Recensie —

Afbreken!

Allard Jolles

Confrontier van fotograaf Kai Wiedenhöfer is een uiterst actueel én activistisch boek. Zijn foto’s zouden op de komende architectuurbiënnale van Venetië niet mogen ontbreken, aldus Allard Jolles.

Ceuta en Melilla, Spanje | Marokko (8+13 km) © Kai Wiedenhöfer

Mensen tegenhouden, mensen scheiden en de bewegingsvrijheid beperken: iedere grens is anti-mens. Ik hou er niet van. Altijd als ik ergens mijn paspoort moet laten zien, iets wat ik door Schengen niet meer gewend ben, breekt het zweet me uit. Want bij iedere controle denk ik aan die ene keer dat ik er bijna niet door mocht, begin jaren ’80 bij station Friedrichstrasse in Berlijn. De douanebeambte met de doordringende blik deed bij mij blinde paniek ontstaan – ik dacht op dat moment echt dat ik voor altijd in de DDR moest blijven. Van alles ging er door mij heen. Lijk ik wel genoeg op mijn pasfoto? Is mijn paspoort wel echt? Mis ik een stempel, een visum of iets anders, waar ik nog nooit van gehoord heb? Ben ik wel ik? De overtreffende trap van dit soort ervaringen is te zien in Confrontier, een prachtig fotoboek van Kai Wiedenhöfer, dat grenzen en hun mensonterende werking als onderwerp heeft.

Muur
De in 1966 geboren fotograaf Wiedenhöfer was als jonge student getuige van de val van de Berlijnse Muur in 1989. Voor hem, zo schrijft hij in het nawoord van Confrontier, was dat de meest opwindende en positief stemmende gebeurtenis in zijn leven. Hij legde die gebeurtenis vast en is daarna doorgegaan met het fotograferen van grenzen en grensgebieden. Confrontier bestaat uit 126 panoramafoto’s van allerlei soorten begrenzingen wereldwijd – van Korea, Spanje, Ierland, Cyprus en Mexico tot de door Israël bezette Palestijnse gebieden. Wiedenhöfers boodschap is volkomen helder en niet meer dan vanzelfsprekend voor iemand die er in 1989 zelf bij was: vrede begint met het slopen van muren, niet met het bouwen ervan. Een wrange constatering, ook voor Wiedenhöfer, is dat 27 jaar na de val van de Muur de wereld meer en meer op slot lijkt te gaan. Zo ontmoeten vluchtelingen uit Syrië onderweg naar Europa steeds strenger bewaakte grenzen en haalt de mogelijke republikeinse kandidaat voor het Amerikaanse presidentschap, Donald Trump, regelmatig de pers met zijn uitspraak een muur te willen optrekken tussen de VS en Mexico. Die scheiding is er overigens op allerlei plekken in Arizona en New Mexico allang. Wiedenhöfer is getuige.

USA | Mexico (3141 km) © Kai Wiedenhöfer

Markeren
Levert een dergelijke, wrange constatering dan nog mooie foto’s op? Mag je dit soort foto’s sowieso wel beoordelen op hun esthetische kwaliteit? Jazeker. Deze fotografie ontleent haar kracht aan de weidse schoonheid van het geportretteerde. Dat maakt de foto’s tijdloos en maakt ook dat dit boek, dat per slot van rekening in 2013 al verscheen, steeds opnieuw actueel kan zijn. Het verhalende karakter wordt versterkt door de indeling van het boek in zeven hoofdstukken, waarin steeds een ander aspect van grenzen fotografisch wordt uitgediept. Het deel ‘Destruction’ gaat bijvoorbeeld over het feit dat een muur weliswaar wordt gebouwd, maar dat daaraan voorafgaand, zeker in bewoond gebied, eerst sloop nodig is. Sloop van bouwwerken, natuurlijk, maar het wordt al snel ook de sloop van bestaande buurten, met als gevolg sloop van een tot dan toe ongedeelde samenleving, waar ‘de ander’ plotseling wordt buitengesloten. Conclusie: een muur is geen constructie, maar een destructie. En de consequenties daarvan zijn in Bagdad, Belfast, Nicosia en Jeruzalem stuk voor stuk even stuitend.

Een ander hoofdstuk heet ‘Landmark’. Daar gaat het over het markeren van een landsgrens, met bijvoorbeeld een grenspaal. Dat is op zich prima, want het is handig om te weten of je in Spanje of Frankrijk bent tijdens een Pyreneeënwandeling. Maar een aantal markeringen, waaronder de Chinese Muur, is uitgegroeid tot toeristische attractie, alsof het een gezellig drielandenpunt betreft. Wiedenhöfer vindt dat pervers en stelt dat dit soort obsceniteit alleen aantrekkelijk is voor degenen die er niet onder lijden. Een rake, confronterende uitspraak. Ik ben destijds in Berlijn ook naar Checkpoint Charlie geweest en bij de muur op zo’n trappetje geklommen om naar ‘de andere kant’ te kijken. Walgelijk, denk ik nu. Achteraf is het helemaal terecht dat die grenswacht me destijds zo uitvoerig controleerde.

Israël | Bezette Palestijnse gebieden (703 km) © Kai Wiedenhöfer

Merkel
Het wordt interessant te zien wat de Chileense architect en Pritzker Prize winnaar Alejandro Aravena, als curator van de 15de Architectuurbiënnale in Venetië gaat doen met dit thema. De titel van de biënnale, Reporting from the front, suggereert een stevig staaltje oorlogsjournalistiek, maar de onderbouwing van Aravena’s keuze laat zien dat het hem ook om vrijheid en veiligheid gaat. De biënnale gaat over ‘gevechten die gestreden moeten worden’ en ‘grenzen die verlegd moeten worden om de kwaliteit van de gebouwde omgeving te verhogen en daarmee de leefbaarheid te verbeteren.’ Tot slot spreekt het persbericht van ‘de vitale frontlinie van de gebouwde omgeving.’ Het zal vast goed bedoeld zijn, maar ook hier is de woordkeus uit het repertoire van de oorlogsretoriek opvallend en ronduit ongelukkig. Dergelijke grenzen verleggen is, anders dan de lat voor jezelf steeds hoger leggen, niets minder dan het eigen werkterrein vergroten. Landjepik, heet dat. En wat is een ‘vitale frontlinie’ in dit verband? De Westelijke Jordaanoever? Natuurlijk niet. Kai Wiedenhöfers werk verdient een plek op de hoofdtentoonstelling, of anders in het Duitse paviljoen. De foto’s steunen stuk voor stuk Angela Merkels vluchtelingenpolitiek. Dat is geen toeval. De val van de Muur bepaalde Wiedenhöfers langjarige fotografische thema. Voor Merkel was het de aanleiding om verder te gaan in de politiek. En bij beiden zit de overtuiging diep in de genen: vrede begint met het afbreken van muren.