Recensie —

De Haagse Loper en Benthem Crouwels Centraal Station Den Haag

Leo Oorschot

Met het door Benthem Crouwel Architects vernieuwde Centraal Station vergroot Den Haag haar publiek domein in kwaliteit en voegt het een belangrijk stuk aan de Haagse Loper toe waarmee de entree van de stad gestalte krijgt.

Centraal Station Den Haag, Benthem Crouwel Architects – foto Jannes Linders

In november stond het publiek domein centraal ineen debat in het atrium van het stadhuis, al 20 jaar huiskamer van de stad. Wethouders van toen, zoals Adri Duivesteijn, spraken met de wethouder van nu. Architecten zoals Herman Hertzberger en Hans Kollhoff gaven hun visie op de entree naar de stad, de Haagse Loper: de ruimtelijke ketting die openbare gebouwen als kralen bij elkaar houdt met in het midden de sprankelende OV-terminal.

Door het Grotestedenbeleid en het knooppuntenbeleid (beide uit begin jaren negentig) staan stationsgebieden in het middelpunt van de aandacht. Ze zouden de sleutel zijn naar een hoogstedelijk milieu en een stimulans voor de economie. Het middelpunt van de compacte stad. Benthem Crouwel Architects kregen in 2003 de opdracht van ProRail om het sleetse Den Haag CS te transformeren naar een aantrekkelijke OV-terminal. In 2011 begon de bouw en begin dit jaar is de oplevering. De opgave was geen sinecure. Doe iets aan de stationshal en maak drie entrees.

De situatie was onoverzichtelijk en chaotisch. Bezuidenhout tussen Utrechtsebaan en station, was door het rijk lukraak volgebouwd en veranderde in een stedenbouwkundig rampgebied. Ook de positie van de ingang van het station was problematisch. Oorspronkelijk was deze aan de zijkant richting Turfmarkt. In de jaren zeventig werd deze aan de Malieveldzijde geplaatst en bouwde men Stichthage, de grindbetonnen kantoorzerk aan het Koningin Juliana-plein (KJ-plein). Met weggestopt in de plint de toegang tot de stationshal.

Het is Benthem en Crouwel gelukt, zij geven het station een nieuw sfeer met een indrukwekkende kolomstructuur  die het fraaie glasdak draagt. De hal is enorm en meet 120×96 meter bij een hoogte van 22 meter. Trams zoeven op een verhoogde baan door de hal. De zerk staat nu als vanzelfsprekend boven op de nieuwbouw. Door de transparantie en de vele ingangen kunnen bezoekers zich in meer ruimten wanen. In de stationshal en op de Haagse Loper, binnen en buiten. Het dynamische Haagse daglicht geeft, net zoals in het stadhuis, in de stationshal direct de buitentoestand weer. Soms zonnestralen die diep binnendringen, soms gekletter van regen op het glasdak. De vanzelfsprekende organisatie van verkeersstromen, transparantie en het handig aansluiten op de Haagse Loper maken de stationshal een betekenisvol publiek domein.

Centraal Station Den Haag, Benthem Crouwel Architects – foto Jannes Linders

De Haagse Loper is een plan uit 2012 voor de entree van de stad. Het ratjetoe aan stedelijke ruimten en verschillende inrichtingen tussen Spuiplein en Grotiusplein krijgt één samenhang in beeld, bestratingsmateriaal en straatmeubilair. Het is niet alleen een entree naar de stad maar vooral ook de entree naar ministeries, stadhuis, het te realiseren Onderwijs en Cultuur Cluster (OCC), het Centraal Station, de Leidse Universiteit, en daarmee hèt publieke domein van Den Haag. Het verbindend element is de mangaanklinker die ook de Haagse binnenstad siert, de bomen en het water op het Spuiplein en Anna van Buerenplein. Haaks op de Haagse Loper is met de ontwikkeling van het OCC een nieuwe verbindingsroute voor voornamelijk langzaam verkeer bedacht.

Het is allemaal heel mooi maar op het KJ-plein, het voorportaal van het fraaie nieuwe station, begaat men een grote vergissing. De VVD wethouder Boudewijn Revis (Binnenstad, Stadsontwikkeling Kerngebieden en Buitenruimte) bevoorrechte drie marktpartijen (TBI/Synchroon, ProVast en Volker Wessels) om een grondbod te doen op het plein, niks vrije markt. Met de winst wil hij 20 miljoen verlies op eerdere ontwikkelingen ‘terugverdienen’ en de fietsenparkeerkelder financieren. Een studie naar de mobiliteit (fietsers, voetgangers, autoverkeer) wordt parallel aan de aanbesteding gedaan beloofde de wethouder de gemeenteraad. Een risicovolle strategie met weinig begrip voor mobiliteit. Hoe meer bouwprogramma hoe meer geld, redeneert de wethouder. Rekenmachinestedenbouw waar grondexploitatie voor de ruimtelijke kwaliteit gaat. Er is een overvol bouwprogramma met onder andere kantoren en horeca, terwijl de leegstand in deze sectoren juist groot is. De hoop is gevestigd op een creatief architect met gevoel voor stedenbouw. Maar architecten zijn niet bekend bij de wethouder en marktpartijen.

Centraal Station Den Haag, Benthem Crouwel Architects – foto Jannes Linders

Tijdens het debat in het atrium prijst men de grote stappen die Den Haag zette met het publiek domein. Het treurig ruïneveld uit de jaren zeventig is nu een aantrekkelijke binnenstad, maar de Haagse Loper wordt teveel gedomineerd door de dagindeling van ambtenaren, betogen Kollhoff en mensen uit het publiek. In de avonduren waant men zich in een spookstad. Stadhuis en ministeries zijn gesloten, en in het kielzog daarvan ook lunchrooms en voorzieningen. De komst van de Leidse Universiteit en het Koninklijk Conservatorium moeten daar verbetering in brengen. Studenten hebben een ander levensritme. Ook de geplande nieuwe woningen verbetert de situatie belooft wethouder Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur Joris Wijsmuller (De Haagse Stadspartij). Maar dat is de vraag, deze woningen liggen hoog boven het straatniveau. Een ander probleem wordt gevormd door infrastructuur: trams, treinen en autoverkeer. Het weghalen van overbodige infrastructuur zou veel ruimte scheppen voor nieuwe woningen en samenhang in het publiek domein.
Het publieke domein, wat is de visie van de gemeente? Terwijl Wijsmuller zich inzet voor de het publiek domein ziet wethouder Revis dit als een probleem voor marktpartijen. Zal het Centraal Station een mooi eiland blijven in een stedelijke woestijn, of is ze de voorbode van een bruisend stadsleven?