Feature —

Design Society: een nieuw museum voor een nieuwe stad

Harry den Hartog

Begin volgend jaar wordt de Design Society in Shenzhen geopend. Deze ‘culturele hub’ is een initiatief van de China Merchants Group en ontworpen door de Japanse architect Fumihiko Maki. Ole Bouman, voorheen directeur NAi en hoofdredacteur Archis/Volume is verantwoordelijk voor de inhoudelijk programmering en internationale positionering van Design Society. Harry den Hartog interviewde hem over het museum, nieuwe manieren van werken en de nieuwe ontwerper.

de toekomstige omgeving van de Design Society, het museum is rechts van het midden (in de letter T) – foto auteur

Harry den Hartog: China heeft een razendsnelle economisch ontwikkeling doorgemaakt en belooft ook op cultureel gebied een flinke inhaalslag te maken. Momenteel wordt er fors geïnvesteerd in cultuur. Waar komt het idee voor dit museum vandaan en sinds wanneer ben jij erbij betrokken?
Ole Bouman: Het idee voor een groot museum speelt al jaren bij de stichter China Merchants. Ik ben aangenomen om het museum inhoudelijk vorm te geven. Mijn bijdrage aan de 2014 editie van de Bi-City Biennale of Urbanism and Architecture (UABB) in Shenzhen is opgevallen. Het leidde tot de uitnodiging om dit nieuwe museum vorm te geven en op te zetten.
Het stadsdeel Shekou telt ruim 800.000 inwoners. Het was altijd al een Special Economic Zone en is onlangs aangewezen als Free Trade Zone. Er gaat hier komende jaren veel gebeuren. Shekou wordt een heel belangrijke plek. Dat was het altijd al op het gebied van industrialisatie, maar nu moet het zich doorontwikkelen en klaarmaken voor tertiaire en quartaire sectoren. Er is momenteel hier in Shenzhen een ongelofelijk grote investering in cultuur gaande. Er staan meerdere musea op stapel waaronder een planning- en kunstmuseum.

 

Dat planning- en kunstmuseum, is dat niet hetzelfde type als al die andere planningmusea die elke stad in China heeft om haar bouwplannen te tonen, en zo te imponeren in de hoop investeerders te trekken?
Ik weet niet precies wat het beleid achter dit plannings- en designmuseum is, maar dat zal in ieder geval heel groot worden. Coop Himmelb(l)au heeft het ontwerp gemaakt. Alle aandacht gaat nu naar het gebouw zelf, wat daarin komt is nog onbekend, behalve dat die twee onderdelen er in zitten: beeldende kunst en planning.

rendering courtesy Maki and Associates

Is al wel bekend wat er in jullie Design Society komt?
De consensus over de ambities voor dit museum liggen helemaal in het verlengde van wat ik al eerder heb gedaan, namelijk verbanden leggen tussen ontwerp en kwesties in de samenleving. Dat is nadrukkelijk ook het idee van de initiatiefnemer van dit museum. Het is de bedoeling om het stadsdeel Shekou als een pionierszone te laten fungeren op het gebied van experimentele musea. We werken daarvoor samen met twee andere musea. Zo zal het Guanfu museum uit Beijing bijzondere collectiestukken van pre-modern design laten zien, samengesteld door de privéverzamelaar Ma Weidu. Het Britse Victoria & Albert Museum zal laten zien hoe het zijn collectiemodel aanpast op de lokale situatie van Shenzhen.
Ook zullen we ons nadrukkelijk bezig houden met toekomstvisies. Het gaat er om brede erkenning te vinden voor de rol van de ontwerper in de context van de modernisering van China. Een modernisering die gaat over intelligente steden en intelligente economie, over duurzaamheid en technologie, en over duurzaamheid en beleid. Een modernisering die gaat over mobiliteit, over het interieur, en over typologieën in de woningbouw. Het gaat eigenlijk om het vinden van de juiste vormen en de juiste methoden om het leefklimaat te verbeteren.

 

Richt het museum zich specifiek op de regio Shenzhen, wordt het ook onderdeel van de komende biënnales?
Design Society heeft een duidelijke Chinese agenda, maar een internationale aanpak. Wat de biënnale betreft, die heeft een heel andere filosofie. De biënnale heeft de rol van stedelijke katalysator, het ligt daarom voor de hand deze steeds elders in de stad te laten landen en dat hoeft niet altijd in Shekou te zijn. Maar ik sluit niets uit.

 

Ben je betrokken geweest bij de architectenselectie van het gebouw waar de Design Society in komt?
Nee, de selectie vond al veel eerder plaats en was in handen van de ontwikkelaar, de China Merchants Group. Het is Maki’s eerste ontwerp in China. Het gebouw is heel landschappelijk gesitueerd. Een parklandschap plooit zich over het gebouw. Het hoogste punt is inmiddels bereikt. Mijn rol is om dit bijzondere gebouw zijn culturele identiteit te geven.

courtesy Maki and Associates

Maki ontwierp dit gebouw dus zonder dat het programma precies bekend was, zoals gebruikelijk is in China. Is dat niet lastig bij het samenstellen van de inhoudelijke programmering?
Het werkt hier in die zin omgekeerd van wat vaak in het westen gebruikelijk is. Met het museum heeft men een stedelijk monument willen neerzetten met cultureel en commercieel programma, maar de werkelijkheid gaat te snel om daar bij voorbaat een klap op te geven. Wat het proces onderscheidend maakt van veel andere musea in China is dat er parallel heel hard aan het programma wordt gewerkt en niet pas als het gebouw is opgeleverd. Er is hier ontzettend veel aandacht voor en men investeert in het programma. Dat moet ook af zijn als het museum open gaat, iets wat niet gebruikelijk is in de Chinese context. Samen met Maki, V&A, Guanfu en andere partners werken we daaraan. (HdH: veel nieuwe Chinese musea staan na oplevering lang leeg of veranderen van functie).

 

Zijn er tijdens de uitvoering aanpassingen geweest aan het ontwerp als gevolg van de in ontwikkeling zijnde programmering?
In zekere zin, maar er zijn geen kolommen verplaatst. De aanpassingen zijn eigenlijk onderdeel van het programma zelf. Er is nog veel mogelijk, maar er moet wel integer worden omgegaan met Maki’s ontwerp. Dat betekent dat we exact moeten weten wat we willen en dat betekent ook dat het ontwerpwerk doorgaat tot aan de afwerking.

 

Je woont inmiddels al ruim een jaar in Shekou. Wat was de reden voor jou om naar China te verhuizen?
Er waren een aantal redenen, met name de intensiteit van de huidige klus. Dat kan je niet op afstand doen. Dat was eigenlijk ook al het geval bij de biënnale, bij zo’n specifieke rol als stedelijke katalysator moet je er eigenlijk bovenop zitten om dingen te kunnen cultiveren. In het verleden had je iconische gebouwen, door iconisch architecten en iconisch curatoren. Dan zette je een statement neer en dat was genoeg. Dat kan hier en nu niet meer. Design Society is niet alleen een museum maar ook een plek voor evenementen. Dit betekent dat ik mensen moet trainen om een langdurig programma te maken. Je kan hier niet alleen met suggesties aankomen, maar je moet ook internationale relaties ontwikkelen en een brug slaan naar overheden. Het gaat om nieuwe samenwerkingen op te zetten en daarvoor moet je er bovenop zitten.

de bouwplaats

De energie in Shenzhen is ook onmetelijk groot. Het is een stad die zich al heel erg heeft bewezen qua dynamiek. Het zou heel mooi zijn als de stad weet te consolideren wat het in vijfendertig jaar heeft opgebouwd, een bepaald soort volwassenwording en het verhogen van haar kwaliteiten. De energie is nu ook groter dan ooit tevoren zo lijkt het wel. Shenzhen is een jonge dynamische stad waar heel veel ideeën zijn en versmeltingen plaats vinden.

Het nog niet uitgekristalliseerd zijn van een eigen identiteit maakt van Shenzhen een experimentele stad. Het is een stad van nieuwkomers waar dagelijks nog duizenden aankomen. Deze nieuw identiteit maak je samen met anderen. Deze stad is precies zoals de stad al duizend jaar in Europa is: een emancipatiemachine. Het klassieke idee van een stad, een plek die vrijer is dan het platteland en waar ook meer mogelijk is. Een plek met netwerken, waar verrassingen zijn, waar nieuwsgierigheid een kans heeft en waar geen conventies zijn. Een stad die roept: “Hier kan je iets van je leven maken.” Dat is eigenlijk de beste kwaliteit van de stad.

In Nederland hebben we een zogenaamde creatieve sector. Het woord ‘sector’ zegt het al: daar hoor je bij of daar hoor je niet bij. Hier in Shenzhen is het totaal irrelevant of je erbij hoort of niet. De houding en mindset van mensen is hier veel opener. Netwerken, instituties en geldstromen zijn hier meer fluïde en er zijn meer combinaties mogelijk. Het sectorale denken bestaat hier niet, ik heb er in ieder geval heel weinig last van. Dat maakt voor mij dat Shenzhen de uitgelezen plek is om het echte potentieel van architectuur design en cultuur te onderzoeken. Dus niet als een sectorale agenda op z’n best of als vrijetijdsbesteding op z’n slechtst.

 

Wat gebeurt er overigens met het complex van de vorige biënnale waar jij ook curator van was? Is er nog sprake van geweest om daar het Design Museum in te maken?
Dat terrein is inderdaad ook onderdeel van de China Merchants Group, maar van een andere tak. Gezien de rol van het museum in een stedelijke ontwikkeling, lag het meer voor de hand om met een eigen gebouw te beginnen. De biënnale van 2014 was een startopstelling. We hoopten natuurlijk dat het eindeloos zou worden doorgeprogrammeerd, maar de curatoren van de zojuist gesloten biënnale zagen daar van af. Zij wilden hun eigen locatie, hetgeen de Value Factory programmatisch liet inzakken. Wel is bereikt dat iedereen er van overtuigd is dat het complex behouden moet blijven. Het gebouwencomplex zit inmiddels in het collectieve bewustzijn als een bijzonder monument. Alleen de koppeling met de stedelijke context neemt meer tijd in beslag.

de bouwplaats

Het Britse Victoria & Albert Museum speelt ook een belangrijke rol bij de totstandkoming van de Design Society…
Dat is inderdaad een institutionele relatie. Het V&A is een monumentaal museum met een monumentale collectie en een monumentale reputatie. Maar dat zijn niet de uitgangspunten bij de Design Society hier in Shenzhen. Het interessante van het V&A is dat ze zich snel doorontwikkelen met diverse nieuwe verhaallijnen. Dat leidt tot interessantere samenwerkingen, en dat leidt tot een boost.

 

In China is een totaal andere marktsituatie aan het ontstaan. Tenminste, in mijn thuisstad Shanghai en ook in de meeste andere steden. Het is een lastige markt met ontslagrondes en veranderende opdrachtenportefeuilles. Is de dynamiek hier in Shenzhen ook aan het veranderen?
Ik denk dat er een groot verschil is tussen Beijing, Shanghai en Shenzhen. Hier in Shenzhen is meer mogelijk want het heeft een jongere bevolking. Maar ik hoor inderdaad ook verontrustende geluiden uit Beijing en Shanghai. Het is volgens mij nu veel belangrijker om als bureau een onderscheidende identiteit te hebben. Waar sta je als bureau voor, dat is een fundamentele vraag. Het hele idee van ‘bureau’ is ook niet helemaal houdbaar, evenzo het op zoek zijn naar opdrachten. Ook het fenomeen opdracht is net zo aan het uiteenrafelen als het fenomeen ontwerpbureau, het fenomeen discipline, en het fenomeen opleiding. Die hele keten waarmee alles is georganiseerd van ideevorming naar conceptontwikkeling, naar bureauoprichting, naar opdrachten zoeken, naar werken met de klanten, naar iets afleveren wat door jouw bedacht is, dat hele spectrum is aan het veranderen, evenals nog veel meer schakels die daar tussen zitten. Als je vast blijft houden aan een van die schakels terwijl de ketting een hele andere vorm krijgt dan moet je goed oppassen. Of je moet extreem goed zijn in wat je doet, of je redt het niet.

Ik heb nu gesprekken over wat de Design Society kan beteken voor deze nieuwe tendens en dus niet voor het oude verhaal dat aan het verdwijnen is. Hier in Shenzhen is alles nog niet zo uitgekristalliseerd als in Shanghai en Beijing. Er zit hier nog een zekere wendbaarheid en die komt goed van pas. In ieder geval een mentale wendbaarheid, maar ook in de stedelijke structuur zit zekere wendbaarheid zoals hier in Shekou waar hele havenemplacementen verplaatsen worden.

de bouwplaats in december 2015 – foto auteur

Dat soort grootschalige stedelijke transformaties vinden ook in andere Chinese steden plaats, dat is niet uniek.
Mijn uitgangspunt was en is nog altijd, dat als je begint bij de opgave, er altijd uitermate relevant werk is. Op het gebied van robotica wordt hier momenteel veel geëxperimenteerd, ook door architecten. Het gaat dan over de ruimtelijke dimensie van robotica in relatie tot menselijk gedrag. Dat kan je nog op allerlei manieren vormgeven. Er wordt gesproken over robots op het werk, maar er is nog nauwelijks aan ontworpen of gewerkt aan ideeën over de tussenruimte tussen robotica en de mens, terwijl daar grote behoefte aan is. We kunnen niet blijven wachten tot de robots het overnemen. We laten nu kansen liggen, er is gebrek aan ontwerpend initiatief, niet alleen hier, maar ook in Europa.

 

Is een andere manier van stadsontwikkeling en bouwen, met een ander soort opdrachten, met meer aandacht voor de menselijke maat en aanpasbaarheid geen urgentere opgave?
Er liggen inderdaad belangrijke nieuwe ruimtelijke opgaven en we moeten betere oplossingen verzinnen in zwaar weer. In Europa zie je een schaalverkleining. Maar er is nog nauwelijks verandering in aanpak. De ambitie gaat nog niet veel verder dan het idee dat we verder moeten. Maar we moeten andere paradigma’s vinden. Architectuur is veel meer dan alleen maar verder kunnen. Het vakgebied is een vehikel voor fundamentele exploratie van hoe het verder moet of kan, van verrassingen en daar vorm aan te geven. We kunnen architectuur niet herleiden tot bouwen, dan zit je meteen vast en lever je je over aan alle complicaties en traagheden die horen bij bouwen. Dan ben je afhankelijk van bouwtechnieken die jij niet hebt uitgevonden.

Architectuur heeft zich teveel op sleeptouw laten nemen door bouwkunde. Ooit was het bouwkunst en ging het om beleving. Dat werd op een gegeven moment afgedaan want dat was niet de kern zo dacht men, en toen werd het bouwkunde. Maar bij bouwkunst gaat het om het effect van wat er gebouwd is, het culturele effect en de performance.
Het ontwerp van effecten op de menselijke geest en intermenselijke relaties, dat zou weer centraal moeten staan. De toekomst van de architectuur zit volgens mij in de bouwKUNST, meer in de metaforische zin en in wendbaarheid.