Recensie —

Van wie is de straat?

Paoletta Holst

De tentoonstelling ‘Van wie is de straat?’, die nu in het Van Abbemuseum te zien is, belicht verschillende visies op de hedendaagse straat en het gebruik daarvan als publieke ruimte. In de straat worden sociale en culturele, politieke en economische waarden en belangen zichtbaar. Maar hoe democratisch is de straat? Wie heeft het er voor het zeggen? Kortom, van wie is de straat eigenlijk?

Afbeelding2
zaaloverzicht van de tentoonstelling ‘De Straat, vorm van samenleven’ Van Abbemuseum 1972 – foto uit bibliotheekcollectie Van Abbemuseum

Eind jaren ’60 kwam er in Nederland een discussie op gang over de sociale relevantie van kunst en de plaats en functie van een museum in de maatschappij. (1) Als gevolg hiervan ontwikkelde het Van Abbemuseum ideeën voor een meer cultureel-sociale werking van het museum die onder meer vorm moest krijgen in het tentoonstellingsprogramma. Het doel was om het publiek te equiperen met inzichten zodat bewustwording van, en deelname aan, maatschappelijk belangrijke verschijnselen zouden plaats vinden. Dit resulteerde in 1972 onder andere in de tentoonstelling De Straat, vorm van samenleven, een veelomvattende tentoonstelling die naast de vormgevers (opdrachtgever en ontwerper) van straten ook de gebruikers ervan centraal wilde stellen.
Foto’s van deze tentoonstelling laten zien dat de straat letterlijk het museum werd binnengehaald: hek- en staalconstructies op betonvoeten vormde het tentoonstellingsgrid waarin straatmeubilair en een veelheid van foto’s een beeld gaven van straten over de hele wereld, gerangschikt volgens verschillende thema’s. Inhoudelijk werd de publieke ruimte opgevat als een politiek gegeven waarbinnen samenleven en de conditie van de straat elkaar wederzijds beïnvloedden.

De tentoonstelling Van wie is de straat? die nu in het Van Abbemuseum te zien is, heeft zich laten inspireren door De Straat van 1972 en wil opnieuw een aanzet geven om na te denken over onze publieke ruimte. De tentoonstelling bevindt zich in de toren van het Van Abbemuseum en is samengesteld door Willem Jan Renders. Hij selecteerde voor Van wie is de straat? vier verschillende bijdragen: het project Refugee Republic van kunstenaar Jan Rothuizen, multimediajournalist Martijn van Tol en fotograaf Dirk Jan Visser, 101 Straten, de implosie van het publieke domein van ZUS, Do you hear the people sing? van Crimson, en de The Strip van !melk. De eerste en de laatste kunnen gezien worden als de twee meest uiteenlopen opvattingen over wat de straat is of kan zijn. Zij kaderen de tentoonstelling inhoudelijk af. Elke bijdrage wordt geïntroduceerd met een thematische verwijzing naar 1972.

Toren
zaaloverzicht tentoonstelling ‘Van wie is de straat?’ – foto Peter Cox, Eindhoven – Van Abbemuseum

Met het project Refugee Republic wordt de link gelegd naar een thema dat veel aandacht kreeg in 1972: het grote en wereldwijde contrast tussen rijk en arm. Hoewel sloppenwijken, krotten en tentenkampen vandaag ver van ons af lijken te staan, laten de toenemende vluchtelingenkampen zien dat deze situaties wel degelijk dichtbij en realiteit zijn. Refugee Republic onderzocht het dagelijks leven in het vluchtelingenkamp Domiz, dat in 2012 in noord Irak ontstond. Rothuizen, Van Tol en Visser brengen dit kamp op een originele manier in kaart. Het dagelijks leven wordt geregistreerd met tekeningen, fotografie, film, interviews en observaties. Te zien is dat het kamp een geheel eigen economie heeft opgebouwd en dat mensen van tijdelijke tenten zijn overgestapt naar meer permanente vormen van wonen: Domiz is een stad geworden met inmiddels meer dan 58.000 inwoners. Het project is in haar oorspronkelijk versie een interactieve website.

The Strip (in Las Vegas) staat lijnrecht tegenover het vluchtelingenkamp in Domiz. Hoewel beide midden in de woestijn liggen hebben zij een totaal tegenovergestelde ontstaansgeschiedenis. De één is ’s werelds grootste entertainment oord waar mensen een obscene rijkdom tentoon spreiden, de ander een plek van toevlucht en soberheid waar mensen proberen te overleven. The Strip was in 1972 erg actueel door de toen juist verschenen publicatie Learning from Las Vegas van Robert Venturi, Denise Scott Brown en Steven Izenour. Hun studie toonde aan dat de commerciële ontwikkelingen in Las Vegas een eigen weg volgde die de architectuur als discipline ondergeschikt had gemaakt. Het stedenbouw en landschapsarchitectuurbureau !melk werkt momenteel aan de vormgeving van de publieke ruimte van The Strip, die een heuse transformatie ondergaat. Het straatbeeld dat eens ontworpen werd voor de auto moet nu aangepast worden aan de noden van de voetganger. !melk benadrukt in de tentoonstelling vrij letterlijk de groei, ontwikkeling en transformatie van The Strip: ‘I am a monument’ wordt nu ‘I am a boulevard’. Maar van wie is die boulevard?

Toren
zaaloverzicht tentoonstelling ‘Van wie is de straat?’ – foto Peter Cox, Eindhoven – Van Abbemuseum

ZUS geeft een heel andere kijk op wat de straat als publieke ruimte is. Zij brachten een typologie van honderd-en-één verschillende straten in kaart. Van de toren van Babel tot de hedendaagse shoppingmall. De tekeningen zijn in zwart/wit geprint, waarbij het zwart de publieke ruimte vertegenwoordigd en het wit de private ruimte. De titel, 101 Straten, de implosie van het publieke domein, vraagt om een verklaring, maar die blijft helaas achterwegen. Waar en waarom de publieke ruimte implodeert is aan de kijker zelf om te bepalen.
Daar waar ZUS zich enkel richt tot het ruimtelijk architecturale aspect van de straat, belicht Crimson deze juist als sociaal politieke ruimte. Voor Crimson is de straat een plek van protest tegen de gevestigde machten. De straat staat symbool voor het publieke, de vrijheid van meningsuiting, het zichtbaar maken van conflicten en het omverwerpen van onderdrukkende systemen. Een doorlopende illustratie laat een serie protesten zien van de jaren ’60 tot heden die de publieke ruimte zelf tot inzet van de strijd hebben gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de Los Angeles riots (1992) en het Gezi park in Istanbul (2013). Crimson raakt hiermee de kern van de vraag van wie de publieke ruimte is en aan wie zij eigenlijk toebehoort.

Toren
zaaloverzicht tentoonstelling ‘Van wie is de straat?’ – foto Peter Cox, Eindhoven – Van Abbemuseum

Van wie is de straat? maakt al met al een fragmentarische indruk, wat versterkt wordt door het feit dat je via andere zalen/gangen je weg naar de verschillende etages van de toren moet volgen. Het tentoonstellingsontwerp van Future Anecdotes Istanbul dat de etages en de projecten met elkaar verbindt, kan dit gevoel niet onderdrukken. De projecten zijn op zichzelf interessant, maar in het geheel van de tentoonstelling lijken zij te willekeurig en gaan zij geen relatie met elkaar aan. Dit maakt duidelijk dat de vraag Van wie is de straat? moeilijk te beantwoorden is en voor een tentoonstelling op een dergelijk kleine schaal te veelomvattend. Bovendien zijn de verwijzingen naar De Straat uit 1972 heel summier. De Straat maakte destijds duidelijk dat samenleven een continue (politieke) onderhandeling is en dus een noodzakelijk gegeven om over te spreken. Deze tentoonstelling mist een meer rebelse, politiek geëngageerde insteek die behalve sterke projecten zelf ook een statement over de publieke ruimte maakt. En dat is een groot gemis. In de huidige tijden van politieke oppervlakkigheid, een verontrustende angst voor ‘de ander’, de inperking van publieke en persoonlijke vrijheden, de controle en militarisering van de publieke ruimte, etc., is dat namelijk wat nodig is.

 

Lees ook de recensie van Arnold Reijndorp waarom je voor een waardige opvolger van de tentoonstelling De Straat, vorm van samenleven (1972) toch in het Van Abbemuseum moet zijn.