sociaal opzicht duurzame herontwikkeling?

Groet Jannie en Marcel