Opinie —

De capsule en het collectief

Jarrik Ouburg

Om wonen in populaire steden betaalbaar te houden moeten we compacter en slimmer gaan wonen en het delen van functies niet zien als een gebrek, maar als een meerwaarde voor de individuele woning.

De Tokonoma is een inbouwkast met verhoogd podium in het hart van de Japanse woning.

Een van de grote kwaliteiten van het vak van de architect is dat je in de huid van de opdrachtgever mag kruipen. Om een goed restaurant te ontwerpen moet je even kok worden – een vorm van professioneel voyeurisme. Op dinsdag een kok, op donderdag een laborant, maar altijd een tijdelijke expert. Het interessante van een woongebouw ontwerpen is dat je tegelijkertijd ontwerper en expert bent. Je woont immers al je hele leven. Toen Office Jarrik Ouburg gevraagd werd om na te denken over een complex met kleine appartementen schoten mijn gedachten meteen terug naar een eerdere ervaring in Tokio waar ik twee jaar heb gewoond.

De eerste maanden woonde ik alleen op een ruime kamer in een rustige buitenwijk op twee uur reizen van het centrum van de stad. Na een half jaar besloten mijn vriendin en ik onze individuele kamers op te zeggen en samen te gaan wonen in een klein appartement in het hart van de stad. Het was voor ons een bewuste keuze om klein te wonen in een grote stad in plaats van groot te wonen in een klein dorp.

Telkens als ik weer naar de plattegrond van het appartement kijk, lijkt het wel alsof de deur te groot getekend is. Niets is minder waar, het appartement was zo klein: 18 m2. Naast de deur, valt de keuken op. Die is namelijk gereduceerd tot een gootsteen. Eten deed ik eigenlijk altijd in de stad. Het appartement was desalniettemin de plek om te wonen, te slapen, feestjes te geven, maar het deed ook dienst als kantoor en gastenverblijf voor bezoek uit Nederland.

Het appartement in Tokio

In Japan leerde ik dat een mooie kleine ruimte die meerdere functies kan aannemen ontelbaar veel beter is dan een grote ruimte die eigenlijk nergens geschikt voor is. De kwaliteit en de kwantiteit van een ruimte staan volledig los van elkaar. En om aan een kleine ruimte een grote kwaliteit te geven moeten we als architect meer ontwerpen dan de wanden, het plafond en een paar ramen. We moeten doorontwerpen. Het interieur als integraal onderdeel van de architectuur opvatten. Een mooi voorbeeld hiervan is de Tokonoma, een inbouwkast met een verhoogd podium in het hart van de woning, waar de bewoner een vaas met bloemen, een kaars of wierook kan neerzetten. Om het karakter van de bewoner te laten spreken worden alle specifieke eigendommen op een voetstuk gezet. De keuken, een kast of het bed zijn verborgen; er bestaat een heldere scheiding tussen de dienende en de bediende ruimten.

Hét voorbeeld van deze manier van ontwerpen staat uiteraard in Tokyo en is de Nakagin Capsule Tower van architect Kisho Kurokawa, gebouwd in 1972. Elk appartement is een geprefabriceerde stalen capsule met een binnenmaat van 2.3 x 3.8 x 2.1 m, compleet met alle ingebouwde huishoudelijke apparaten en meubilair. De 140 capsules van het gebouw zijn met slechts vier bouten aan twee betonnen kernen bevestigd en lijken zo als takken aan een boom te groeien.

Capsule van de Nakagin Tower, ontworpen door Kisho Kurokawa, opgeleverd in 1972

Nakagin is een gebouwd manifest van Kurokawa waar veel van zijn ideeën in samenkomen. Bijvoorbeeld zijn idee van de ‘Homo Movens’, de nomadische mens, waarbij het individu een grotere rol zou gaan spelen in de maatschappij dan het gezin. Maar vooral goed leesbaar is het gedachtegoed van het Metabolisme, waar Kurokawa een van de grondleggers van was. Centraal stond bij de Metabolisten het incorporeren van de biologische gedachte van groei, verandering en vervanging in de bebouwde omgeving. Door de lichte ophanging zouden de capsules eenvoudig afneembaar en vervangbaar zijn.

Nakagin is een viering van het individu. Twee Portugese architecten die in de toren hebben gewoond beschrijven hun ervaring als volgt: “We rarely see any of our neighbours, and despite having lived here for a few months, we’ve never come across anyone in the elevator… We have the impression that no one else lives in the building.” Er lijkt niet te zijn nagedacht over wat al deze individuen op een stukje grond van 430m2 in Tokio bij elkaar brengt, of wat hun gezamenlijke potentieel zou kunnen zijn. Op de begane grond zit een supermarkt, op de eerste verdieping een generieke kantoorverdieping, alleen de entreehal is een gemeenschappelijke ruimte. Momenteel zijn de capsules voornamelijk in gebruik als kantoor. De toren bevindt zich ondertussen in zodanig slechte staat dat het warme water is uitgevallen. Op het parkeerterrein is daarom een tijdelijke collectieve douche gemaakt waar mensen kunnen intekenen voor dertig minuten warm water. Toch nog een gedeelde functie.

Nakagin Capsule Tower van architect Kisho Kurokawa (foto: Jordy Meow)

De Nakagin Tower mist een gedachte die Kurukawa jaren later zou ontwikkelen. In zijn boek Kyosei no Shiso (Engelse editie: Each One a Hero. The Philosophy of Symbiosis) gaat hij in op het begrip symbiose. In het Grieks betekent symbiose ‘samen levend’ en heeft betrekking op een relatie tussen twee of meerdere verschillende organismen die voor hen gunstig of zelfs noodzakelijk is.

Symbiose is een radicaal ander begrip dan harmonie. Waar harmonie uitgaat van een onderlinge gelijkwaardigheid, maar ook van onderlinge onafhankelijkheid, benadrukt symbiose de verschillen tussen organismen en juist daardoor de afhankelijkheid van elkaar. Denk aan de buffel en de buffelpikker. Niet bepaald dezelfde soort, maar wel een grote mate van afhankelijkheid. Kurokawa stelt dat door een globaliserende wereld landsgrenzen steeds minder een bindende factor zullen zijn, en dat daardoor discussie tussen mensen onderling en hierdoor begrip voor elkaar noodzakelijk is voor verbinding. Symbiose zou daarvoor de beste samenlevingsvorm zijn. In het licht van laatste politieke graadmetingen denk ik dat Kurokawa in zijn boek uit 1991 een voorspellende uitspraak deed.

Een ander iconisch woningbouwproject uit de twintigste eeuw dat voor mij deze symbiose belichaamt is de Unité d’Habitation in Marseille van Le Corbusier. Het gebouw is ontworpen om verschillende levensstijlen te accommoderen en zich tot elkaar te laten verhouden. Het in 1952 opgeleverde gebouw bevat 337 appartementen met 23 verschillende typologieën variërend van eenkamer appartementen tot woningen voor gezinnen met vier kinderen. Interessant aan de appartementen is dat Le Corbusier ze het liefst uitgevoerd had gezien als flessen en de structuur van het gebouw als wijnrek. Elk appartement zou volledig geprefabriceerd in de structuur van het gebouw gehesen worden. Een prelude van Kurokawa’s Nakagin Capsule Tower.

La Bouteille, schets voor appartement in Unité d’Habitation van Le Corbusier

Naast de interessante opvatting over het appartement, de bijzondere ontsluiting door middel van de binnenstraten en de bijzondere typologie van de appartementen maakt het collectieve programma het project uniek. Op de 7e en 8e verdieping was een klein winkelcentrum met een visboer, slager, melkboer, groenteboer, bakker en apotheek. Naast een wasserette, een schoonmaakdienst, kapper en postkantoor, bevonden zich op dezelfde verdieping een restaurant en een hostel, dat door gasten van bewoners gebruikt kon worden. Op de 17e en laatste verdieping waren een kleuterschool en crèche gevestigd, door middel van een hellingbaan verbonden met het dakterras met peuterbadje. Het dak is de belangrijkste collectieve ruimte, met naast een tuin en terras, een gym- annex danszaal, een atletiekbaan van 300m en een solarium.

In een voordracht aan de Minister van Reconstructie en Stedenbouw tijdens de openingsceremonie van het gebouw vertelde Le Cobusier met een zekere trots dat de bewoners al een vereniging hadden opgericht die onder andere als doel had om ‘vriendschappelijke banden te scheppen en te onderhouden tussen bewoners’ en ‘het organiseren van gemeenschappelijke activiteiten (sociaal, cultureel, artistiek en recreatief)’. Zestig jaar na oplevering is er veel veranderd. Het restaurant heeft inmiddels een Michelinster, de gastenverblijven zijn een hotel geworden en veel van de oorspronkelijke winkels hebben plaatsgemaakt voor meer gespecialiseerde beroepen als een tandarts, internetbedrijf of een architectenbureau. Maar de gemeenschap, de VvE, is nog steeds heel actief en organiseert bijvoorbeeld nog jaarlijks het burenfeest Sur le toit: ‘Chacun apporte quelque chose a manger a partager, l’association des habitants offre les boissons’.

Zelf noemde Le Corbusier het gebouw een Cité Radieuse, een stralende stad. Een gebouw ontworpen als een stad op zich. De kracht van het gebouw is tegelijkertijd ook een zwakte voor de stad waar het zich bevindt, het onttrekt zich er namelijk volledig aan. Het voegt in zekere zin niets toe aan Marseille, het staat op zichzelf en volledig ten dienste van zijn bewoners. Met zijn pilotis laat het gebouw het maaiveld prachtig onder zich doorlopen, maar vermijdt ook iedere interactie met de stad. Het gebouw doet denken aan een volgeladen oceaanstomer: klaar om te vertrekken en de wal verbaasd achter te laten.

De Unité was een sociaal woningbouwproject, gerealiseerd in opdracht van de Franse staat in een tijd, net na de Tweede Wereldoorlog, dat het land kampte met een groot woningtekort. Nakagin was een private ontwikkeling waarbij alle capsules op de vrije markt zijn verkocht en de grond door de gemeente is verpacht. Op dit moment heerst er in Amsterdam het grootste woningbouwtekort sinds de wederopbouw. Door de meest recente economische crisis is er te weinig gebouwd. Nu het economisch beter gaat, willen naar verhouding nog meer mensen wonen op plekken die toch al populair waren, dicht bij werk, voorzieningen en vermaak. Het bestaande tekort en de nieuwe vraag zorgen voor een overspannen woningmarkt, die voor een selectief aantal mensen toegankelijk lijkt te zijn. Woningbouwcorporaties zijn door de overheid vleugellam gemaakt als het om ontwikkeling van nieuwbouw gaat. Private ontwikkelaars nemen gelukkig hun verantwoordelijkheid en realiseren commercieel vastgoed waarbij winst niet de enige doelstelling is. Steeds meer wordt ingezien dat economische waarde en sociale waarde elkaar versterken.

Holon House, ontwerp van OJO – Office Jarrik Ouburg

Terug naar de vraag van de ontwikkelaar, die door middel van micro-appartementen een oplossing wil bieden aan de groeiende vraag naar betaalbare woningen nabij de populaire binnensteden van Nederland. Wat kunnen we van Kurokawa en de Unité in Marseille leren?

Denk niet aan klein, maar aan compact. Ontwerp door. Integreer de kast, de keuken en het bed (of de bedstede) om zoveel mogelijk ruimtelijke kwaliteit voor iedere bewoner te garanderen. Maak combinaties mogelijk tussen kleine eenheden waardoor een rijke variatie aan appartementen ontstaat, voor een grote diversiteit aan bewoners; een diversiteit die kenmerkend is voor de stad. Bedenk welke functies bewoners kunnen delen. Zorg bijvoorbeeld voor wasvoorzieningen per verdieping. Integreer gemeenschappelijke functies zoals een gastenverblijf, tuin en bibliotheek. Zorg dat het dak van het complex de katalysator van verbinding tussen bewoners kan zijn, met een zwembadje, zonnedek, eettafels en open haard. Zo kunnen bewoners een collectief vormen in een compact woongebouw.

Zorg dat de op begane grond openbaar programma zit dat waardevol is voor de omliggende buurt, zodat het gebouw geen verticale gated community wordt. Laat het gebouw geen ruimte aan de stad onttrekken, maar  juist toevoegen. Ontwerp osmose – om in de biologische termen van Kurokawa te blijven – waarbij elk appartement en elke bewoner zijn eigen identiteit heeft, maar in verbinding kan staan met het collectief en de stad. Zo zal het stedelijke wonen van de eenentwintigste eeuw eruit gaan zien.

Interieur van een woning in het Holon House, ontwerp van OJO – Office Jarrik Ouburg