Recensie —

Metamoderniteit voor beginners

Thomas Wensing

Het laatste boek van Lieven De Cauter, Metamoderniteit voor beginners – filosofische memo’s voor het nieuwe millennium heeft als doelstelling om een toegankelijke inleiding te zijn op het heden, een uitleg om ons verwarrende en donkere tijdperk te duiden en te begrijpen.

Metamoderniteit voor beginners  bestaat uit verschillende essays die stuk voor stuk onderhoudend zijn en worstelen met grote thema’s: gruwel als entertainment, reality-TV, globalisering en de opkomst van identiteitspolitiek, vervreemding, de neo-conservatieve ideologie en de constante staat van oorlog, en tot slot grassroots activism;  stadsactivisme als manier om tegenwicht te bieden aan de uitholling van de publieke ruimte en de democratie. Het boek is al weer een tijdje geleden verschenen, dus voor de verkiezing van een racistische reality-tv ster en vastgoedmiljonair tot president van de Verenigde Staten, en is door de recente ontwikkelingen weer extra relevant geworden.

De collectie essays biedt een goede handleiding om verbanden te leggen tussen de verschillende filosofische, politieke en economische verschuivingen die hebben geleid tot de grootschalige terugkeer van rechts en links populisme in Westerse democratieën. Als filosoof is Lieven De Cauter geïnteresseerd in het gedachtengoed dat de verschillende, met elkaar verstrengelde, crises gevoed heeft en hij doet een poging om een effectief antwoord te formuleren op de beperking van vrijheden en de groeiende autoritaire reactie van onze zogenaamde democratische regeringen. Vandaar de keuze om het boek te besluiten met het hoofdstuk over verzet en publieke ongehoorzaamheid.

De individuele essays zijn de moeite van het lezen waard, maar in het beperkte kader dat deze recensie biedt wil ik me tot de hoofdlijn beperken, oftewel het vraagstuk van de relatieve plaatsbepaling van de mens in de tijd en de geschiedenis. De stelling waar de titel van het boek op is gebaseerd, is dat we zogenaamd uit de geschiedenis aan het vallen zijn en als het ware in een posthistorisch tijdperk leven. Dit idee lijkt me voornamelijk als provocatie te zijn bedoeld, maar De Cauter poogt het idee dat we in een moderniteit na de moderniteit – oftewel metamoderniteit – zijn beland aannemelijk te maken. Hij constateert dat we leven in een tijd waarin de processen van de modernisering ongebreideld en exponentieel doorgaan, zonder dat er een duidelijke, lineaire en positivistische richting te ontdekken is.

Historisch besef, of het idee dat de mens zich in een min of meer rechte lijn beweegt van verleden, via het heden naar de toekomst, is eigenlijk pas iets dat algemene ingang vond in de moderniteit. Voorheen waren mensen zich vanzelfsprekend wel bewust van het verleden, het heden en projecteerden verlangens en ideeën op de toekomst, maar het idee van ‘de Vooruitgang’ (Fortschritt), als een proces dat onvermijdelijk is, en tegelijk een moreel ideaal is dat dient te worden nagestreefd, is pas door Kant geïntroduceerd. Filosofen voor Kant leefden in een ‘soort eeuwig geometrisch heden’, aldus De Cauter. Vooruitgang in bijvoorbeeld de medische wetenschap, of achteruitgang in de toneelkunst werden door hen wel geconstateerd en beoordeeld, maar leidden niet tot een argument voor vooruitgang of tegen verval in het algemeen.

Het was ook niet de gewoonte om een tijdperk een naam te geven terwijl het nog bezig was, ook dit is een idee dat met de moderniteit ingang vond. Opvallend is dat sinds de Verlichting het min of meer gebruikelijk is om tijdperken te vernoemen naar de productiemiddelen of uitvindingen die grote wetenschappelijke, economische en sociale omwentelingen tot stand hebben gebracht, alsof de materiële ontwikkeling het voornaamste is dat ons als mensen bepaalt. De verschillende tijdsperken volgden elkaar op: het industriële tijdsperk, het stoomtijdperk, het atoomtijdperk, enzovoorts.
Voor Kant was het idee van de vooruitgang niet alleen in beperkte technocratische zin verbonden met technologische vernieuwing, grotere economische efficiëntie, en wetenschappelijke ontdekkingen: “We leven niet in een verlicht tijdperk, maar in het tijdperk van de Verlichting”, schreef hij. Zoals De Cauter parafraseert: “niet een geëmancipeerd tijdperk, maar een tijdperk van emancipatie”.

Kant was zich dus bewust van de kloof tussen de intellectuele en materiële prestatie van de mensheid en haar ethische en morele ontwikkeling. Desalniettemin geeft het vooruitgangsnarratief psychologische houvast en richting omdat het individu kan opereren binnen een historisch kader en in een geestelijke ruimte dat positief gericht is. Maar moderniteit is ook dat genadeloze historische proces waar we allemaal deelgenoot en getuige van zijn. Het houdt industrialisering, extractie van grondstoffen, vervuiling en klimaatsverandering in, het betekent accumulatie van kapitaal en koud winstbejag, bureaucratisering en efficiëntie, maar ook het openrijten van oude sociale stelsels, ontheemding en vervreemding.
De Cauter oppert dat door de toegenomen complexiteit het moeilijker is om een eenduidige naam voor het heden te vinden en dat, met deze complexiteit samenhangend, het in de tijd zijn, of “être à la hauteur du présent” (Giorgio Agamben), een welhaast onmogelijke opgave is. De explosie van het weten en de constante versnelling in ons informatietijdperk, het imploderen van de vooruitgangsgedachte, heeft er allemaal toe geleid dat een non-lineaire tijdsgeest en synchroniciteit is ontstaan die welhaast onmogelijk is te doorgronden. Verder kan natuurlijk het post-modernistisch debat van de jaren zeventig en tachtig niet zonder meer worden veronachtzaamd, of in de woorden van De Cauter “Tussen mei 1968 en oktober 1989 heeft de moderniteit (en ook het modernisme en de avant-garde) haar veren verloren – geïmplodeerd of geëxplodeerd”.

Één van de vergissingen van het modernisme was de turbulentie van de modernisering te verheerlijken en de negatieve gevolgen te veel in de naam van de vooruitgang te vergoelijken. Het faalde als poging om het historische proces van de moderniteit te transformeren in een collectieve visie die de meerderheid van de samenleving aanspreekt. Met de toenemende individualisering en de ontzuiling van de maatschappij kan een dergelijk samenbindend concept niet langer van bovenaf worden opgelegd. Groepen die zijn uitgesloten van de voordelen van de economische groei en globalisering komen dan ook vocaal en massaal in opstand.

Alhoewel het boek van De Cauter een verdienstelijke poging is om enkele thema’s voor het voetlicht te brengen weet ik niet of de poging om dit tijdsgewricht van een nieuwe naam te voorzien relevant of zelfs wenselijk is. De toenemende heterogeniteit van onze maatschappij, een realiteit waartegen populistisch rechts zich met hand en tand verzet, zal betekenen dat er connecties tot stand moeten worden gebracht die de traditionele individuele en groepsidentiteiten overstijgen, als we tenminste serieus zijn ten aanzien van het zoeken van oplossingen.
Zo wordt de strijd tegen de grootste bedreiging van de mensheid de klimaatsverandering vaak begonnen door de oorspronkelijke en van oudsher onderdrukte bevolkingsgroepen – of dat nu in de V.S., Australië of Nigeria is. Zij zijn daarmee te beschouwen als de avant-garde of voorhoede van onze tijd, terwijl zij juist bewust zijn buitengesloten van economische ontwikkeling of zogenaamde vooruitgang. De toekomst die ik voor mij zie is er één waarin mensen zich gaan realiseren dat de versplintering langs identiteitslijnen, welke deze ook mogen zijn (man-vrouw, blank-zwart), er voor zorgt dat onrecht en uitbuiting blijft voortbestaan.
Het positieve aspect van de klimaatsverandering is dat deze mondiale crisis ons er toe zal dwingen om bruggen te slaan die ons voorstellingsvermogen mogelijk nu nog te boven gaan.
Een nieuw idee over een rechtvaardigere samenleving en een nieuw economisch model zal van de grond af moeten worden opgebouwd. Links en rechts zijn allebei, in verschillende mate, verantwoordelijk voor de uitholling van het sociale contract met de bevolking. Deze organische veranderingen van onderaf vinden al plaats, zo was ik afgelopen week bij een protest in New York tegen de Dakota Access Pipeline. Het protest was vredelievend, ondanks de grote aanwezigheid van de politie en de groep was ongelooflijk heterogeen.

Als je inzicht wilt krijgen in het huidige tijdsperk en zijn problemen dan is Metamoderniteit voor beginners een goed begin. Na lezing de constatering delen dat we leven in een tijd waarin de processen van de modernisering ongebreideld en exponentieel doorgaan, is alleen niet voldoende, ook de oproep tot activisme van De Cauter dient serieus te worden genomen. De les die getrokken moet worden uit zowel het spektakel van Brexit, als de Amerikaanse presidentsverkiezingen, is dat men niet passief kan blijven op het moment dat populisme de kop op steekt – er staat te veel op het spel.

Scientific research, deprived of its moral reasoning, and whose results no-one can understand, is a perversion of the Enlightenment, which was supposed to turn us into responsible adults. Today, the Enlightenment is seen as a revolt against blind faith in technology, which turns Man into a primitive, while underlining our impotence to combat that selfsame technology. Kant and other Enlightenment thinkers had hoped that the end of Enlightenment would mark the dawn of the responsible adult, but instead we’re left with just the Golden Calf.

I champion the cause of anyone, here or anywhere in the world, who is resisting, I include within that category any form of resistance against a law regarded as a subterfuge, where opposition aims to affirm the Enlightenment spirit before it’s too late; but not as a mere repetition of history, but as a series of historical experiences which seek to back enlightened adults’ attempts to live with each other. I fear that unless we open up towards moral reasoning, which can only arise out of resistance, there will be no next century.”
Max Frisch 1981