Feature —

Urban TV-tip: Het New York van Woody Allen

Wies Sanders

Deze zwoele zomerweek zijn de twee Woody Allen klassiekers op  TV: Annie Hall en Manhattan. Lees hier de Nederlandse vertaling van het hoofdstuk over deze films in Celluloid Skyline van James Sanders.

In de jaren zeventig zorgden twee grote gebeurtenissen er voor dat New Yorkers zich meer bewust werden van hun stadsgeschiedenis. De eerste was het event de Bicentennial die het nationaal historisch erfgoed uitlichtte, althans voor even. De tweede was een financiële crisis die New York op de rand van een faillissement bracht. De stad moest de federale overheid nederig om een lening vragen. De financiële nood maakte niet alleen de sociale problemen zichtbaar waarmee de stad in de afgelopen decennia te kampen had, maar zorgde ook voor een groeiende afstand tussen New York en de rest van de VS. Het overgrote deel van de VS was immers druk bezig met snelwegen, auto’s, suburbaan wonen en glazen kantoorparken. Maar New York, ooit het icoon van de toekomst, leek nu – verrassend genoeg – juist een ouderwetse plek, vol met historische gebouwen en een traditioneel straatleven. Voor velen in en buiten de stad leek New Yorks oude fysieke weefsel een van de vele problemen en een perfect symbool voor het algehele verval van de stad.

annie-hall
Still uit Annie Hall

Vlak na die crisis werd een film uitgebracht die de stad op een heel andere manier beschouwde. Woody Allens Annie Hall (1977) reflecteert de defensieve sfeer van de stad die net aan het opkrabbelen is na een financiële ramp. In de film verdedigt Alvy Singer (gespeeld door Woody Allen) de stad meerdere malen in Don Quichot-achtige termen tegen de smeekbeden van zijn collega (Tony Roberts) om naar Zuid Californië te verhuizen. Misschien ligt het aan Alvy’s karakter, dat lijkt op New York “als een eiland”. Of misschien zijn het gewoon zijn neuroses, want zoals Alvy toegeeft: het platteland maakt hem nerveus. Maar wat de reden ook is, hij blijft koppig toegewijd aan de stad, ongeacht de stadsproblemen. Als Annie Hall (Diane Keaton) in zijn leven komt, groeien Alvy’s gevoelens voor de stad in nog iets groters. Zoals in vele films, groeit de romantische relatie tussen Alvy en Annie tegen het decor van de stad. Maar dat decor is niet hetzelfde als die uit bekende na-oorlogse romantische films, zoals het Madison Avenue van Doris Day en Rock Hudson (in Pillow Talk) of de schitterende Park Avenue kantoren rond Audrey Hepburn en George Peppard in Breakfast at Tiffany’s. Opzettelijk kiest Woody Allen voor de oude delen van de stad om zijn ‘neurotische romance’ in scene te zetten.

Als we Annie en Alvy in de schemering volgen langs de East River Pier of langs de prachtige gevels van Washington Square, lijkt de film bijna tot zijn eigen verrassing te ontdekken dat, ongeacht welk probleem, de stad een levendige en visueel onstuitbare omgeving blijft. Als je Annie Hall nu bekijkt, kijk je naar een kantelpunt in de geschiedenis waarin de New Yorkers beginnen in te zien dat de oude stadsstructuur niet zozeer een blok aan het been is, maar juist een unieke kwaliteit. In de toenemende ingeblikte wereld van suburbia – in de film gesymboliseerd als archetypische glazen kantoren en wegrestaurants in Los Angeles – blijkt New York plotseling een waarde te hebben omdat het juist NIET net gisteren gebouwd was. Maar toch, twijfels blijven bestaan, “New York is a dying city” zegt Annie Hall zelf.

Manhattan-xlarge
Beroemde still uit Manhattan

Tegen de tijd van Allens volgende film, in 1978, is de recessie al echt op zijn retour en staan er inmiddels optimistische stadsbestuurders aan het roer. Zijn geloofsverklaring in New York is in de film Manhattan op een hoogtepunt gekomen: het stedelijk erfgoed is iets dat gevierd moet worden. De film begint met een onvergetelijke negen-minuten lange intro-montage, waarin de stad van decor naar hoofdrolspeler wordt gepromoveerd. “He adored Manhattan. He idolized it all out of proportions” begint de verteller in Allens herkenbare stem. “No matter what the season was, this was still a town that existed in black and white, and pulsated to the great tunes of George Gerswin“. En dat is precies wat we krijgen: een serie van sfeervolle zwart-wit shots van de Midtown skyline, met Rhapsody in Blue op de achtergrond, een combinatie van muziek en beelden die niet alleen de echte stad in herinnering roepen, maar evenzeer de filmversie van de stad: de droom van New York die – zo suggereert Allen – nog steeds kan bestaan.

 

De stem, realiseren we ons nu, is van een schrijver, die verschillende visies op zijn stad beschrijft. Eén waarin de stad het icoon is van sociaal verval, een plek met afval en lawaai, waar het noodzakelijk is om streetwise te zijn om te overleven. De beelden blijven maar komen: verleidelijk, groots, maar ook lelijk: een veerboot legt aan, een gevel van huurflats, een basketballveldje, Park Avenue in een sneeuwstorm, een parade, Washington Square, 57th street, Macy’s, het Guggenheim, the Plaza. Uiteindelijk wint de liefdesverklaring het “New York was his town“, concludeert hij “and it always would be“.

Fragment uit James Sanders’ Celluloid Skyline (p. 406)

Manhattan is te zien op zaterdag 23 juli om 22.35 uur op NPO2
Annie Hall is te zien vrijdag 29 juli om 22.40 uur op NPO2