Feature —

Op zoek naar Crites & McConnell

Herman van Bergeijk

Foto’s die de beroemde Amerikaanse fotograaf Julius Shulman maakte van het werk van Crites & McConnell deden Herman van Bergeijk besluiten de gebouwen met eigen ogen te aanschouwen.

Julius Shulman photography archive, 1936-1997.
Kitzman House, Iowa City, 1965 – foto Julius Shulman © J. Paul Getty Trust. Getty Research Institute, Los Angeles (2004.R.10)

De bekendste Amerikaanse architectuurfotograaf uit die tijd, Julius Shulman (1910-2009), maakte enkele boeiende, dramatische opnames van deze architectuur. Hij deed dat ook van het mooie complex van vier hoge residence halls met bijgebouwen. Zelfs het model fotografeerde hij in een vroeg stadium toen het nog meer woonschijven had. Crites & McConnell bouwden het geheel in de tweede helft van de jaren zestig, inmiddels zijn er al twee flats afgebroken. Er gaat een serene rust uit van dit complex, maar, zoals in vele steden in Iowa, krijgen we er geen een gevoel van stedelijkheid – iets waar we bijna overal tevergeefs naar zullen zoeken blijkt later. De gebouwen liggen toch behoorlijk geïsoleerd in hun omgeving.
Stedenbouw en architectuur zijn in de Verenigde als een ongelukkig huwelijk met vele onvolkomenheden. Wat ons wordt aangeduid als ‘downtown’ blijkt in vele gevallen niet meer te zijn dan een woestenij die slechts aan een verleden tijd doet denken. Amerikaanse binnensteden hebben het nog steeds moeilijk.

Stephens Auditorium en bijgebouwen
Stephens Auditorium en bijgebouwen (1972) – foto Julius Shulman © J. Paul Getty Trust. Getty Research Institute, Los Angeles (2004.R.10)

Toen de in California wonende Shulman in Iowa lezingen gaf aan de universiteit raakte hij bevriend met Crites en McConnell. Hij werd later dikwijls gevraagd om hun werk te fotograferen. Zij werden verkozen als belangrijke vertegenwoordigers van de jongere generatie van architecten in de Verenigde Staten. In een interview zou Shulman zeggen: ‘Mainly because they saw my works so successfully published in the Architectural Forum magazine. All based on good photography–and good architecture naturally. But good expression. You can’t define architecture without good photography. And nowadays, of course, tragically the buildings are being shown in the architectural magazines in beautiful, beautiful color, full-page blowups, and the buildings are hideous and the color is beautiful, so they publish these pictures, and that’s supposed to represent architecture. […]It’s not what architecture truly depicts in our society.’ Shulman heeft het hier op de cruciale, propagandistische rol van de architectuurtijdschriften in die tijd, en de betekenis die aan de fotografie moet worden gegeven. Pas als het gefotografeerd is krijgt de architectuur meerwaarde.

De foto’s van Shulman maakten ongetwijfeld indruk. Ze zijn één van de redenen waarom ik op zoek ging naar werk van Crites & McConnell, een bureau dat buiten Iowa nauwelijks bekendheid geniet. Einde jaren vijftig maakten ze naam met de vele woonhuizen die ze ontwierpen. Zij schroomden niet om te experimenteren met constructies zoals in het Seiberling huis uit 1961 in Cedar Rapids. De spectaculaire fotografie van Shulman versterkte de uitstraling van deze architectuur die intrigerend is.

Lake McBride, Iowa, 1962
Lake McBride, Iowa, 1962 – foto Julius Shulman © J. Paul Getty Trust. Getty Research Institute, Los Angeles (2004.R.10)

In eerste instantie lijken deze huizen zich aan te sluiten bij de architectuur van Mies van der Rohe, maar bij nader onderzoek zijn zij toch veel meer in de lijn van de Case Study Houses, waarbij ook duidelijk opnieuw naar Le Corbusier is gekeken. Dit laatste wordt duidelijk als we kijken naar de relatie met het landschap. De meeste huizen zijn prachtig gelegen en vormen uitkijkpunten die weliswaar in een schitterende omgeving liggen maar waarbij de bewoners niet uitgenodigd worden om zelf onderdeel van de natuur te worden. Geen vloeiende beweging van binnen naar buiten. Er blijft steeds een afstandelijke verhouding bestaan. Het zijn woningen voor welgestelde voyeurs, die zichzelf naar de natuur toe ‘te kijk’. Er is veel uitzicht, maar bijna alles, zelfs de zon, wordt buiten het huis gehouden. De tuin is om naar te kijken. (De meeste tijd besteedt de Amerikaan aan het rondrijden op zijn grasmaaier, het tuinieren waarbij de handen vies worden gemaakt ligt hem niet, maar de ‘lawn’ moet er verzorgd uitzien.)

De vele huizen van de moderne architecten zijn geen voorbeelden van dichterlijk wonen. Alles is duidelijk. Grote glaspartijen openen het huis aan de ene kant terwijl de tegenoverliggende kant vaak nogal gesloten overkomt. De privacy wordt in eerste instantie gewaarborgd. Het zijn echter toch uitstalkasten met verschillende kanten. De moderniteit staat te kijk. De woningen worden dikwijls ontsloten door loopbruggen en zweven boven of kragen uit over het landschap. We krijgen het gevoel op de brug van een schip te staan van waaruit we de omgeving kunnen verkennen. Het wonen op Amerikaanse wijze wordt er als het ware gethematiseerd. Het is dit wonen dat in de naoorlogse tijdschriften werd gepropageerd.

Julius Shulman photography archive, 1936-1997.
Seiberling House, Cedar Rapids, 1962 – foto Julius Shulman © J. Paul Getty Trust. Getty Research Institute, Los Angeles (2004.R.10)

Het blijkt een moeizame taak om de woningen van Crites & McConnell terug te vinden. Zelfs gewapend met de dikke gids Buildings in Iowa van architectuurhistorici David Gebhard en Gerald Mansheim lukt het niet. Soms staan de adressen vermeld, maar even zo vaak wordt slechts een afbeelding van het gebouw gegeven, of slechts de plaats benoemd. In enkele gevallen heeft de natuur de huizen als het ware verslonden. Andere zijn geheel verbouwd en verbasterd. Dan zijn ze onherkenbaar geworden en bevinden we ons op doodlopende paden. Het Bellizzi House in Huxley is een goed voorbeeld. Daar het archief van het architectenbureau onvindbaar is heb ik geen plattegronden of ander materiaal en moet ik het met de bestaande foto’s doen. Dit huis met zijn bekleding van geperst hout, zijn evenwichtige compositie en zijn vele balkons en lange loopbrug vormde een icoon van het moderne wonen. Maar het is waarschijnlijk ten prooi gevallen aan een golfbaan. Uren heb ik besteed met het zoeken van dit uitzonderlijk huis maar uiteindelijk heb ik het moeten opgeven. Ook het Crites House, eveneens in Huxley, en enkele openbare scholen bleken onvindbaar. Andere bouwwerken laten zich wel vinden. Enkele woningen waren tamelijk goed onderhouden,  ondanks de problemen die al spoedig na de oplevering ontstonden. ‘The spread of the Case Study ideal to the midwest was both inspiring and problematic; Iowa’s own Ray Crites designed a handful of similar houses that were both celebrated and endlessly repaired to deal with their mid-Pacific detailing in a freeze-thaw climate’, aldus onze architectuurgids. Om onderhoudskosten te sparen hebben veel bewoners er daarom voor gekozen om de houten ‘sidings’ te bekleden met een kunststof.

Misschien was het een slecht idee om op basis van mooie foto’s vijftig jaar later op zoek te gaan naar het origineel van dat wat staat afgebeeld. De foto’s zelf houden hun grote aantrekkingskracht, ze representeren een ongekend optimisme en geloof in de toekomst, iets dat in de loop van de jaren verloren lijkt te zijn gegaan.

Julius Shulman photography archive, 1936-1997.
Bellizzi House, Ames, 1976 – foto Julius Shulman © J. Paul Getty Trust. Getty Research Institute, Los Angeles (2004.R.10)