Recensie —

Hoop doet leven: The White House van Ryan Mendoza

Lindy Kuit

If you move a Detroit House
across the world
what happens then?

 

The White House tijdens Art Rotterdam – foto © Frank Hanswijk

If you move a Detroit House across the world what happens then? Deze vraag schiet door het hoofd van de Amerikaanse kunstenaar Ryan Mendoza als hij in 2013 terugkeert naar zijn vaderland. Mendoza, die al ruim twintig jaar in Berlijn en Napels werkt en een tikkeltje worstelt met zijn afkomst, komt in Detroit, Michigan op het idee om een vervallen huis te ontmantelen en het mee te nemen naar Europa. Zo gezegd, zo gedaan. Via Jeroen Dijkstra van Livingstone Gallery in Den Haag komt hij in contact met Geert Verbeke die het ietwat wonderlijke plan volkomen haalbaar acht. De Vlaamse verzamelaar wil het huis graag een tweede leven geven op zijn landgoed en privé-kunstinitiatief de Verbeke Foundation en gaat met Mendoza in en over zee. Echter, voordat het huis permanent geïnstalleerd wordt in Kemzeke, nabij Antwerpen, maakt het team een pitstop in Rotterdam. Tijdens de week van kunstbeurs Art Rotterdam halverwege februari 2016 krijgt het witgeschilderde huis een plek naast de iconische Van Nelle-fabriek.

Wat gebeurt er als je een huis uit Detroit, één van de armste steden in Amerika, naar Europa verplaatst? Er klinken kritische geluiden. Kunst- en cultuurforum Hyperallergic spreekt van onjuiste appropriatie en wijst het project The White House genadeloos af. (1). Het Rotterdamse platform Vers Beton publiceert een vertaling en bewerking van een artikel dat verscheen op de website van The Guardian. (2). Hierin laten ook geograaf Brian Doucet en journalist uit Detroit Drew Philp zich negatief uit over The White House. Mendoza zou zich schuldig maken aan ‘ruïneporno’ en bovendien een te eenzijdig beeld van Detroit schetsen: het beeld van Detroit als louter een spookstad. Hij zou met zijn installatie een leeg en uit context gerukt beeld tonen dat niet toelicht waarom Detroit vervallen is. En dat beeld doet – uiteraard – geen recht aan de werkelijkheid, aldus Doucet en Philp.

still uit de documentaire ‘Coming Home- the road is paved with good intentions’

De reden waarom Detroit grotendeels leeg staat, is complex en beslaat een lange periode. Op haar hoogtepunt woonden er ruim 1,8 miljoen mensen in een ruimtelijk en raciaal gesegregeerd Detroit. Sinds de jaren vijftig is ‘the Motor City’ echter een ‘shrinking city’ en heeft ze te maken met een constant verlies van industriebanen en inwoners. Vooral in de jaren zeventig, tachtig en negentig gaan er veel banen verloren als onder andere General Motors, Ford en Chrysler hun fabrieken sluiten omdat ze het werk verplaatsen naar lagelonenlanden. In 2007 breekt vervolgens de kredietcrisis uit en vijf jaar later moet Detroit faillissement aanvragen. Bekende reportages en fotoseries als The Ruins of Detroit (2005-2010) van Yves Marchand en Romain Meffre en Andrew Moores Detroit Disassembled (2010) spreken tot de verbeelding; foto’s van lege fabrieken, theaters en scholen wekken de indruk dat Detroit volledig onbewoond is geworden, terwijl er nog steeds zo’n 700.000 mensen wonen. Zo op het eerste gezicht lijkt Mendoza’s huis het spookstadbeeld alleen maar te bevestigen.

Wat veel critici echter niet hebben meegenomen in hun genadeloze kritiek is de korte documentaire van Fabia Mendoza, de echtgenote van de kunstenaar, die tijdens Art Rotterdam te zien was op beursonderdeel Intersections en meer inzicht geeft in het project. In Coming Home vertelt Mendoza hoe hij door een oude vriend die in Detroit woont, wordt gewezen op het vervallen huis aan 20194 Stoepel Street in downtown Detroit. Het verlangen ontstaat dit huis te behouden. Enerzijds wil Mendoza herinneringen van de voormalige bewoners in stand houden en anderzijds wil hij Detroits uiteengespatte American Dream aan een groter publiek tonen en bijna fysiek laten ervaren. In samenwerking met Harley K. Brown en zijn plaatselijke sloopbedrijf begint de kunstenaar met het deconstrueren van het typisch Amerikaanse, houten postorderhuisje. En terwijl Mendoza met een kettingzaag de voorgevel in verscheepbare delen zaagt, krijgen omstanders, buurtbewoners, belangrijke initiatiefnemers en andere Detroiters de kans om hun zegje te doen.

still uit de documentaire ‘Coming Home- the road is paved with good intentions’

Zo komen, toevallig of niet, oude bewoners van 20194 Stoepel Street aan het woord. Weemoedig kijken ze naar het vervallen huis en maken een praatje met oude buren. Ze verloren het huis om financiële redenen, maar zijn opgewekt, hoopvol dat het later beter zal worden en blij dat Mendoza en consorten doen wat ze doen. Die hoop vormt het fundament van Coming Home. “You are immortalizing one conflict and are bringing some light to the city”, predikt een breedgeschouderde man in de voormalige Original Hip Hop Shop. En wat zij zullen doen met dat licht, is geheel aan hen. Mendoza staat ernaast en nipt als enige blanke man van zijn biertje. Heel even waant hij zich weer een positieve Amerikaan. De mannen in de Shop zijn opgewekt en geloven in een goede toekomst; Detroit zal terugkeren, weer bloeien zoals het ooit deed, maar heeft daar even de tijd voor nodig.

Hoop is broodnodig in Detroit. Ondanks de positieve stemming die spreekt uit Coming Home, gaat de stad nog steeds gebukt onder criminaliteit, armoede, leegstand en werkeloosheid. Bovendien is er sprake van een gapend en zorgwekkend sociaal-economisch gat tussen de blanke en de zwarte gemeenschap. Het behouden van een simpel eengezinshuis verandert uiteraard niets aan deze situatie. Tijdens Art Rotterdam stond het huis er eenzaam bij, unheimisch zelfs, met zijn wit geschilderde façade tussen de strakke fabrieksgebouwen. Het liet zich gemakkelijk vastleggen, maar ook eenvoudig voorbijlopen. In combinatie met de documentaire vormde het echter een lichtpuntje, een druppel op een gloeiende plaat, dat wel, maar in ieder geval een goed gebaar dat zich lijkt te willen meten aan het tweedelige motto van Detroit: speramus meliora, resurget cineribus – we hope for better things, it shall rise from the ashes.