Feature —

Ontwerpend onderzoek: van acquisitie tool naar nieuw verdienmodel?

Andrea Prins

In tijden van crisis is het inzetten op ontwerpend onderzoek een logische keuze. Nieuw is ze niet. Zo ontwikkelde de Duitse architect Hans Scharoun tijdens het bewind van het Derde Rijk diverse woning-prototypen, zonder opdrachtgever en voor later gebruik. In de huidige crisis gaat het, anders dan bij Scharoun, ook om het mogelijk ontsluiten van nieuwe werkterreinen. Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie organiseerde hierover een bijeenkomst.

DLA AAP 131210 schema 3D hoven_cs4
Circulair Buiksloterham – Amsterdam, ontwerpend onderzoek van DELVA Landscape Architects en Studioninedots.

De bijeenkomst Ontwerpend Onderzoek in Praktijk was de tweede in de door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie georganiseerde serie ‘Next Level’. Uitgangspunt van de serie is volgens de website van het Fonds “de professionalisering van de ontwerpende disciplines en de doorontwikkeling richting een hoger kennisniveau.” Op welke manier kan ontwerpend onderzoek een rol spelen? Wat kunnen we leren van lopende en recent afgeronde onderzoeksprojecten? En hoe kan de bruikbaarheid van ontwerpend onderzoek in het kader van de professionalisering vergroot worden?

“Ontwerpend onderzoek is een interessante markt”, stelde Paul Rutten, lector Creative Business aan de Hogeschool Rotterdam en medeauteur van het essay Ontwerpers onderzoeken de toekomst. Dat komt omdat vele actuele vragen zo complex, meerduidig en met andere probleemstellingen verweven zijn dat ze door conventioneel, op kennis uit het verleden gericht onderzoek niet op te lossen zijn. De vraagstellingen, zogenaamde wicked problems, bevinden zich buiten het traditionele werkveld van de architect. Voorspellend onderzoek is volgens Rutten een noodzaak voor het oplossen van deze problemen. Juist de unieke imaginaire werkwijze van architecten kan hierin een grote rol spelen. “Een probleem verkennen betekent dat zich een oplossing aandient”, was zijn optimistische conclusie.

Zes architecten en stedenbouwkundigen presenteerden tijdens de bijeenkomst hun door het Stimuleringgsfonds Creatieve Industrie gesubsidieerde ontwerpende onderzoeken. De presentaties waren verdeeld in drie analyserende themablokken. Het eerste blok ging om het Framen van ontwerpend onderzoek: hoe definieer en formuleer je een relevante opgave? In het tweede blok stond de Methode centraal: hoe kies je een bij je onderzoek passende methodiek en hoe creëer je draagvlak? Het derde blok Ownership draaide om het proces: hoe word je de verbindende factor in een project en hoe houd je deze rol in stand? Per themablok volgde een reflecterende beschouwing door een expert. Tot zover de heldere opzet.

recycled park prototype rijnhaven vogel
Recycled Island is een ontwerpend onderzoek van WHIM naar de mogelijkheden om van zwerf plastic drijvende tuinen te maken.

Een greep uit de gepresenteerde onderzoeksthema’s: een project over het uit water opvangen en recyclen van plastic afval; een onderzoek over succesfactoren bij stedelijke transformaties; hoe bestaande zorggebouwen voor ouderen te transformeren tot woongebouwen – een vraag ingegeven door een recente beleidswijziging waarbij wonen en zorg gescheiden worden; en een game als strategische verkenning voor het implementeren van projecten. Stuk voor stuk uitdagende onderwerpen en gelijktijdig goede illustraties van wicked problems.

Opvallend was dat de meeste presentaties toch vooral op architectonische kwesties gericht waren. Fraai beeldmateriaal ondersteunde de verhalen. Ontwerpend onderzoek lijkt vooral gebruikt te worden om bij potentiële opdrachtgevers in beeld te komen: ontwerpend acquireren. De eigenlijke thema’s van de bijeenkomst, het Framen, de toegepaste Methoden en het Ownership, kwamen eerder impliciet ter sprake. Iets meer uitsluitsel boden de reflecterende beschouwingen en de afsluitende discussie.

Hoe kan de bruikbaarheid van ontwerpend onderzoek vergroot worden? Welke werkwijzen bieden kans op succes? Hieronder een poging tot samenvatting van de reflecties.
Het Framen betekent eigenlijk: een probleem ‘inkaderen’, het opnieuw of anders definiëren. Als meester hierin werd Thomas Rau genoemd met zijn ideeën over het leasen van alledaagse gebruiksvoorwerpen waardoor een circulaire materiaalstroom ontstaat. Bij hem is ook te zien dat het samenwerken met andere disciplines een voorwaarde is voor het vinden van werkelijk realiseerbare technische oplossingen.
De reflectie van ontwerpers op Methoden kan verbeterd worden zo werd opgemerkt. Er wordt onvoldoende rekenschap gegeven van bronnen en de toegepaste methodes, en er wordt te weinig gekeken naar al bestaand onderzoek. Ook bij het formuleren van de ontwerpvraag wordt in het algemeen te weinig gekeken naar al bestaand materiaal. Hierdoor kunnen ontwerpers niet van elkaar en van andere onderzoekers leren – én vinden ze elke keer het wiel opnieuw uit.
Ownership gaat vooral over het nemen van verantwoordelijkheid. Een ontwerper moet kunnen omgaan met vele, mogelijk wisselende actoren en zich kunnen inleven in anderen. Bovendien kan de positie van actoren in een proces voortdurend verschuiven. Dit vraagt om om-denken en een andere mindset: de ontwerper is niet meer de ‘eigenaar’ van een project, waaraan bepaalde ‘rechten’ kunnen worden ontleend maar moet in een wisselend veld van constellaties een positie zien te veroveren en te behouden. Games kunnen helpen bij het leren van nuttige strategieën.

Human Nature LINT beelden6
Human Nature is een ontwerpend onderzoek van LINT landscape architecture naar nieuwe vormen van natuurontwikkeling in Nederland.

Wat mij echt interesseerde en wat toch ook het uitgangspunt vormt van de serie Next Level: professionalisering en doorontwikkeling hoe doe je dat?, kwam helaas niet uitvoerig aan bod. Hoe kan ontwerpend onderzoek, naast de zeker heel waardevolle inhoudelijke verdieping, een structurele bron van inkomsten van een architect zijn? En maatschappelijk gezien: kunnen hierdoor arbeidsplaatsen gegenereerd worden? Hoe kan ontwerpend onderzoek veranderen van een (erg kostbaar) acquisitie tool in ‘ontwerpend onderzoek in opdracht’ zodat het inderdaad een interessant verdienmodel voor architecten wordt, wellicht een nieuwe vakdiscipline naast architectuur en stedenbouw? Zelfs aanzetten tot een antwoord bleven uit.

Hans Scharoun, voor de Tweede Wereldoorlog al bekend door zijn bijdrage aan de Weissenhof Siedlung in Stuttgart en Haus Schminke, heeft zich in de oorlogsjaren als ontwerpend onderzoeker vragen gesteld over de verhouding tussen de mens en de architectonische ruimte. Dit is prachtig te zien bij zijn prototype Haus der Mitte, waarin zichtrelaties en precies uitgewerkte plekken voor het individu een belangrijke rol spelen. Na de oorlog werd de overtuigd humanist Scharoun een veel gevraagd architect. Hij gebruikte zijn in de oorlog opgedane kennis bij het ontwerpen van de beroemde Philharmonie en de vele vernieuwende scholen die het kind in het centrum stellen.
Aan het einde van de bijeenkomst leek het erop dat ontwerpend onderzoek alleen door de (prijzenswaardige!) subsidiëring van instellingen als het Stimuleringsfonds een rol op de markt kan spelen. Als dit de definitieve conclusie moet zijn, dan is het te hopen dat de onderzoeker-ontwerper tenminste de kans krijgt zijn waardevolle onderzoeksresultaten te vertalen naar concrete opdrachten.