Feature —

Defensie en design – de erfenis van Kamp Castor in Mali

Peter Olsthoorn

Malkit Shoshan presenteert tijdens de komende Architectuurbiënnale Venetië in het Nederlandse paviljoen haar onderzoek BLUE: Architectuur van VN Vredesmissies. In Het Nieuwe Instituut vertelde zij over haar bezoek aan Kamp Castor in Mali, een casestudy binnen dat onderzoek.

d140129ge1408
foto Ministerie van Defensie

Malkit Shoshan, architect en research fellow van Het Nieuwe Instituut, doet onderzoek naar de relatie tussen architectuur en oorlog en vrede. Geboren en opgegroeid in Israël, pleit Shoshan voor een onverdeelde wereld, voor seamless territory.
Aan de basis van dat pleidooi ligt haar verontwaardiging over de door Israël opgetrokken muur die bescherming moet bieden tegen Palestijnse aanslagen. Haar atlas over de geografie van het Israëlisch-Palestijnse conflict zette, zoals zij dat zelf zegt, de fysieke aanwezigheid van de Palestijnen op de kaart. Maar uiteindelijk gaat het haar om thema’s die dat conflict overstijgen, volgens Shoshan zijn er voor het beslechten van conflicten betere manieren dan het optrekken van muren.
Meer concreet gaat het in haar recentere werk over de invloed van militaire innovaties (zoals drones) op de publieke ruimte, over de invloed van surveilance op stedenbouw, en over de recente Nederlandse bijdragen aan VN-vredesmissies, waarbij Shoshan vooral geïnteresseerd is in de vraag hoe bij die missies de grens tussen compound en omgeving wordt getrokken.

 

Eerdere vredesmissies van de Verenigde Naties waren redelijk bescheiden in hun ambities die zich beperkten tot het uit elkaar houden van de strijdende partijen. Een goed voorbeeld is de eerste VN vredesmissie in 1948, om een tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog gesloten wapenstilstand te helpen naleven. De vredesmissies in Cyprus (sinds 1964) en Libanon (vanaf 1978) hadden vergelijkbare beperkte doelstellingen – en beperkt succes. Maar na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het einde van de verlammende patstelling tussen Oost en West zagen de Verenigde Naties mogelijkheden om zichzelf een grotere rol toe te bedelen. De meer recente vredesmissies van de Verenigde Naties hebben dan ook verder reikende doelstellingen, zoals het opzetten van onderwijs, gezondheidszorg, corruptiebestrijding, kortom: statebuilding. Zo proberen de VN sinds 1999 in Kosovo niet alleen de vrede te bewaken, maar ook een functionerend overheidsapparaat op te bouwen.
Uitgangspunt is tegenwoordig dat militairen alleen een land niet veilig kunnen maken. De nu voorgestane brede aanpak is internationaal de 3D-benadering (ook wel comprehensive approach) gaan heten: defence, diplomacy en development. De gedachte daarachter zien we bijvoorbeeld terug in de Nederlandse discussie over de NAVO-missie naar Uruzgan (2006-2010). Dat moest een opbouwmissie zijn, per se geen vechtmissie. Gedeeltelijk was dat overigens om voldoende draagvlak te creëren in parlement en samenleving. In de praktijk was het voor een deel toch ook een vechtmissie.

d140503sh1051
opbouw Kamp Castor – foto Ministerie van Defensie

Met de ambities groeide de personele omvang en daarmee ook de footprint van de vredesmissies. Waar eerder een redelijk eenvoudige kampement volstond, wordt nu in korte tijd een kleine stad opgetrokken, met het bijbehorende voorzieningenniveau (ziekenhuizen, restaurants), om alle militairen, diplomaten en ontwikkelingswerkers te voeden en te huisvesten. Shoshan zag dit met eigen ogen tijdens een bezoek in 2007 aan Kosovo waar de internationale gemeenschap nog steeds aanwezig is. Schaal en aard van die aanwezigheid deden haar nog het meest denken aan een olympisch dorp. Maar het bezoek aan Kosovo toonde nog iets anders: de vredesmissies waren van het platteland naar de stad getrokken en beïnvloeden volgens Shoshan die stad in ieder geval voor de duur van de missie – net zoals olympische dorpen invloed hebben op hun gaststeden.

Hoofdmoot van Shoshans lezing is het verslag van haar bezoek aan Kamp Castor eind 2015, nabij Gao in het oosten van Mali. In dat kamp, met gepantserde kamers en sportaccommodatie, verbleef sinds april 2014 het merendeel van de Nederlandse militairen die zijn uitgezonden in het kader van de United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission (MINUSMA). Kenmerkend voor dit soort vredesmissies nieuwe stijl is enerzijds het openeinde karakter – wanneer je als VN of NAVO met goed fatsoen weg kunt, is niet op voorhand duidelijk – en anderzijds de onvermijdelijke tijdelijkheid van het verblijf – dat je weggaat staat buiten kijf. Wat blijft zijn, naast tastbare zaken als scholen en ziekenhuizen en minder tastbare zaken als het begin van een rechtstaat, eventueel wat restanten van de militaire infrastructuur. En hoewel voor de bodemplaten een materiaal is gebruikt (de rode steensoort lateriet) die de Romeinen ook al gebruikten, zal Kamp Castor zelf, anders dan sommige Romeinse fortificaties, de tand des tijds niet doorstaan. Dat is ook niet de bedoeling, doorgaans wordt na afloop van een vredesmissie het kamp opgebroken en meegenomen, en zijn daarna bijna alle sporen van die tijdelijke huisvesting uitgewist. Daarin ligt een groot verschil met wat inmiddels de gedachte is achter de eerdergenoemde olympische nederzettingen: die blijven min of meer intact achter, met het idee dat de gaststad deze vervolgens opneemt.

d140503sh1029
Kamp Castor – foto Ministerie van Defensie

Volgens Shoshan zouden de Verenigde Naties een voorbeeld kunnen nemen aan de olympische werkwijze. Met een doordachte aanpak kan de lokale bevolking veel meer baat hebben van de internationale aanwezigheid dan nu het geval is. De taak van de missie in Mali is onder meer het herstellen van het centraal gezag en het verbeteren van de mensenrechtensituatie, maar ook de bouw en de aanwezigheid van het kamp zelf zouden volgens Shoshan een positieve rol kunnen spelen. Shoshan pleit er daarom voor een vierde D toe te voegen aan de 3D-benadering: die van Design.
Compounds worden nu opgezet met kennis en middelen die de lokale bevolking niet heeft; het delen van die kennis, bijvoorbeeld over het hergebruik van water, zou de bevolking vooruit helpen. Maar dat niet delen van kennis werkt twee kanten op. De kampen worden neergezet zonder gebruik te maken van lokale kennis over hoe het beste te bouwen in de lokale omstandigheden. Ook wordt bij het ontwerpen en neerzetten van die kampen maar beperkt gebruik gemaakt van lokale krachten. In Mali is het kamp Midgard, waar militairen en hulpverleners aankomen voordat zij naar hun eindbestemming in Mali verder reizen (en vanwaar Shoshan naar Kamp Castor reisde), ontworpen door een Bulgaarse freelance architecte, volgens Shoshan werkloos geworden door de kredietcrisis, en neergezet door een Marokkaanse aannemer.

Ook de wijze waarop een kamp wordt ingedeeld, bepaalt in belangrijke mate in hoeverre de lokale bevolking er iets aan heeft. Een simpel voorbeeld: door het ziekenhuis niet midden in het kamp neer te zetten maar aan de rand, is de kans groter dat de lokale bevolking er gebruik van kan maken. Meer in het algemeen zouden de grenzen tussen kamp en omgeving poreuzer moeten zijn dan nu het geval is. Kamp Castor ligt weliswaar bijna tegen Gao aan, maar staat met de rug naar de stad toe. In die zin is Kamp Castor een bubble die weinig relatie met de omgeving aangaat. Tot slot zou een kamp als Castor zo duurzaam moeten worden gebouwd dat het na het vertrek van de VN niet hoeft te worden opgepakt en meegenomen, maar kan blijven staan voor gebruik door de plaatselijke bewoners. Dat vereist wel dat het op een manier wordt gebouwd die aansluit bij de lokale behoeften.

UN bases Gao_M
luchtfoto van Gao, Mali met in het blauw de VN kampen

Het realiseren van zo’n andere bouwwijze veronderstelt een andere manier van denken aan militaire zijde. Militairen denken vanuit veiligheid, force protection, en dat leidde van oudsher tot gesloten kampen. Maar het denken daarover is aan het schuiven: meer open grenzen tussen kamp en omgeving leiden tot betere betrekkingen met de lokale bevolking (het fameuze winning hearts and minds) en daarmee, uiteindelijk, juist tot meer veiligheid. Dat ingenieurs van het Ministerie van Defensie deelnamen aan twee door Shoshan en Het Nieuwe Instituut georganiseerde workshops over compounds, en Shoshan onder begeleiding van defensie Kamp Castor bezocht, toont aan dat er bereidheid is om anders te bouwen.

Die bereidheid blijkt ook uit de aanwezigheid van vier Nederlandse ontwerpers van Defensie op de avond van Shoshans lezing. Zij kregen aan het einde van de avond het woord. Dan blijkt dat Shoshans suggesties vooral aanbevelingen voor de toekomst zijn. Kamp Castor (binnenkort verblijfplaats van Duitse militairen) wordt te zijner tijd afgebroken en alle sporen worden uitgewist. Dat is niet uit onwil om iets bruikbaars achter te laten, maar uit tijdgebrek: tussen politieke besluitvorming en de komst van het Nederlandse contigent zaten slechts enkele maanden. Kamp Castor moest er in vier maanden staan. Meer tijd en een door de politiek uitgesproken wens anders te bouwen volstaan om het een volgende keer anders te doen. Shoshan laat zien dat het anders kan, en lijkt door zinvolle en concrete suggesties te doen Defensie daarvoor de ogen te openen.