Feature —

De dubbele bodem van ons landschap

Wander Hendriks

Fig 3_Callandpark-Wander Hendriks
Calandpark – foto auteur

In de ontwerpwereld is steeds meer aandacht voor circulaire processen. Van energietransitie tot afvalverwerking, door analisten en ontwerpers wordt nagedacht hoe er ruimtelijk omgegaan kan worden met deze, veelal lineaire, vervuilende processen. Maar 100% hergebruiken is voorlopig nog een stip op de horizon. Een verslag van een tocht langs (vergeten) afvallandschappen.

In de door Stroom Den Haag georganiseerde stadsklassen maken ontwerpers kennis met “alternatieve stedelijke praktijken” en leren zo “de nieuwe vaardigheden van de doe-het-zelf-stedenbouw.” De stadsklas ‘Flourishing Waste’, onder leiding van ontdekkingsreiziger Hans Jungerius stond in het thema van afvallandschappen; want hoe goed je ook recyclet, er blijft altijd afval over. Dit afval belandt in veel gevallen in onze nabije omgeving. Hoe is men in het verleden omgegaan met de verschillende soorten afval, van huishoudelijk tot zwaar chemisch, en wat is hun invloed op de ruimtelijke omgeving? Een fietstocht op een zonnige zaterdag leidde ons langs voormalige vuilnisbelten die verworden zijn tot onbedoeld natuurlandschap.

Fig 1_Tropicana-Wander Hendriks
Blue City 010 – foto auteur

De tocht begint in centrum Rotterdam, in het voormalige zwembad Tropicana en de naast gelegen Disco. Hier wordt volop aan het Blue City 010 concept gewerkt, een, zoals op de website te lezen valt, “netwerk van ondernemers […] die hun businessplannen, grondstoffen en reststromen op elkaar aansluiten”.  Floris Schiferli van Superuse Studios, is een van de initiatiefnemers van het project en leidt ons rond. De ondernemers maken optimaal gebruik van de eigenaardige ruimtes en materialen die in het voormalige zwemparadijs te vinden zijn, zo vertelt hij. Het gebouw heeft namelijk een bruikbaar en aangenaam klimaat dat goed te koppelen is aan een nieuw ecosysteem.
Verschillende kwekers en ondernemers doen in het gebouw onderzoek naar nieuwe productiemethoden gekoppeld aan nieuwe businesscases. Eén van hen is Rotterzwam, zij gebruiken een deel van het oude zwembad voor het kweken van oesterzwammen. Het klimaat gecombineerd met koffiedik, afval dus, zorgt voor een aangename groeiomgeving voor de paddenstoelen zonder dat veel aan de ruimte moest worden aangepast. De verkoop van paddenstoelen is overigens slechts een deel van hun businesscase. Het overgrote deel van hun tijd vullen de mensen van Rotterzwam met het geven van workshops en trainingen aan bedrijven en particulieren over het zelfkweken van paddenstoelen.

Fig 2_Lickebaert-Wander Hendriks
Volksbos Lickebeart – foto auteur

Na de rondleiding over deze moderne, zij het zeer kleinschalige, manier van afvalverwerking gaat het gezelschap al fietsend richting de Maasvlakte. Net voorbij Vlaardingen passeren we het Volksbos Lickebeart. Vanuit mijn onwetendheid denk ik dat dit aangeplante natuur is waarvan er honderden in Nederland te vinden zijn, maar de geschiedenis leert dat dit niet zomaar een voorbeeld is van ‘nieuwe natuur’. Lickebeart was in de jaren ‘ 90 de vuilstort van het Havenbedrijf Rotterdam. Tussen de door ingenieurs bedachte dijken werd het verontreinigde slib uit de Rotterdamse haven gestort. Voeg daarbij illegale stort van huisvuil en chemicaliën en het resultaat is vele hectare grond vervuild. Het waren destijds maatschappelijke groeperingen die aan deze praktijk een einde maakte. Een goed georganiseerde actie heeft ervoor gezorgd dat in één nacht meer dan 16.000 bomen door de bewoners van Vlaardingen zijn geplant. De actie voor dit illegale volksbos werd zo breed gedragen dat er tot op de dag van vandaag een natuurgebied op de verontreinigde bodem staat. Een gebied dat wordt gekenmerkt door de rechte lijnen van de dijken en wordt gebruikt als wandelgebied.

Fietsend langs de Maas komen we langs de ‘Taj Mahal’ van het afvallandschap, de AVR in Rozenburg die prominent aan de oevers van de rivier staat. De wind brengt een onwelriekende geur mee en door de uitstotende wolken besef ik dat afval een onaangenaam nevenproduct is van ons consumentenbestaan.

27362921726_96da9a31f4_h
Calandpark – foto 123_456

Niet veel later na het oversteken van de Maas doen we het Calandpark aan. Hier prikt een bord in de grond met een duidelijke oproep: Respecteer de natuur. Het gebod  spreekt niet zomaar voor zich, de landtong is jarenlang gebruikt als vuilstort van de Botlek. Zwaar vervuild industrieel afval is hier de bodem voor een nieuw natuurlandschap. Door het afval af te dekken met een zogeheten leeflaag van 1,5 tot 4,5 meter dik, ontstaat er een klein maar heuvelachtig landschap. Het park kenmerkt zich door de vele ruiterroutes en de grote manege. Een apart deel is zelfs met wildroosters afgesloten. De ontmoeting met de Schotse hooglanders geeft mij zelfs even de ervaring van oernatuur. Het decor van enorme schepen, rookpluimen, havenkranen en de petroleumindustrie laat mij niet lang in die waan. Ik ben niet in een natuurgebied, maar sta op een vergeten afvalberg.

Fig 4_C2-depot-Christian Quist
Maasvlakte, de nationale vergeetput – foto Christian Quist

Vanaf het moment dat ik voel dat ik in de Rotterdamse haven sta, verandert mijn zicht op de omgeving. Vanaf het Calandpark steken we de Maas over om aan de voet van de Maasvlakte onze tocht voort te zetten. Het platte en eindeloze landschap straft ons met de volle wind tegen. Aan weerszijden van de weg rijzen duinen van ijzererts op die prachtig aan de horizon schitteren. Op borden langs het pad staat duidelijk aangegeven dat we langs een kabelgoot fietsen. Toch geven mijn ogen mij een andere indruk. Tot aan de horizon zie ik honderden meeuwen broeden in de meters brede berm. Het land wat de mens veranderd heeft in een industriële vlakte is terug genomen door de vogels. Voor hen is enkel het zand veranderd in ijzererts, is de grond veelal overgenomen door meters asfalt en vormen hekken veilige broedgebieden.

Na enkele kilometers doemt er achter de hekken een dijk-achtige gedaante op. Jungerius maant ons hier tot stoppen. Want hoewel in Nederland van alles wordt gedaan om te recyclen of te hergebruiken, van afval blijft altijd iets over. Stukjes afval die niet te verwerken zijn. De ontdekkingsreiziger vertelt dat we hier voor de “nationale vergeet” put staan. Voor elk van deze stukjes afval is er een plekje gereserveerd in het C2- en C3-depot, waar enkel buizen en borden aanduiden wat hier diep onder de grond begraven ligt. Om me heen kijkend valt me op dat er vanaf dit punt steeds frequenter kleine metalen buizen uit de grond steken. Bij navraag blijken dit controle punten te zijn die dienen om er zeker van te zijn dat het depot geen schade veroorzaakt aan de grondgesteldheid. Het tekent de grilligheid van wat er daar verborgen ligt.

Fig 5_Sluchter-Christian Quist
De Slufter – foto Christian Quist

Voor mij is duidelijk dat vanaf het verlaten van de landtong in Rozenburg het afvallandschap grootschaliger en meedogenlozer is geworden. Geen bomen, wandelpaden of Schotse hooglanders, maar hekken en gevarenbordjes. De C2- en C3-deponie achterlatend, fietsen we verder naar ons eindstation de Slufter. Aangenaam verrast starten we aan een klim om de nieuwe duinen van de Maasvlakte te bedwingen. Bovenaan maak ik kennis met de Slufter. Een dijk van vierentwintig meter boven NAP vormt het fundament voor de duinen en creëert aan de andere kant een gigantisch bassin. Dit bassin, met een inhoud van honderdvijftig miljoen kubieke meter, is niets meer en minder dan de nieuwste afvalbak van Havenbedrijf Rotterdam. Evenals het huidige Volksbos Lickebaart is dit een slibdepot. Ditmaal is het slibdepot zo ontworpen dat het zeker tot 2050 gebruikt kan worden.

Een reepje land met aan de ene kant het geweldige duin met daarachter een gewilde surfspot, en aan de andere zijde achter de hekken het slibdepot. De Slufter laat zien dat goed ontwerp- en ingenieursvakmanschap samengaan op een plek die geen menselijke schaal heeft. Toch zullen we pas over 35 jaar kunnen zeggen of dit een goede of wederom een landschappelijk verkeerde oplossing is geweest. Na deze fietstocht is de les van deze stadsklas dat in gebruik en ontwerp van processen niet vergeten mag worden dat ‘echt’ afval als nevenproduct voorlopig een realiteit blijft.