Nieuws —

Nieuwe cao architectenbureaus online

Redactie, bron Stichting Fonds Architectenbureaus

BNA, CNV Dienstenbond, De Unie en FNV Bondgenoten hebben begin juli een nieuwe cao voor architectenbureaus afgesloten. Deze is vanaf 1 maart 2015 met terugwerkende kracht voor twee jaar geldig en bevat interessante leesstof voor werkgevers en werknemers, BEP-ers, maar ook voor ZP-ers werkzaam op een architectenbureau.

Soms schijnt er wat verwarring te zijn, maar niet meedoen aan de cao is geen optie. Met andere woorden: ieder architectenbureau – dus ook het bureau dat geen BNA-lid is – dient zich te houden aan de afspraken die in de cao staan. Daarnaast is de cao van toepassing op alle werknemers in dienst van architectenbureaus – dus ook niet-Nederlandse staatsburgers. Én is de cao van toepassing op architectenbureaus die een opdrachtovereenkomst sluiten met in Nederland werkzame opdrachtnemers, die voor architectenbureaus werkzaamheden verrichten die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden zoals opgenomen in het Handboek Functie-indeling Architectenbureaus.

De ZP-er
“Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geen vanzelfsprekendheid meer is”, zo valt te lezen in de cao. “Bureaus hebben behoefte aan (meer) wendbaarheid om beter om te kunnen gaan met de veranderde maatschappelijke omstandigheden.” Maar, zo stellen de cao-partijen, die wendbaarheid mag niet afgewenteld worden op de werknemer en ook niet op het groeiend aantal zelfstandig professionals. “Alle werkenden hebben recht op werkafspraken die sociaal maatschappelijk verantwoord zijn. De arbeidsrelaties in de sector zijn dan gebaat bij een gelijk speelveld voor alle betrokkenen.” Door deze opstelling is de cao voor architectenbureaus de eerste die bepalingen heeft opgenomen voor Zp-ers (zelfstandig professionals) die werken voor architectenbureaus vergelijkbaar met de functies zoals opgenomen in het handboek functie-indeling architectenbureaus. In de uurtarieventabel is een onderscheid gemaakt tussen werknemers in dienst en ZP-ers. Het uurloon van de ZP-er wordt bepaald door de formule uurloon ZP-er = uurloon WN-er x 1,5 + € 3,80. Het is natuurlijk een indicatie want de mores van marktwerking geldt nog steeds.

Persoonlijk Uren Budget.
Jaarlijks kan een werknemer 35 uur besteden aan opleiding en ontwikkeling.

Over tijdelijke arbeidscontracten
In de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) zijn voorwaarden opgenomen met betrekking tot arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De WWZ beperkt deze contractvorm tot maximaal twee jaar en drie contracten. (Dit was maximaal vijf tijdelijke contracten in maximaal vier jaar)
Cao-partijen gekozen voor de maximale overgangsperiode. Daardoor wordt de nieuwe regeling voor architectenbureaus op 1 juli 2016 van kracht. Wat betekend dit?
– Aangegaan voor 1 juli 2015 en doorlopend na 1 juli 2016, tijd en aantal conform vorige cao: 4 jaar en/of 5 contracten.
– Aangegaan vanaf 1 juli 2015 tot uiterlijk 30 juni 2016, conform vorige cao, dat heet nu overgangsregeling: 4 jaar en/of 5 contracten.
– Aangegaan vanaf 1 juli 2015 en (1) doorlopend na 30 juni 2016 en (2) met op die datum in totaal meer dan 2 jaar en/of 3 contracten: gaat over in arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, hoef je niets voor te doen.
– Aangegaan vanaf 1 juli 2016, nieuwe cao + WWZ: 2 jaar en/of 3 contracten.
1 juli 2015 en 30 juni 2016 zijn dus belangrijke dagen voor dit onderwerp.

Minimumloon
In deze cao-periode is het opnieuw mogelijk om startende ontwerpers voor maximaal twee jaar het minimumloon te betalen. (Meer dan minimumloon mag natuurlijk.) Cao-partijen beschouwen de minimumloonbepaling als een crisismaatregel, die na afloop van deze cao-periode (28 februari 2017) niet meer wordt verlengd.

Beroepservaringsperiode
De titel architect kan door TU afgestudeerden pas verkregen worden na het succesvol doorlopen hebben van de beroepservaringsperiode van twee jaar. In deze cao-periode kan deze startende ontwerper met tenminste het minimumloon te belonen, daar staat tegenover dat de kosten die gemoeid zijn met de beroepservaringsperiode voor rekening van werkgever komen. (Zie artikel 19 paragraaf 3, 4, en 5 van de cao).