Feature —

Verfrissende dadendrang

Warna Oosterbaan

Veel inventiviteit, veel optimisme en veel maakbaarheid ziet socioloog Warna Oosterbaan in de inzendingen voor de prijsvraag ‘A Home away from Home, nieuwe huisvestingsoplossingen voor asielzoekers’, waarvan de uitslag vorige week woensdag bekend werd gemaakt. Maar een thuisgevoel is veel lastiger te creëren.

Een van de zes winnende ontwerpen: De Tussenruimte – Anneloes de Koff (student TU Delft) en Pieter Stoutjesdijk (TheNewMakers)

Het is een echt Nederlands woord: maakbaarheid. Meestal wordt ermee bedoeld dat je de samenleving kunt bijsturen. Je kunt de pensioenleeftijd verhogen om het stelsel betaalbaar te houden. Je kunt jonge werklozen tijdig bijscholen, zodat ze meer kans op een baan hebben. En je kunt de kwaliteit van het onderwijs verbeteren door de Inspectie nieuwe taken te geven. Allemaal voorbeelden van beleid, middelen om de samenleving zo te maken dat hij beter functioneert.
Je zou bijna vergeten dat maakbaarheid ook een letterlijke betekenis heeft, en dat het woord daarin zelfs zijn oorsprong vindt. Je kunt de samenleving ook verbeteren door iets te maken, en Nederland is daarin van oudsher sterk geweest. De Afsluitdijk (1932) beschermde de Nederlanders tegen overstromingen. Net als de Deltawerken, waaraan tientallen jaren is gewerkt. Vierbaanswegen en klaverbladen maakten het verkeer veiliger. Trein- en metroverbindingen ontsloten het hele land. Allemaal imposante werken, waar veel beton, staal en asfalt aan te pas kwam. En allemaal bewijzen voor de stelling dat je een probleem ook kunt oplossen door iets te maken.

Een van de zes winnende ontwerpen: RE-Settle – René van Zuuk Architekten

A Home away from Home heeft die pretentie ook. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en de Rijksbouwmeester vroegen geen ideeën voor beleid, geen maatregelen, geen quota of inburgeringsprogramma’s. Die waren er al. Er moest nu iets concreets komen. Woningen. Althans, verblijfplaatsen. En dan niet in grootschalige centra, of in gestapelde containers, of in lege bedrijfspanden langs de snelweg. Het moesten verblijfplaatsen van hoge kwaliteit zijn en vluchtelingen moesten er zich thuis kunnen voelen.

 

Gebaar
Die oproep kreeg een flinke respons: 366 ontwerpers sloegen aan het denken en tekenen. Wie door de inzendingen bladert wordt getroffen door de drang om nu eens een groot gebaar te maken en met gedurfde ideeën een probleem op te lossen. We zien geen kazernes of kampementen, maar zorgvuldig geconstrueerde en kleinschalige eenheden, bij voorkeur in een bestaande stad of dorp, tussen de Nederlanders. Vrijwel altijd is in de mogelijkheid voorzien de woningen na het wegebben van de vluchtelingenstroom ook voor andere groepen te gebruiken. Voor toeristen, studenten, tijdelijke werkkrachten, ouderen. En als die er niet zijn, kan het leven van het verblijf milieuvriendelijk worden beëindigd. De inzendingen laten veel recyclebaar karton, warmtewisselaars, duurzaam hout, moderne kunststoffen en uitklapbare keukeneenheden zien. Het woord slim of het modernere smart komt in bijna elk voorstel voor.

Een van de zes winnende ontwerpen: SolarCabin, een dak onder de zon – Arjan de Nooijer (dNArchitectuur), Bram Zondag (Bureau Zondag Architectuur), Arie Barth (Barth Installatietechniek), Ewout Barth (Aldonk Plaatwerkindustrie), Harald Freericks en Marijn van de Werken (KS Profiel), Eric van Drimmelen (Houtgroep van Drimmelen)

Er spreekt veel optimisme uit die ideeën. Een nieuwe behuizing in een nieuw land biedt ook kansen, zo meent één van de inzenders. ‘Er kan ook juist ruimte ontstaan voor creativiteit, reflectie, nieuwe toekomstbeelden en plannen’. Veel ontwerpers streven naar oplossingen waarin vluchtelingen op een vanzelfsprekende manier in contact kunnen komen met de bestaande bevolking. Door vooral in de stad te bouwen, vinden sommigen. Of juist op een boerderij op het platteland, vindt een enkeling. Het is ook opvallend hoe vaak de ontwerpers van de nood een deugd maken. In lege kantoren en andere gebouwen kun je flexibele wooneenheden schuiven. De krimp in oostelijk Nederland kun je tegengaan door juist dáár je wooneenheden te plannen. Als je toch een nieuw verblijf moet maken, zet dan zoveel zonnepanelen op het dak dat je behalve dat nieuwe verblijf ook een al bestaand huis van energie kunt voorzien.

 

Artist impressions
Het is buitengewoon verfrissend, die dadendrang en het is te hopen dat de beste ontwerpen ook de kans krijgen om getest te worden en zich te bewijzen. Maar bij alle creativiteit en maakbaarheid past wel een voorbehoud: je kunt niet alles maken. De artists impressions die bedaarde mensen tonen, ontspannen wandelend tussen de strakke structuren die voor hen zijn ontworpen, laten een geïdealiseerd beeld zien. In werkelijkheid zullen er lijnen met wasgoed worden gespannen, zullen mensen op stoelen buiten zitten, mannen in groepjes bij elkaar staan en kinderen zich vervelen. Veel mensen zullen tussen hun recyclebare muren vooral wachten. Op het volgende gesprek, op nieuws van hun familie. Op hun toekomst. Allemaal dingen waar ontwerpers geen invloed op hebben.

Een van de zes winnende ontwerpen: Evolutionary wooden houses – Jurrian Knijtijzer, Pauline van der Valk, Despo Panayidou en Sam van der Heijde (Finch Building), Adam Duivenvoorden (De Groot Vroomshoop)

Op de bijeenkomst waar de prijsvraag werd gelanceerd zei jurylid Ferdows Kazemi dat van de deelnemers werd gevraagd huizen te ontwerpen waar mensen zich thuisvoelen. Dat is geen geringe opgave. Natuurlijk, om je thuis te voelen moet je wel een huis hebben, dat is een noodzakelijke voorwaarde. Maar dan? Thuis is een lastige categorie geworden. De wereld is nogal in beweging gekomen. Door migratie, toerisme en uitgezonden worden voor je werk is de betekenis van plaats en tijd veranderd. En niet voor iedereen op dezelfde manier. Voor moderne netwerkers, die in Londen, New York en Berlijn even goed de weg weten als in de Amsterdamse Watergraafsmeer, is thuis een plek die gemakkelijk ingeruild kan worden voor een andere. Starbucks, Amazon en Hertz functioneren overal en Google maps vertelt je meteen waar je bent. Het interieur van het Marriott Hotel is in elke wereldstad hetzelfde, en de moderne kosmopoliet kan zich overal in het Engels verstaanbaar maken.
Voor vluchtelingen ligt dat anders. Ze zijn niet geheel uit vrije keuze naar Ter Apel afgereisd. Voor de diensten van Hertz en Amazon hebben ze meestal geen geld. Maar ook zij maken gebruik van Google maps en met hun smartphones communiceren ze met hun ‘thuisfront’ – dat is vooralsnog hun werkelijke thuis.

Er is ook nog een derde categorie. Dat zijn de mensen die al lang in Nederland wonen en vaak al lang op dezelfde plaats. Voor hun is thuis al heel lang hun huis. Maar hun omgeving is veranderd. De globalisering heeft ze nieuwe buren, nieuwe winkels, nieuwe geuren en nieuwe geluiden gebracht. Niet altijd tot hun genoegen. Ze klagen wel eens dat ze zich niet meer ‘thuis’voelen in hun eigen wijk.

Een van de zes winnende ontwerpen: Hotel Nice to meet you! – Rik Tuithof (Studio Rik Tuithof), Stephan Verkuijlen (Stephan Verkuijlen architecten), Micha de Haas (architectenbureau Micha de Haas)

 

Op je gemak
De socioloog Jan Willem Duyvendak stelt dat je je alleen maar in de moderne natiestaat thuis kunt voelen als je in staat bent je op je gemak te voelen tussen mensen die eigenlijk vreemdelingen zijn. ‘Dat is de dagelijkse realiteit van een voortdurend groeiende groep mensen die niet te zwaar tillen aan hun thuisgevoelens’, schrijft hij in zijn boek The politics of Home (2011). Met andere woorden: zowel nieuwkomers als oorspronkelijke bewoners zullen moeten wennen aan een nieuw thuisgevoel. Dat gaat niet van de ene dag op de andere, maar er is veel wat erop duidt dat oude tijden voorlopig niet terugkeren.
Dat alles maakt het maken van plekken waar vluchtelingen zich thuis kunnen voelen een gecompliceerde opgave. Verblijven temidden van mede-vluchtelingen, met mensen waarmee je een vroeger thuis deelt, kan een tijdelijk thuisgevoel opleveren. Maar dat is van voorbijgaande aard, en de werkelijke opgave is een andere. Die opgave is je uiteindelijk redelijk thuis te voelen in een nieuwe omgeving, en dat kan alleen maar als je in contact komt met de mensen die daar al langer verblijven. Wat dat betreft bieden veel inzendingen voor de prijsvraag in ieder geval mogelijkheden. Doordat ze nadrukkelijk niet in aparte enclaves, maar tussen de Nederlanders zijn gepland.
En misschien nog belangrijker: de ontworpen woningen gaan niet ten koste van de bestaande woningvooraad, ze zijn nieuw. Tegelijkertijd zijn ze ook weer niet zo luxe dat ze de afgunst van die Nederlanders zullen wekken. Misschien is dat wel het slimste van al die slimme oplossingen. En wat de nieuwkomers zelf betreft: die voorlopige woningen zullen hun waarschijnlijk het gevoel geven dat ze meetellen. Niet alle asielzoekers onder hen zullen uiteindelijk worden toegelaten. Maar ze zullen wel allemaal een indruk krijgen van de manier waarop in Nederland dingen worden geregeld. Met zorg, inventief en verantwoord.
Dat zou je als een eerste begin van hun inburgering kunnen zien. Het zal zeker niet bij iedereen beklijven. Maar wie het opmerkt, zal er iets aan overhouden. Een zeker respect voor dat nieuwe land, en misschien het verlangen om aan die zorgvuldigheid ook zelf iets bij te dragen.

Een van de zes winnende ontwerpen: Nieuwe buren, nieuwe erven, nieuwe oogst – Haiko Meijer, Allart Vogelzang, Henri van Hoeve en Seline Wijker (Onix NL), Dennis Moet (Gidz), Marco Glastra en Hugo Dokter (Stichting Groninger Landschap), Peter de Kan (Dékan), Mathijs Dijkstra en Nanne Bouma (MD landschapsarchitecten), Robert Kuiper (Rizoem), Jos Roewen (Friso bouwgroep)

 

Gedemonstreerd
Voor de overige mensen in het land zullen de woningen ook iets betekenen, want er wordt hun iets meegedeeld, er wordt iets mee gedemonstreerd. Dat de overheden niet alleen inspraakavonden kunnen organiseren, maar ook tot daden in staat zijn, bijvoorbeeld. De bouw van een groot aantal zorgvuldig ontworpen, tijdelijke verblijven laat iedereen zien hoe de Nederlandse samenleving zich inspant voor nieuwkomers – zonder dat dat ten koste gaat van de kansen op een woning voor de mensen die hier al langer verblijven. Dat zal de acceptatie van de nieuwkomers bevorderen, vooral als die voorzieningen zich niet op afgelegen locaties bevinden.
Dat die woningen later ook gebruikt kunnen worden voor studenten, seizoenarbeiders, alleenstaanden, ouderen en anderen die weliswaar geen vluchteling zijn, maar even zonder woning zitten, dat zal er misschien toe leiden dat ook mensen die hier al heel lang wonen ongemerkt wennen aan een nieuw idee over de toekomst: dat die onrustiger zal zijn.
Dan is er tenslotte nog een aspect: innovatie. De prijsvraag heeft veel ideeën opgeleverd over energiebesparing, hergebruik, infrastructuur, flexibiliteit en materiaalgebruik. Misschien zijn ze niet allemaal toepasbaar. Maar ze laten wel zien wat er allemaal mogelijk is als je bestaande ideeën over de woningmarkt even in de kast zet, en als je even wordt vrijgesteld van het normen van het Bouwbesluit. Ook die gedachtenoefening zal zijn vruchten afwerpen.

Allerlei mogelijkheden dus, en daar moet het mee beginnen. Maar na het maken komt de moeilijkste opgave: de nieuwkomers zich thuis laten voelen. Helaas is zo’n gevoel veel minder maakbaar. Planners en architecten kunnen huizen ontwerpen, dat is hun vak. Of al die huizen ook een thuis worden – daar hebben ze maar in beperkte mate invloed op.