Recensie —

Online kerstfilmtip: Things to come

Wies Sanders

Voor wie een wat minder escapistische kerstfilm wil zien die de TV-kanalen overheersen rond kerstmis, is het (her)zien van Things to Come (W.C. Menzies UK, 1936) een tip. Niet zo bekend als Fritz Lang’s Metropolis, maar H.G. Wells schreef het boek – waar deze film op is gebaseerd – als een tegenreactie op Metropolis, die hij veel te pessimistisch en socialistisch vond. In Things to Come dus geen power to the people, maar alle macht aan de visionaire ingenieurs, wetenschappers en piloten, die – wat een vreemde ironie – uit Basra, Irak naar Engeland vliegen.

thingstocomest

De film toont in negentig minuten bijna honderd jaar ontwikkeling van 1940 en 2036 van het fictieve Everytown. Het is een gemoedelijke stad in kerststemming, maar de kranten staan bol van verwijzingen naar een aanstaande oorlog. De toon van de film wordt gezet in de reacties van de hoofdrolspelers op de krantenkoppen; de optimist wuift de krantenkoppen weg, de pessimist (een manager) gebruikt de krantenkoppen als argumentatie voor zijn fatalistische inslag. De pessimist krijgt altijd gelijk (anders heb je immers geen film), hij wordt piloot in het leger en de oorlog duurt maar liefst tot 1966, met een dodelijke epidemie als toegift. Everytown is dan in ruïnes en vervallen in een barbarij. Onder het bewind van een lokale Mussolini-achtige warlord ontstaat min of meer een dictatoriale lokale maatschappij van pottenbakkers die zonder fossiele brandstoffen leven. De piloot heeft zich omgevormd tot smid en moppert over het gebrek aan beschaving. Wij zouden dat anno 2015 innovatie noemen, maar dit terzijde.

Dan komt er vanuit Irak een piloot in een futuristisch vliegtuig die de barbarij wil komen beschaven; ‘we don’t like souvereign states, we mean to stop them’. En uiteindelijk gebeurt dat ook. In een prachtige montage (vanaf minuut 1:04:28) van de Hongaarse art director Vincent Korda en met delen van Bauhaus kunstenaar Laszlo Moholy-Nagy wordt de wederopbouw van Everytown getoond. Het resultaat is een geheel ondergrondse stad ‘with sunshine of our own’. Het is duidelijk waar John Portman zijn inspiratie uit haalde voor The Marriott Marquis. Dat het geheel op stinkende fossiele energie draait, met een gigantische berg als stadsschoorsteen, nemen we even voor lief. Iedereen is gelukkig in deze verlichte stad. Iedereen? Ook in deze kunstige ingenieurswereld blijken er nog steeds mopperaars: het is dit keer een beeldhouwer – in al dat ingenieursgeweld wonderbaarlijk genoeg nog rustig aan het werk met hamer en beitel – die de vooruitgang wil stoppen ‘voor het te laat is’. H.G. Wells laat de keuze voor ‘all the universe or nothingness’ over aan de kijker, maar voor Wells was het duidelijk: ‘to the universe and beyond’.

Een gelukkig kerstfeest toegewenst, aan alle optimisten en pessimisten in deze wereld van dreigende krantenkoppen.

https://www.youtube.com/watch?v=kn76zoYjr4k