Feature —

De kracht van cultureel ondernemerschap

Hélène Damen

In de Kazerne in Eindhoven is de tentoonstelling Open Ended te zien, een selectie uit de persoonlijke kunst- en designcollectie van de internationale trendvoorspeller en design-goeroe Lidewij Edelkoort. Een bijzondere expositie op een unieke locatie. Hélène Damen sprak met Annemoon Geurts, initiatiefneemster van het nieuwe Eindhovense podium voor de creatieve industrie over herbestemmen, cultureel ondernemerschap en het einde van een tijdperk.

foto Ruud Balk

“Iedere stad bezit wel zo’n vergeten plek, jarenlang aan ieders gezichtsveld onttrokken alvorens de unieke kwaliteiten en mogelijkheden ervan worden erkend.” Het Klein Paradijs in Eindhoven is zo’n plek. Na ruim 30 jaar verwaarlozing biedt het complex, dat bestaat uit een voormalige negentiende-eeuwse marechausseekazerne en een industriële gemeenteloods uit 1927, sinds een jaar onderdak aan een nieuw podium voor de creatieve industrie: de Kazerne.
De voormalige industriële loods van de gemeentereinigingsdienst is zorgvuldig omgevormd tot een restaurant, annex bar, annex keuken, annex expositieruimte van maar liefst 1200 vierkante meter. Het is een gezamenlijk ontwerp van architect Harrie van Helmond en de initiatiefnemers van het nieuwe podium met als belangrijkste architectonische ingreep de entree aan de Paradijslaan. Direct achter de oorspronkelijke bakstenen gevel is een glazen pui over de breedte van het complex geplaatst waardoor er een open entree is ontstaan zonder dat de gesloten monumentale gevel wordt aangetast. De overige ingrepen zijn minimaal en de aankleding van de ruimte is uiterst sober. Het licht is gedempt evenals het geluid. Door de terughoudende vormgeving worden de bestaande architectonische kwaliteiten zoals bijvoorbeeld de oorspronkelijke stalen vakwerkspanten weliswaar geaccentueerd, maar gaat de aandacht hoofdzakelijk uit naar de geëxposeerde objecten. De mystieke industriële sfeer van de loods harmonieert wonderwel met het hedendaags design.

foto Ruud Balk

De eerste plannen ontstonden meer dan 10 jaar geleden, toen er nog geen sprake was van een Usine, atelier van Piet Hein Eek, of Designhuis. Het was het moment waarop Annemoon Geurts en haar partner, de muzikant Koen Rijnbeek, in de slipstream van het internationale succes van de Design Academy en de Dutch Design Week, gingen spelen met de gedachte om gekoppeld aan hun atelier Moon/en/co een galerie te openen. “We wilden een culturele ontmoetingsplek realiseren, een combinatie van design, eten en drinken. Een inspirerende omgeving, waar ontwerpers en publiek met elkaar van gedachten konden wisselen.” Onder de noemer ‘Eat Drink Design’ volgde een reeks pop-up restaurants op wisselende plekken in de stad. Haute cuisine gecombineerd met internationaal design vormden de hoofdingrediënten van deze tijdelijke culturele ontmoetingsplekken. Wat begon bij wijze van experiment bleek zo’n doorslaggevend succes, dat het ontwerpersduo direct na de 2de editie in 2007 op zoek ging naar een vaste locatie. Op 7 december 2007 tijdens het eerste gesprek met de gemeente werd het Klein Paradijs voorgesteld. We waren onmiddellijk enthousiast. Het gekke was dat wij zelf al jaren hier om de hoek wonen en werken, maar de marechausseekazerne nooit eerder hadden opgemerkt. Meer dan 30 jaar was het complex in gebruik als opslagplaats en tijdelijk onderkomen voor diverse instellingen.”

Op het voorstel van de gemeente volgde een periode van onafgebroken lobbyen, netwerken en onderhandelen. Een uiterst traag proces waarin het optreden van de gemeente als ‘een veel koppig monster’ wordt omschreven. Het is de grote frustratie van Geurts. “Er wordt altijd gesproken over cultureel ondernemerschap, maar als je dan daadwerkelijk iets wilt ondernemen, ondervind je nog al wat tegenwerkingen.” Maar dankzij de steun van een aantal bevlogen ambtenaren en burgers, onder wie oud-Philips topman Jan Post en de huidige burgemeester van Nuenen Maarten Houben, bleef het niet bij plannen maken alleen. Geurts en Rijnbeek zagen zich bovendien gesteund door een grote groep ‘medemogelijkmakers’ uit zowel de ontwerperswereld als het bedrijfsleven. Er werden twee stichtingen en een BV opgericht: de Stichting ter behoud van Klein Paradijs verantwoordelijk voor het herbestemmen, behoud en beheer van het erfgoed, de Stichting Creative Suites voor de inhoud van het cultureel/maatschappelijk programma en de Kazerne BV voor de exploitatie van het geheel. Via tribefunding, barter- en sponsordeals werd het project van de grond getrokken. Eind 2013, met de toezegging van het VSB-Fonds om het laatste gat te dichten, leken de financiële middelen voor de eerste fase, de renovatie van de voormalige industrieloods, zo goed als rond te zijn. Toen in het daaropvolgende voorjaar de bouwonderneming van de familie Goevaers uit Best besloot het complex voor 8,5 ton te kopen van de gemeente, stond niets de realisatie van een nieuw creatief podium in Eindhoven meer in de weg. Als een moderne mecenas nam het Brabantse familiebedrijf bovendien de kosten van de verbouwing voor hun rekening. Een totale investering van circa 6 miljoen euro. Met de verschijning van deze – in de woorden van Geurts – ‘business angels’ kwam het proces in een stroomversnelling terecht.

Collection Lidewij Edelkoort in Kazerne expo Open Ended – foto Ruud Balk

Najaar 2014 werd de Kazerne officieel geopend en inmiddels is er gestart met de voorbereidingen van de tweede fase, de transformatie van de negentiende-eeuwse marechausseekazerne en bijgebouwen tot acht luxe gastenverblijven, een culturele sociëteit en een tweede restaurant. Naar verwachting zal de complete verbouwing eind 2016 gereed zijn. Ook bij de tweede fase vormt het authentieke karakter van de historische architectuur het uitgangspunt. Architect Van Helmond heeft het over ‘terugrestaureren’ in de oude staat om vervolgens enkele moderne ingrepen uit te voeren. Zo zal er aan de binnenplaats waar de voormalige gemeenteloods door middel van sluip-door-kruip-doorruimten aansluit op de marechausseekazerne, een circa 8 meter hoge glazen nieuwbouw in de vorm van een kas verrijzen. Als alles volgens planning verloopt, beschikt Eindhoven binnen anderhalf jaar over 2600 vierkante meter cultureel erfgoed waar nieuw leven is ingeblazen.

Over de vraag of je bij de realisatie van een dergelijk ambitieus project ook een beetje geluk moet hebben, is Geurts duidelijk. “We hebben ontzettend geboft. De eigenaar heeft ons een aantrekkelijke huurovereenkomst aangeboden waarbij nadrukkelijk rekening is gehouden met ons culturele concept. De kosten dienen niet zoals bij de meeste investeerders binnen tien jaar te worden terugverdiend. We krijgen alle ruimte en tijd om te groeien. Het familiebedrijf denkt in generaties. Zij willen iets bijdrage aan de stad zonder dit onmiddellijk in cijfers om te zetten. Dit betekent overigens niet dat de huurprijs variabel is. Als de exploitatie tegenvalt, gaat dit in eerste instantie ten koste van het inhoudelijk programma. Over vijf jaar moet de totale exploitatie (horeca en zaalverhuur) het culturele programma dekken.” Ondanks het optimisme heeft Geurts ook haar twijfels. Want hoewel de keuken van de Kazerne tot in de New York Times is gerecenseerd, kost het de nodige inspanning om ook de ’gewone’ Eindhovenaren over de streep te trekken. “Een dergelijk ambitieus project vraagt om een bepaalde kritische massa. In steden als Amsterdam en Rotterdam is die automatisch aanwezig, in Eindhoven niet. Het ontbreekt Eindhoven aan een grootstedelijk karakter. Uiteindelijk gaat het niet alleen om het gebouw, de expositie, het eten en het drinken waarvoor mensen naar de Kazerne komen, maar om het netwerk, door ruimte te bieden waar de verschillende werelden van techniek en design elkaar kunnen ontmoeten. Daarnaast willen we het algemene publiek laten zien wat de toegevoegde waarde van de creatieve industrie kan zijn bij het omdenken van sociale, maatschappelijke en economische vraagstukken.”

foto Ruud Balk

Dat uitgerekend Lidewij Edelkoort als eerste gastcurator van de Kazerne is uitgenodigd, zegt iets over de ambities van Geurts en Rijnbeek. De expositie Open Ended biedt een overzicht van Nederlands en internationaal autonoom design van rond de eeuwwisseling, met onder andere werk van Maarten Baas, Hella Jongerius, Marcel Wanders, Bertjan Pot. “We hebben Edelkoort gevraagd vanwege de grote rol die zij in het verleden heeft gespeeld bij het creëren van het imago van Eindhoven als internationale designstad. Eindhoven is haar onmiskenbaar schatplichtig. Als voormalig directeur van de Design Academy Eindhoven (1999-2008) en drijvende kracht achter het Designhuis stond zij aan de wieg van het tijdperk van Dutch Design (1995-2015), dat internationaal een begrip werd. De expo toont de resultaten van een tijdperk waarin de signatuur voorop stond. Tegenwoordig is er sprake van drie sterke stromingen: autonoom design, industrieel design en steeds belangrijker wordend, sociaal design. Anno 2015 staat vooral het maatschappelijk belang van de creatieve industrie centraal.”

In hoeverre de selectie van Edelkoort het einde van een tijdperk symboliseert, is een vraag voor later. Zeker is wel, dat de Kazerne een nieuw tijdperk inluidt, namelijk het tijdperk waarin niet langer overheidssubsidies maar cultureel ondernemerschap drager zullen zijn van culturele initiatieven. Het nieuwe podium is een mooi voorbeeld van hoe je met goede ideeën, bevlogenheid, doorzettingsvermogen en ook geluk binnen de hedendaagse economische en culturele realiteit een ambitieus cultureel project van de grond kan krijgen.