Recensie —

The City as Resource

Andrea Prins

“Wij kunnen de ontwikkeling van de stad beïnvloeden en sturen”, deze overtuiging is volgens Kees Christiaanse de essentie van het door zijn leerstoel aan de ETH Zürich verrichte werk. Het boek The City as Resource is de samenvatting van negen jaar onderzoek en onderwijswerkzaamheden aan het Institut für Städtebau en belooft een andere kijk op de duurzaamheid van de stad. En die wordt volop geboden.

The City as Resource01
uitsnede van de cover The city as resource

Kees Christiaanse’s overtuiging dat juist architecten de ontwikkeling van de stad kunnen sturen, klinkt aandoenlijk in West-Europa met de heersende neoliberale ideologieën rond plannen en bouwen. Om maar niet te spreken over landen met een nagenoeg absolute machtsconcentratie in de handen van de overheid, of juist met een schrijnend gebrek aan bestuur. Humanistische planning lijkt kansloos. Juist daarom is dit een zinvol boek. Het biedt een breed scala van goed beargumenteerde en inspirerende onderzoeksmethoden, bijvoorbeeld via analyserende fotografie en cartografie.
Maar The City as Resource. Concepts and Methods for Urban Design kan ook gelezen worden als een verzameling van methoden hoe een ontwerper op een slimme manier meer grip op het ontwerpproces kan krijgen – en daarmee zijn eigen rol kan herformuleren en verstevigen. Een vaardigheid die broodnodig is in de praktijk en wellicht nog steeds te weinig geoefend wordt tijdens de studie. Een kanttekening: helaas worden in dit boek vooral ideeën geboden voor het begin van het proces. De meeste hier aangereikte methoden bieden geen ondersteuning bij het lange, in de praktijk vaak uiterst moeizame proces van uitwerking, uitvoeringsplanning en realisatie.

Simon Kretz (architect / stedenbouwer en verbonden aan de ETH) zet grafisch storytelling in als drijvende kracht achter het ontwerp. In zijn artikel vergelijkt hij de ontwerper met een romanauteur. Een verhaal hoeft niet lineair te zijn – als bijvoorbeeld een Power Point presentatie – maar kent perspectiefwisselingen en breuken en laat vooral ruimte voor het niet voorspelbare. De lezer identificeert zich met personen of situaties in het verhaal. Deze technieken kunnen grafisch ingezet worden om de complexiteit van beslissingen te verduidelijken, onverwachte samenhangen aan het licht te brengen en protagonisten aan het ontwerp te binden: bijzonder belangrijk in de huidige planningsprocessen met vele stakeholders en vaak tegenstrijdige belangen.

_SAR.indb
spread uit besproken boek

Meerdere auteurs zien de geherformuleerde rol van de ontwerper ergens tussen regisseur, bemiddelaar en gebruiker van kansen. Op het eerste gezicht ongunstig lijkende randvoorwaarden zoals economische stagnatie in een wijk in Belgrado of ad hoc nederzettingen in een slumachtige situatie in Istanbul zijn vaak juist katalysatoren voor alternatieve vormen van stadsontwikkeling, hergebruik en herinterpretatie. Anders dan de paternalistische aanzetten in de 19e eeuw en de ‘moderne’ technocratische aanzetten in de vroege 20e eeuw worden deze alternatieve vormen volgens architect en onderzoeker Anne Mikoleit niet voor maar met de betrokkenen ontwikkeld en doorgevoerd.

De gezamenlijke noemer van alle voorgestelde projecten lijkt een steeds precies uitgezocht evenwicht tussen controle via ruimtelijke en procesplanning en laisser faire, of tussen stabiliteit en flexibiliteit, te zijn. Het ontwerpen van fijnmazige strategieën voor het stimuleren van lokale gemeenschappen kan inderdaad wereldwijd ingezet worden. Het klinkt allemaal prachtig, maar is in praktijk uiterst kwetsbaar. Zo’n opzet vereist goodwill, een lange adem en volwassenheid van alle participanten, en dat is niet vanzelfsprekend. Onze eigen VVE, opgericht ten bate van vergelijkbare kleinschalige, overzichtelijke belangen, is door persoonlijke rivaliteiten de slechtst functionerende groep die ik ooit heb meegemaakt. De output is ontmoedigend.

_SAR.indb
spread uit besproken boek

Architect en onderzoeker Tim Rieniets omschrijft in zijn inleidende essay het concept stad in termen van nabijheid en distantie. Nabijheid is hierbij hét sleutelwoord voor de stad, volgens velen een van de succesvolste uitvindingen van de mens: de fysieke nabijheid van de bewoners onderling, van hun winkels, markten en machtscentra, en van hun kennis, kunde en meningen. Door industrialisatie en bevolkingstoename ontstond een ongekende fysieke uitbreiding van de steden en hiermee distantie waarbij de nabijheid als doorslaggevend voordeel leek te verdwijnen. De nabijheid keerde terug door verbeterde straten, vervoer en communicatiesystemen zoals de telefoon.
Maar een te grote nabijheid van te veel mensen creëerde weer ongezonde levensomstandigheden. Deze nadelen werden opgelost door juist distantie te introduceren. Distantie tussen wonen en ongezonde industriegebieden, tussen de mens en zijn uitwerpselen door riolering en kanalisatie en distantie tussen voetgangers en het snellere verkeer door het invoeren van gescheiden verkeersstromen. In het heden wordt distantie gecreëerd door een relatief nieuw communicatiesysteem: de stad kan via Google en apps op afstand ervaren worden. Rieniets ziet de stad als een balansact tussen distantie en nabijheid, een inspirerende gedachtegang, zeker als je bedenkt dat elke generatie deze balans opnieuw moet uitvinden.

_SAR.indb
spread uit besproken boek

Maar het boek reikt verder dan het bieden van inspirerende tekstuele en grafische analyses en ontwerpvoorbeelden. Door de stad als resource te omschrijven, wil het de unieke rol van de stad voor elk individu én de maatschappij als geheel agenderen. En de kwetsbaarheid van deze rol, omdat resources – het woord betekent grondstof of hulpbron – per definitie niet onuitputtelijk zijn. De stad kan dus als een basis en tegelijk als een hulpmiddel voor de ontwikkeling van de mens en de maatschappij gezien worden. De stad als een vehikel voor de vooruitgang.
Alle onderdelen van het boek gaan in op twee nauw met elkaar verbonden vraagstellingen: op welke fysieke manieren kan de ruimte in de stad zelf versterkt worden? En op welke manieren kunnen mogelijkheden voor actie van de mensen in de steden gecreëerd worden? Opdat de stad ook in de toekomst haar bijzondere rol voor de ontwikkeling van de mens kan blijven vervullen. Dit is het duurzaamheidsaspect van het boek.

Twee belangrijke actuele aspecten worden tot mijn verrassing niet uitvoerig behandeld. De invloed van nieuwe media en big data op de stad, zoals via Google, Facebook en de ontelbare verleidelijk makkelijke en hippe, maar door en door commerciële apps, worden in één artikel kort genoemd maar niet geanalyseerd. En de vraag naar de schaal blijft onderbelicht: hoe groot kan een stad worden? Of met andere woorden: kan een mega-city, zoals de door China geplande 130-miljoenen stad Jing-Jin-Ji, een samensmelting van Peking, de havenstad Tianjin en de provincie Hebei, nog steeds die verlichtende en succesvolle rol spelen, die Rieniets omschrijft?

The City as resource is niet alleen voor studenten inspirerend, zoals Christiaanse in zijn voorwoord stelt, maar mede door de vele onderzoeksmethodieken ook aan te bevelen aan docenten, ontwerpers en opdrachtgevers. Hopelijk erkent de laatste groep na lezing de meerwaarde van deze methodieken – en verstrekt ze opdrachten voor dit soort inspirerend (ontwerpend) onderzoek.

Themas_CityAsResource
de meeste aangereikte methoden bieden geen ondersteuning bij latere procesfases – beeld Andrea Prins