Recensie —

De Ontdekking van de Tijd

Andrea Prins

Is de toekomst van onze steden planbaar ondanks valuta-crashes, de gevolgen van klimaatverschuiving en massale migratie? De auteurs van The Flexible City denken van wel. Ze omarmen het onvoorspelbare en laten de tijd in hun voordeel werken. Dit boek kijkt over de grenzen van Nederland: in het buitenland lijkt het gras vaak groener. Toch een waarschuwing is op zijn plaats, aldus een van de auteurs.

spread uit het besproken boek
Byens Hegn, Copenhagen, Denmark – From introverted construction site to an interactive artwork

De toekomstige ruimtelijke opgave voor de Europese stad zal fundamenteel afwijken van de opgave voor de steden elders, schreef Pakhuis de Zwijger bij de aankondiging van de boeklancering. In een flits reisde ik langs talloze lievelingsplekjes in Europese en Aziatische steden en van daaruit was het niet ver naar Koolhaas’ manifest over chaos in Afrikaanse megasteden, een tekst die een andere ruimtelijke perceptie van het fenomeen ‘stad’ formuleerde. (1) Van ‘ruimtelijke opgave’ had mijn fantasie ‘ruimtelijke perceptie’ gemaakt.

Laat ik het onomwonden zeggen: The Flexible City gaat het niet over ruimtelijke perceptie. Als ik direct naar de cover had gekeken, had ik het kunnen weten. Dit boek biedt instrumenten, structuur en overzicht, geen provocaties. Toch blijkt er onverwacht wel degelijk een verband te zijn tussen Koolhaas’ analyse over Lagos en de analyse in The Flexible City.

De twee auteurs, de architecten Tom Bergevoet en Maarten van Tuijl, gaan uit van een aantal stellingen. Heel kort samengevat: de Europese dorpen, steden en metropolen zullen na de immense groei van de afgelopen 150 jaar niet meer uitbreiden. Dit komt door de te verwachten bevolkingsafname en door economische onzekerheden maar ook door bewuste politieke beslissingen, om bij voorbeeld verdere aantasting van het omliggende landschap tegen te gaan. De behoefte aan ruimte zal enorm verschillen, sommige gebieden of plekken zullen leeglopen, andere juist sterk in trek zijn. De vraag naar ruimte verandert van kwantitatief naar kwalitatief hoogwaardig.

spread uit het besproken boek

De Europese nederzettingen zullen dus niet meer door groei en nieuwbouw, zoals in het verleden, maar door het verbeteren van het bestaande gekenmerkt worden. Transformatie binnen de ‘Rode Contour’. Het boek heeft trouwens een voorganger. In De Flexibele Stad: oplossingen voor leegstand en krimp focussen de auteurs vooral op Nederland. Lay-out, structuur van de hoofdstukken en tekenstijl van beide boeken zijn nagenoeg identiek. Dit tweede, Engelstalige boek met als ondertitel Sustainable Solutions for a Europe in Transition verbreedt het thema en onderzoekt welke duurzame kansen in zowel verdunning als ook verdichting van Europese nederzettingen besloten liggen. Hiervoor worden voornamelijk Noordwest-Europese voorbeelden geanalyseerd, waarbij de lessen uit het onderzoek voor geheel Europa toepasbaar geacht worden.

De gebruikelijke planningsinstrumenten zijn voor stedelijke uitbreiding en nieuwbouw gemaakt, argumenteren de auteurs, voor een in het verleden gangbare bouwopgave. Daarbij staat het doel van de planning, een wijk of gebouw, aan het begin al vast. De laatste tijd, constateren de auteurs, werkt deze vorm van ‘blueprint planning’ niet meer: ontwikkelingen zijn onvoorspelbaar, maar planningen gefixeerd. Uit angst voor onvoorziene risico’s komen projecten niet van de grond. De nieuwe duurzame transformatieopgave vraagt om een andere werkwijze, die met onzekerheden om kan gaan, een flexibele planning dus. Ziehier de verklaring voor het woord ‘flexible’ in de boektitel.

De auteurs laten zien op welke manieren flexibiliteit in planningen geïntegreerd kan worden. En dit is het intrigerende: het gaat niet alleen over alternatieve processen zoals lokale samenwerkingen of het werkelijk bij het project betrekken van stakeholders, en om instrumenten met betrekking tot het ruimtelijke ontwerp, zoals het doelmatig verkleinen van projecten of het demontabel bouwen. Het gaat ook over juridische en financiële instrumenten om flexibiliteit te bereiken, dus de ‘harde’ kant van het verhaal.

spread uit het besproken boek
Dachausbauten, Vienna, Austria – From a history-oriented city to a future-oriented city

In het boek worden de instrumenten uitvoerig uitgelegd. Elk instrument heeft een icoon en samen vormen de instrumenten een ‘tool box’. De getekende iconen zijn weer terug te vinden bij de gerealiseerde voorbeeldprojecten, waarbij omwonenden zich op inventieve manieren locaties of gebouwen toe-eigenen. Dit is een van de sterktes van het boek: het zet bekende strategieën op een gestructureerde manier naast elkaar. Niet alleen in de bouwpraktijk, ook in het onderwijs wordt op ogenblik nagedacht over flexibiliteit in planningen, voorbeelden hiervan zijn te vinden in The City as Resource van de ETH Zürich.

De eye-opener zat voor mij in een vaak bewust andere omgang met de tijd. Steekwoorden zijn: kleine stappen, alternatieven, deel-oplossingen, tijdelijkheid en traagheid. Inzichten mogen wijzigen. Zo omarm je het onverwachte, in plaats van het te bevechten. Juridische en financiële risico’s zijn te overzien. Instanties blijken eerder bereid tot juridische uitzonderingen, investeringen zijn kleiner, en investeringen en inkomsten liggen qua tijd dichter bij elkaar. Hierin past ook de strategie van de stad Antwerpen zoals gepubliceerd in het tijdschrift StadtBauwelt; ‘Slow Urbanism’ combineert kleinere en grotere projecten, ‘injecties’, met een open geformuleerd ‘structuurplan’. (2) Hiervoor wordt ruim de tijd genomen. De zich ontwikkelende waardering voor het onverwachte en niet-planbare heeft dan toch misschien te maken met Koolhaas’ op het eerste gezicht cynisch klinkende ophemeling van de chaos in Lagos. Chaos biedt wel de mogelijkheid tot onverwachte toe-eigening van stedelijke ruimte.

spread uit besproken boek
Rückbau, Barkenberg, Germany – From growth core to shrinking city

Per definitie moeten de in een ‘tool box’ aangereikte instrumenten bruikbaar zijn voor andere projecten. Het boek laat inventieve samenwerkingen, financiële en bestuurlijke constructies uit Duitsland, Denemarken, België, Groot Brittannië en Oostenrijk zien. Auteur Maarten van Tuijl waarschuwde echter tijdens de boekpresentatie. Bij buitenlandse voorbeelden gaan stakeholders, maar ook ontwerpers, te vaak uit van de aantrekkelijke fysieke buitenkant van een project. Als voorbeeld noemde hij het enthousiasme van Amsterdamse ambtenaren voor de betaalbare, kleinschalige woningbouw in drie tot vijf lagen in Tübingen, ontwikkeld door een collectief. Maar deze typologie laat zich niet zomaar transponeren naar Nederland. In tegenstelling tot in Duitsland zou hier elk van die gebouwen over een lift moeten beschikken, het tegendeel van goedkoop in aanschaf en onderhoud. Moraal: de instrumenten uit de ‘tool box’ zijn alleen overdraagbaar na een grondige studie van context en regelgeving.