The Chinese Mayor – documentaire of drama?

Kijk & Luister —

The Chinese Mayor  werd vertoond tijdens AFFR2015 en is nu online te zien. Harry den Hartog schreef in een review van de film, dat werd gepubliceerd in het programmaboekje van het filmfestival.

Still uit de documentaire: burgemeester Geng Yanbo overziet zijn stad Datong

Burgemeester Geng Yanbo tuurt over zijn stad Datong

Zoals bekend worden lokale leiders in China om de vijf jaar herplaatst. Van bovenaf worden ze flink onder druk gezet om binnen hun vijf-jaren-termijn met goede economische cijfers te komen. Ze zetten dan ook alle registers open en schuwen doorgaans rigoureuze ingrepen niet. Om investeerders aan te trekken moeten vooral de middelgrote steden, waarvan er vele tientallen zijn, zichzelf onderscheidend op de kaart plaatsen. In ‘The Chinese Mayor’ volgt documentairemaker Zhou Hao de 54-jarige burgemeester Geng Yanbo (bijgenaamd “Demolition Geng”) gedurende twee jaar tijdens zijn zeer ambitieuze droomproject om de stad Datong uit het slop te halen.

Datong, in de provincie Shanxi zo’n 250 kilometer ten westen van Beijing, heeft zich vooral sinds de jaren ’60 ontwikkeld tot een industriestad die zich toelegde op steenkoolwinning. China’s op twee na grootste nationale steenkoolbedrijf heeft hier haar thuisbasis. Verder is er veel verouderde, aan de steenkool gelieerde bedrijvigheid en een stoomlocomotievenfabriek die nog tot eind jaren ’90 operationeel was. De ernstige vervuiling die dit met zich meebracht  heeft Datong binnen China een nogal negatief imago gegeven, en dat is een understatement. De enige reden waarom mensen Datong bezoeken is om hiervandaan zo snel mogelijk naar het nabijgelegen Yungang grottencomplex door te reizen – een UNESCO World Heritage Site – waar nog enkele unieke restanten van boeddhistische beeldhouwkunst te bewonderen zijn.

Toen Geng in 2008 werd aangesteld als burgemeester kwam hij al snel met het merkwaardige idee om Datong weer in oude glorie te herstellen: de reconstructie van de verdwenen stadsmuur zou toeristen aan de stad binden. Datong dateert namelijk uit het jaar 200 voor Christus, ontstaan nabij een belangrijke doorgang door de Chinese Muur, en was van 398 tot 494 ‘tijdelijk’ de hoofdstad van het noordelijke Koninkrijk Wei (een van de toentertijd Drie Koninkrijken waaruit China bestond), een turbulente periode waarin hoofdsteden elkaar snel afwisselden. Datong moet, aldus Geng, zelfs een model voor stadsbescherming worden en steden wereldwijd imponeren: “I will lead Datong into a cultural renaissance!”

De quasi-stijl waarin Geng de stadsmuur liet herbouwen refereert echter aan de Ming Dynastie (1368-1644), een periode bijna duizend jaar na de korte glorietijd van Datong. Frappant is dat de Ming dynastie als periode sinds kort ook in veel andere Chinese steden wordt aangegrepen voor grootschalige historische reconstructies, zoals in Nanjing waar de Zhonghuamen poort en omgeving in ‘oude luister’ zijn hersteld in een imitatie Ming-stijl, daarbij de historische gelaagdheid, historische correctheid en bouwkundige accuraatheid negerend. Ook in Datong is de muur slechts een façade, geplakt op een hol betonskelet in plaats van een aangestampte aarden wal.

Om meer toeristen te trekken liet Geng Yanbo al eerder een grootschalig bezoekerscentrum bouwen bij de entree van het Yungang grottencomplex, inclusief een kunstmatig meer, horeca en souvenirwinkels. Hierbij ‘vergat’ hij botweg om UNESCO hiervan op de hoogte te stellen.

 

Om de acht kilometer lange stadsmuur te realiseren is een gemiddeld driehonderd meter brede strook stad ‘schoongeveegd’. Tegelijkertijd zijn her en der in de stad reconstructies gaande van losse gebouwcomplexen en straten, vooralsnog zonder veel ruimtelijke samenhang. Het enige wat de projecten bindt is dat alles in dezelfde quasi-Ming stijl wordt gebouwd, alsof er nooit andere bouwperiodes zijn geweest, laat staan tijd voor een patina.

Duizenden mensen zijn zonder pardon uit hun huizen gezet. In de film zien we de burgemeester ‘onderhandelen’ met boze bewoners die hogere compensaties eisen. Ook illegale arbeidsmigranten (zonder hukou-registratie) komen in beeld; schrijnend omdat deze groep buiten de gangbare compensatieregelingen valt. Laatstgenoemde groep goedkope arbeiders zijn een drijvende kracht achter economisch wonder van China. Geng’s reactie: “Regels zijn regels. Don’t try to challenge the government!”

Datong stadsmuur voor in 2008 (links) en na in 2016 (rechts)

Situatie voor (2008) en na (2016) de bouw van de stadsmuur

Tijdens de documentaire komen mensen aan het woord van verschillende rangen en standen om een zo genuanceerd mogelijk verhaal te scheppen. Een persoon vergelijkt regisseur Zhou zelfs met Michelangelo Antonioni, die in 1972 op uitnodiging van Mao het dagelijks leven documenteerde. Dit klopje op eigen schouder van de filmmaker is terecht. Zhou toont unieke beelden waarin Geng enerzijds rechtstreeks met burgers communiceert en anderzijds met partijbonzen en ontwikkelaars. Op subtiele wijze worden zowel de spanningen tussen lokale overheden en burgers als de enorme prestatiedruk van hogerhand op lokale leiders treffend in beeld gebracht. Voor de oplettende kijker worden ook politieke gevoeligheden en sociale spanningen niet geschuwd.

 

Geng wordt neergezet als iemand met veel ambitie die hard werkt, maar ook niet terugschrikt om te handelen met veel machtsvertoon en publieke vernedering van derden. Aan het eind zien we dat Geng van hogerhand uit zijn functie ontheven wordt, waarschijnlijk omdat hij binnen de hem gestelde termijn zijn doelen niet heeft kunnen verwezenlijken. De vraag is natuurlijk of China’s vele tientallen Gengs binnen de gestelde ultrakorte vijfjaren aanstellingen ooit echte veranderingen teweeg kunnen brengen.

 

Na het bekijken van de film blijft er bij mij toch een gevoel van onbehagen, vooral na de laatste scène voordat de beste man de lift instapt. Wist deze aan publiciteit gewende man echt niet waar deze met internationaal geld gesponsorde zeer professionele filmaker en zijn team de hele tijd mee bezig waren? Wat zijn de werkelijke motieven van Geng, en van Zhou? Is de film wellicht bedoeld als standbeeld voor Geng zijn heroïsche strijd? Is het een politieke stuurmiddel of is het een maatschappelijke aanklacht?

Zhou Hao werkte bijna twee decennia lang als regisseur bij CCTV, de Chinese  staatstelevisie, en heeft vele tientallen korte documentaires geregisseerd, naast enkele langere films, waaronder de internationaal bekroonde “Last Train Home” (die  in 2011 een Emmy won). In ‘The Chinese Mayor’ bespeuren we groot vakmanschap in het camerawerk. De camera registreert op een doeltreffende documentaireachtige wijze, maar laat duidelijk weten aan de oplettende kijker, door middel van de gekozen personages die aan het woord komen, de camerastandpunten, de momenten waarop het beeld zwart wordt, en de bijbehorende muziek, dat hier meer aan de hand is.

‘The Chinese Mayor’ is een docu-drama, vooral als we beseffen dat het verhaal van Datong geen uitzondering is. De film gaat vooral over vertrouwen in de overheid. De bijzondere demonstratie aan het eind van de film (dit soort demonstraties zijn doorgaans niet toegestaan) en verschillende uitspraken van de geïnterviewden  laten zien dat dit vertrouwen in de overheid nog altijd groot is bij velen, ondanks de Hausmanniaanse praktijken van Geng en zijn kameraden. Deze docu-drama past precies binnen de nieuwe koers van de vriendelijk lachende president Xi Jinping die corruptie met wortel en al wil uitroeien, China een meer menselijk en open imago wil geven, en bovenal de verschillende groepen in de natie opnieuw met elkaar wil verbinden.