Recensie —

EUtopische voorstellen

Ive Stevenheydens

Leuven viert de 500ste verjaardag van Thomas More’s iconische boek Utopia. In de summiere tentoonstelling ‘EUtopia – Mogelijkheid van een eiland’, te zien in Museum M, tonen vijf groepen van architecten en kunstenaars nieuwe utopische projecten. In hoeverre is More’s denken vandaag relevant voor architectuur en vormgeving?

Installatiezicht ‘EUtopia’ in M-Museum Leuven – foto Filip Dujardin

Precies 500 jaar geleden komt bij de Leuvense drukker Dirk Martens de eerste druk van Utopia van onder de persen. Vijf eeuwen later blijft het boek van de Engelse humanist, politicus en denker Thomas More (1478 – 1535) nog bijzonder invloedrijk. De Optimo Reipublicae Statu deque Nova Insula Utopia – zo luidt de volledige titel – is een werk dat uiteenvalt in twee delen en dat inhoudelijk sterk aan de latere ideeën van het communisme en socialisme herinnert. Geschreven in dialoogvorm tussen de auteur en de reiziger Raphaël Hythlodaeus, voert More in het eerste deel een kritiek op over het toenmalige Engeland en schetst hij in het tweede luik een maatschappij waarin iedereen gelukkig is. Het eiland Utopia kent geen privébezit noch luxe. Maar de inwoners zijn er vrij en blij.

Voor de stad Leuven vormt de jubileumverjaring van More’s boek de aanleiding voor The Future is More – 500 jaar Utopia Leuven, een groots opgezette viering met tal van culturele evenementen – dans, theater, lezingen, tentoonstellingen, concerten en nog veel meer staan op het programma. In Museum M brengt de overdonderende tentoonstelling ‘Op zoek naar Utopia’ een tachtigtal historische topwerken van onder andere Quinten Matsys, Jan Gossaert, Albrecht Dürer en Hans Holbein bijeen.
Deze tentoonstelling loopt over in ‘EUtopia’. De laatste zaal van ‘Op zoek naar Utopia’ leidt naar een trap naar boven waar de andere begint. Voor de aardigheid is de trapleuning met vals bladgoud beplakt. Dat glinsterende materiaal van een hoge blingfactor doet meteen van betere oorden dromen.

‘EUtopia’ baseert zich volledig op de geschriften van Thomas More. Letterlijk pikt de tentoonstelling enkele onderwerpen uit het boek op. Zo stelt de perstekst “Het vijfhonderd jaar oude Utopia bevat een aantal motieven die vandaag bijzonder actueel zijn, zoals de relatie tussen grens en identiteit, het debat over toezicht en privacy in de publieke ruimte, de wervende kracht van collectiviteit, en de uitbreiding van de ideale stad door gebruik van onze informatietechnologie”. De thema’s uit Utopia tracht de tentoonstelling dus te vertalen naar hedendaagse problemen en oplossingen daarvoor.

Stadsgezicht (Cité de Refuge) – OFFICE Kersten Geers David Van Severen

Nog letterlijker: aan de witte tentoonstellingsmuren van Museum M hangen fragmenten uit het boek  gespalkt tussen latten van bamboe. Zo opent de tentoonstelling met een gedicht van de heer Windbuil, een ‘gelauwerd dichter en neef van Raphaël Hythlodaeus’:
“Utopia heet ik, het land waar niemand heen wil gaan, en toch kan ik met Plato’s Staat de vergelijking aan; ik win misschien zelfs wel, want die bestaat slechts uit papier en loze praat, terwijl het allemaal wel echt is hier! Mijn wetten zijn het allerbest, mijn volk is rijk en blij: Eutopia, land van geluk, die naam past meer bij mij!”

En zo wordt meteen duidelijk dat de tentoonstellingsnaam uit het boek komt, al zijn er ook tal van verwijzingen naar Europa. Naar de zeer gethematiseerde en gemediatiseerde aanhoudende vluchtelingencrisis en al de daarmee gepaarde miserie bijvoorbeeld. In de tentoonstelling tonen OFFICE Kersten Geers David Van Severen Stadsgezicht (Cité de Refuge): een op een monumentaal gordijn geprinte perspectieftekening – of beter een computersimulatie – van hun voorstel uit 2007 voor een vluchtelingenstad in Ceuta.. De groep bedacht voor die Spaanse enclave op Marokkaanse bodem een immens colonnadegebouw dat een plein omkadert en zich in de zee bevindt, tussen de twee continenten. Het voorstel is bewust besluiteloos en kan dus geen bevredigend resultaat bieden. In de museale ruimtes van M heeft het iets tegendraads en cynisch.

Hoewel het imaginaire Utopia als startpunt van de zogeheten ‘papieren architectuur’ geldt – kritieken, reflecties, ideeën, voorstellen en ontwerpen die niet per se gerealiseerd hoeven te worden maar die veeleer tot denken en discussie aan willen zetten – toont ‘EUtopia’ ook echte projecten. Een huis om te sterven van noAarchitecten is een erg mooi voorstel en het beste werk van de tentoonstelling. De groep bouwt in de groene Vlaams-Nederlandse grensgemeente Wuustwezel het eerste Belgische palliatieve centrum dat niet geïntegreerd is in een hospitaal of rusthuis. Met eenvoudige zwarte tape werd in de tentoonstelling op de grond en de muren de contouren van het huis afgeplakt. Het grondplan op werkelijke schaal – living, slaapkamer, badkamer – is opgesmukt met een sofa, een fauteuil en enkele andere elementen. Zo kan de bezoeker zich makkelijk de ruimte inbeelden, zelfs ervaren, waar binnenkort mensen hun laatste dagen kunnen doorbrengen. Dat voelt aangenaam. Overigens: in het Utopia van More werden de terminaal zieke bewoners aangemoedigd om meteen euthanasie te plegen. Men mocht weigeren, al werd dat ervaren als een actie tegen het gezag.

Installatiezicht ‘EUtopia’ in M-Museum Leuven – foto Filip Dujardin

Camiel van Noten, Maxime Peeters en Wouter van der Hallen borduren voor hun Oops, Utopia letterlijk op het boek voort. Hun onderzoek gaat terug naar vier collectieve types van ruimtes en gebouwen die More omschrijft: een eetzaal, gebedsruimte, hoeve en een tuin. Op een lange tafel etaleren ze reële situaties in Europa waar groepen mensen utopische situaties wisten te realiseren. We zien het Beursplein in Brussel op 23 maart, vlak na de aanslagen. Dat plein transformeerde zich in die dagen tot een gemeenschappelijke rouwplek waar stand, religie noch achtergrond golden – hetgeen overigens verwijst naar More’s neutrale gebedsruimte uit 1516. Ook zien we beelden van fruitbomen in de publieke ruimte waar iedereen de vruchten mag van plukken, het project Open Source Washing Machine en andere sociale of emanciperende projecten.

‘EUtopia’ lijdt aan plaatsgebrek: de curatoren Joeri De Bruyn en Ward Verbakel kregen slechts één zaal ter beschikking. Daardoor hebben de werken weinig ademruimte en staan ze in een gedwongen dialoog. Zo voelt het werk MORPHEUS van JDS Architects wat misplaatst aan. Hun als een papieren Möbiusring in het midden van de ruimte opgehangen ontwerp stelt een continue stad voor, opgemaakt uit plattegronden van modellen zoals de middeleeuwse en de moderne stad, de tuinwijk of gridstad. Omwille van de plaatsing in de ruimte boet het voorstel aan kracht in.

Het werk “What hath God wrought?” van het architecten- en kunstenaarscollectief Lab(au) hangt zelfs op de gang. Maar dat speelt hier in hun voordeel. Zij leveren een installatie van zestien handgemaakte telegrafen die naar elkaar de honderd meest gebruikte woorden uit More’s boek seinen: ‘time’, ‘pleasure’, ‘nothing’, ‘body’, …. De titel van het werk (vertaald: “Wat heeft God gedaan?”) is de eerste tekst die in 1844 per telegraaf verstuurd werd en kan dubbel geïnterpreteerd worden. Het vormt op zich een kritiek op Utopia. Maar er is meer: omwille van fouten in dit gesloten telegraafnetwerk wijzigt in de loop van de tijd de betekenis van de woorden en zal dit morseorkest zichzelf langzaam maar onherroepelijk annihileren.