Nieuws —

Torino Rinata – Archiprix 2016

Bram van Kaathoven

Met zijn afstudeerproject onderzoekt Bram van Kaathoven op welke wijze de fascistische reconstructie van Via Roma in Turijn kan worden aangewend om de continuïteit van de barokke stad zowel aan te tonen als te versterken. Van Kaathoven kreeg voor dit project een eervolle vermelding.

Serliana gezien vanuit cortile d’onore

Het typo-morfologisch onderzoek naar Turijn heeft aangetoond dat een sterke stedelijke- en architectonische continuïteit waarneembaar is, zowel op het niveau van de façade als op het niveau van de stadspaleizen (palazzi nobiliari). Verder typo-morfologisch onderzoek naar deze stadspaleizen in de Turijnse binnenstad maakte deze continuïteit leesbaar; het leverde een typologische reeks op waarin het ontwerp de evolutie van dit type voortzet en hiermee de laatste schakel in de reeks vormt. Het ontwerp van zowel een nieuwe gevel aan de Via Roma (de voornaamste barokke as in Turijn) als het aanvullen van de typologische reeks (en de samenhang tussen deze twee) is bedoeld om de opgedane kennis zowel te toetsen als voort te bouwen op de continuïteit van de stad.

Het afstudeerrapport en -ontwerp vinden hun oorsprong in het afstudeeratelier ‘Gran Torino’. Binnen dit atelier is de genese en transformatie van Turijn onderzocht door middel van een typo-morfologische benadering; een gezamenlijke inspanning tussen studenten van de Technische Universiteit Eindhoven en de Politecnico di Torino. De gekozen typo-morfologische werkmethode tracht hierbij voort te bouwen op de traditie van de Europese stadsmorfologie in de lijn van Saverio Muratori.

Begane grond met portico, vestibolo d’onore, passaggio en cortile di servizio

Het typo-morfologisch onderzoek naar Turijn heeft een terugkerende thematiek blootgelegd; alle stadsuitbreidingen zijn drager van een sterke stedelijke- en architectonische continuïteit. Deze hang naar continuïteit is niet vanzelfsprekend, maar een fundamenteel onderdeel van de barok zoals die in Turijn gestalte heeft gekregen. Door de plotse bekroning van Turijn tot hoofdstad van het Hertogdom Savoye in 1563 wordt de genese van de barokke stad ingeluid. Turijn, tot dan toe het rudiment van een Romeins castrum, wordt als eerste door Ascanio Vittozzi omgevormd tot een representatief barok centrum. Vittozzi formuleert hiervoor, als in de handboeken van Sebastiano Serlio, een gevelopbouw gebaseerd op het Serliana motief dat in volgende stadsuitbreidingen wordt gehandhaafd. Onder het absolutistisch bewind (Ancien Régime) heeft Turijn zich ontwikkeld tot een coherent systeem van barokke assen aaneengeregen door homogene façades en arcaden (portici).

Dit systeem is dus als eerste rigoureus voorgeschreven door Vittozzi en is doorgezet in alle opeenvolgende uitbreidingen van Turijn. Dit gevelprincipe heeft geleid tot grote consistentie en continuïteit in de stedelijke en architectonische uitbreidingen die substantieel ongebroken zijn gebleven tot de Napoleontische tijd. De fascistische reconstructie van de barokke binnenstad (1933-1937) onder leiding van Marcello Piacentini trachtte opnieuw voort te bouwen op dit systeem zoals geformuleerd in de barok. Het doel van dit afstudeerontwerp en -onderzoek is dan ook het achterhalen van zowel de motieven uit de barok als de fascistische reconstructie die hebben geleid tot deze continuïteit, de hoofdvraag luidt: op welke wijze kan de fascistische reconstructie van Via Roma worden aangewend om de continuïteit van de barokke stad zowel aan te tonen als te versterken? Deze hoofdvraag is uitgewerkt door de barok te plaatsen in de context van de Europese stad en vervolgens haar meest vruchtbare en stabiele verschijningsvorm in Turijn uit te werken middels typo-morfologisch onderzoek: de palazzi nobiliari, de gegoede paleizen in de barokke binnenstad.

Portico

Het typo-morfologisch onderzoek heeft uitgewezen dat het Turijnse palazzo in de barokke binnenstad herleidbaar is naar twee archetypen: het Italiaanse renaissance palazzo en het Franse hôtel. Vervolgens is aangetoond dat de intrinsieke structuur van het Turijnse palazzo een typologische samensmelting is van deze twee grondvormen (voornamelijk door de bijzondere positie van de vestibule in het Turijnse palazzo), en daarmee een typologische doorontwikkeling is van deze archetypen. Dit type is vervolgens gerationaliseerd tot een typologische reeks waarin het ontwerp de laatste schakel vormt. Het ontwerp is dus een logisch gevolg van voorgaande elementen binnen deze reeks: het is een doorontwikkeling van de interne logica van het Turijnse palazzo en het ontwerp vormt hiermee een inventie gebaseerd op reeds aanwezige voorwaarden.

Deze theoretisch afgeleide voorwaarden worden vervolgens in een fysiek ontwerp getoetst. Het doel van de toetsing van de theoretische voorwaarden in een fysiek ontwerp is tweeledig door de locatiekeuze: a) de locatiekeuze is het enige punt aan de meest prominente barokke as van Turijn (Via Roma) wat door de verstoring van een generieke invoeging zich niet langer naar haar barokke repertoire schikt, het ontwerp tracht dit repertoire te herstellen, b) dit punt grenst zowel aan de barokke stad als aan haar fascistische reconstructie (met haar ambities tot het handhaven van de architectonische continuïteit van de barok). Binnen deze tweeledigheid toetst het ontwerp hiermee of de fascistische reconstructie op dezelfde architectonische voorwaarden is gebaseerd als de barokke stad en daarmee bijdraagt aan de continuïteit van de stad.

Het citeren van architectonische elementen vormt hierin een hoofdstrategie tot architectonische continuïteit, in het ontwerp wordt dit getoond door het formeel bewerken en citeren van het Serliana motief (als eerder geformuleerd door Vittozzi). De zoektocht is dan ook de ‘bevrijde, en niet gezochte vorm’ geweest (als in een vrije vertaling naar Giorgio Grassi).

La facciata principale (hoofdgevel) > meer afbeeldingen
> download de thesis Torino Rinata: a typological conciliation of fascist legacy in the baroque city