Feature —

Stadmaken door ruimtelijke conversaties

Noor Debets

We ontmoeten elkaar bij Boekspot Hoog Catharijne. De rij kiosken en winkels verlichten de eindeloze stroom aan mensen die min of meer blindelings vanuit de trein, langs het winkelend publiek, richting de buitenwereld wandelen en andersom. Normaal ga ik ook mee met deze stroom, maar vandaag niet. Vandaag is Hoog Catharijne de plek van bestemming en vorm ik, samen met enkele ontwerpers, planologen, architecten, scenografen, studenten en professionals de twaalfde editie van De Stadsklas: ruimtelijke conversaties.

De stadsklas in actie – foto Jannes Linders

De Stadsklas is een themadag die sinds enkele jaren door Stroom Den Haag wordt georganiseerd en gaat over ’het ontdekken, ervaren en overdragen van vaardigheden die nodig zijn om nu en in de toekomst ruimtelijke opgaven aan te pakken’. Learning by doing dus, waarbij het samen leren centraal staat. Deze dag deel ik met een groep met diverse achtergronden en vindt plaats in realtime in the realworld, aldus Willemijn Lofvers, die werkt aan een proefschrift over de betekenis van eigenaarschap voor stedelijke omgeving en deze dag introduceert. De planologen en stedenbouwers die de steden vormgaven volgen we vandaag niet. In de klas wordt er juist gewerkt met hen die op zoek zijn naar een nieuwe vorm van stedelijkheid. Zij die samen stad maken en daarmee de stadsmaker van de toekomst vertegenwoordigen.

Inmiddels zijn we door Ester van de Wiel, ontwerpster en tevens één van onze gidsen die dag, via een onopvallende deur naar de achterkant Hoog Catharijne geleid. Zoals gebeurde bij spoor 9 ¾ opent er een wereld van eindeloze gangen, hoeken en straten; een labyrint over meerdere lagen verdeeld. De lift brengt ons naar de straat, de winkels of de onbestemde lagen ertussen. De toegang is in principe vrij en je kunt er gemakkelijk komen, mits je de route kent. Het is echter zo’n warboel dat er nauwelijks iemand komt. Van de Wiel loopt snel en ik raak m’n oriëntatie kwijt. Aan de vele voorbijgangers merk ik dat we weer in publiek gebied zijn. Ik herken de dames en heren die van heinde en verre zich te buiten gaan aan het aanbod van de vele winkels, ergens wat eten en daarna weer met de trein vertrekken, deze stad-in-stad achter zich latend. Onze gids laat ons ook de toegang naar de woningen zien, ruim 400 bewoners vinden hier hun thuis.  We wandelen een kerkje binnen en een theaterzaal blijkt schuil te gaan achter de winkelgevels.  Ontelbare camera’s houden alles in de gaten en de zachte muziek op de achtergrond houdt de wereld speels.

De gangen van Hoog Catharijne – foto Noor Debets

Aan de hand van dit Catharijne laat Van de Wiel ons vandaag zien wat ervoor nodig is om bestaande ruimte anders te zien en te gebruiken. In het kader van Call of the Mall en in opdracht van de Stichting Kunst in het Stationsgebied 2013) heeft zij de Tuinfabriek gelanceerd. Als nieuwe stadsmaker promoot ze haar Tuinfabriek als het grootste voedselproducerend dak van Nederland. Hiervoor heeft ze een verborgen openbare ruimte op het dak, boven het winkelend publiek van Hoog Catharijne, weer toegankelijk gemaakt. In 2014 werd ze ervoor genomineerd voor de Dutch Design Awards dat de ‘breed gedragen implementatie’ loonde. De Tuinfabriek komt in beweging door er samen met de bewoners en de werknemers van Hoog Catharijne, allen lid van de Tuin- of Kippenclub, te zaaien, te composteren, te oogsten en te eten. Er scharrelen kippen rond en vandaag scharrelen wij er ook. We oogsten de kleine tomaten en wortelen en wassen deze in de keuken in de buitenlucht schoon. Er wandelt in stilte een dame rond die in de grond loopt de wroeten en daarmee onderdeel is van het ‘productieproces’ van deze kleine ‘fabriek’.

Het initiatief van deze samenwerkingsfabriek is wonderschoon maar de toegewijde samenwerking, blijkt na een mooie start in 2013, lastig voort te zetten. Al snel blijven de wormen, bijen en kippen achter als hoveniers en  laten de bewoners het afweten.  Het leidt tot een verwilderde tuin. Van de Wiel heeft het aangejaagd en gewerkt aan de instandhouding ervan maar vraagt zich nu af hoe en wanneer ze uit het proces kan stappen. Hoe kan ze haar vertrek inleiden? Betekent dat het einde van de tuin? De groep valt stil en lijkt er niet direct iets op te weten, de wind waait ons om de oren en de kou snijdt. Misschien draait stadsmaken niet enkel om het initiëren, maar ook om het in stand houden en om het afscheid nemen. Misschien hoeven we niet altijd te behouden, loslaten is soms nodig.

De bijenkorven – foto Jannes Linders

Na een verwarmende lunch in café Hagenouw in het Catharijne complex zijn we toe iets anders. Lotte van den Berg gaat , in een collectief van artiesten, al enige jaren  het gesprek aan met Hoog Catharijne. Het gaat hierbij niet enkel om het gesprek met de mens, het draait volgens haar ook om het gesprek met de dingen, of liever gezegd, vanuit de dingen en hun omgeving. Dit klinkt mij onbekend, maar het is een bestaande theorie van filosoof en socioloog Bruno Latour die stelt dat we helemaal niet zo modern zijn als we denken en dat een scheiding tussen natuur en maatschappij niet echt mogelijk is. Volgens Latour zijn mensen en dingen in een netwerk gelijk aan elkaar en hebben ook de dingen het vermogen hun omgeving te doen veranderen. Deze niet-menselijke entiteiten, de actanten zoals Latour die noemde, koppelen wij vandaag aan Hoog Catharijne. Zo wordt een ervaring in een ruimte ook gemaakt door bijvoorbeeld de echo, de stilte en het uitzicht uit het raam. Deze actanten worden door de mens continue beïnvloed zonder daar zelf zeggenschap in te hebben. Tijdens deze stadsklas geven wij ze juist een stem.

We staan inmiddels in een lege ruimte, op drie hoog tussen de woon- en werktorens van Hoog Catharijne met hun typerende jaren zeventig gevels. Hier zullen we het komende uur het menselijk perspectief los laten en een Parlement der Dingen vormen. We vragen onszelf af welke actanten we graag in het fictieve Parlement verwelkomen. En hoewel de groep ietwat onwennig op gang komt, komen de stilte, de flow, de tijd, de echo, de buitenwereld, de vele camera’s maar onder andere ook het wandelen, de liefde en het einde uiteindelijk langs. De rondleiding eerder op de dag helpt hierbij. We hebben het complex immers op hoogte mogen ervaren, als doolhof en als transit, maar ook als bestemmingsplek.

De locatie voor het Parlement der Dingen – foto Jannes Linders

Daarna is het up to the things to talk en herinner ik mezelf er meerdere keren aan dat ik de tijd ben. ‘Ik ben de tijd, ik ben de tijd, ik ben de tijd’, zo probeert iedereen in stilte zichzelf een actant voor te stellen. Het voelt onwennig. Maar zodra de Stilte zegt dat hij meer aanwezig moet zijn, vraag ik mezelf toch echt hardop af of de hele tijd meer stilte gewenst is, of alleen tijdens de nacht? De Flow is het hier niet mee eens en wil geroezemoes. Zo spreken we een volle 75 minuten, zonder enige agenda, uiteenlopend over de dingen, vanuit de dingen. Het experiment is een vernieuwende benadering van je omgeving, als een dialoog, en ik herken de wijze waarop ik als kind de dingen ook een eigen leven lieten leiden. En toch, het blijkt lastig gemeenschappelijkheid te vinden in het Parlement. In de gesprekken lijken wij, de dingen, niet echt naar elkaar te luisteren, er heerst onrust tussen de actanten. Het Parlement is nieuw en leerzaam, maar niet makkelijk, de wereld wordt er niet overzichtelijker van.

We keren terug naar de Tuinfabriek, wandelend door de binnenstraten van Hoog Catharijne. De ruimte doet mij direct anders aan. Het lijkt alsof de camera’s, de stroom aan mensen en al het aanwezige licht een eigen stem hebben gekregen. In de tuin wordt een kom pompoensoep uit de hooikist gehesen en houdt de glühwein ons warm. We praten nog na, we hebben veel geleerd. Als Van de Wiel ons nog één keer vraagt hoe wij de Tuinfabriek zouden eindigen, vraag ik me af: wat zou de Tuin zelf gedaan hebben?