Recensie —

Perfectie met een vraagteken: Museum Voorlinden in Wassenaar

Andrea Prins

Particuliere musea worden salonfähig. In de Verenigde Staten heel gewoon, zie je ze ook in Nederland en de omringende landen verschijnen. Naast Museum De Pont, Insel Hombroich en Beelden aan Zee, om maar een paar te noemen, is er nu Voorlinden ontworpen door Kraaijvanger Architects. Kosten nog moeite werden gespaard om een perfect kunstmuseum te maken. Maar is perfectie eigenlijk wenselijk?

Museum Voorlinden, Wassenaar / Kraaijvanger Architects – foto Pietro Savorelli

Zelf ben ik behoorlijk perfectionistisch. Zegt mijn omgeving. Perfectionisme is volgens de woordenboeken ‘het streven naar perfectie’, het streven naar iets ‘zonder fouten of gebreken’, naar ‘volkomenheid’ en ‘volmaaktheid’. Perfectie zie ik ook graag om me heen: ik hou van meesterlijk ontworpen architectuur – van het soort dat in Zwitserland en Zuid-Duitsland te vinden is. Gebouwen die precies op de juiste plek staan. Met details waarvan je ziet dat ze met kunde en aandacht gemáákt zijn. En het liefst ook nog met net zo’n uitgekiend interieur.

Voorlinden streeft naar perfectie. Het begint met de geënsceneerde route naar de entree van het museum. De bezoeker verandert meerdere keren van looprichting. En steeds vormt zich een nieuwe, uitgebalanceerde compositie bestaand uit het statige, begin twintigste-eeuwse landhuis op zijn geometrisch plateau van gemetselde terrassen, het nieuwe museum, de door Piet Oudolf ontworpen tuin en het natuurlijk ogende, maar net zo gemaakte landschap van bossen en weiden.

De nieuwbouw van Kraaijvanger Architects mocht iets kosten, dat is van buiten al duidelijk. Het museum roept door het ene grote dak en de vóór de gevel staande kolommen onwillekeurig het beeld van Mies van der Rohe’s Neue Nationalgalerie in Berlijn op. Maar daarmee houden de overeenkomsten ook op. Waar Van der Rohe een van alle zijden gelijke glazen doos, een zwaar dak met een enorm dakoverstek vooral aan de hoeken, en ondergrondse expositieruimtes ontwierp, heeft het rechthoekige Museum Voorlinden op maaiveldniveau een structuur van zes parallelle wandschijven. De gevels bestaan uit een afwisseling van lichtgele, precies gevoegde natuursteen en glas van vloer tot plafond. Er is een royale tussenruimte tussen gebouw en het iele dakvlak waardoor ze ‘los’ van elkaar lijken te staan, alsof het dak met zijn elegante, dubbele kolommen maar toevallig op deze plek is geland.

Museum Voorlinden. Bloemlezing / Ellsworth Kelly – foto Antoine van Kaam

Binnen wordt de beheerste detaillering doorgezet. De expositieruimten bestaan ruimten voor de collectiepresentatie, ruimten voor de wisseltentoonstelling en ruimten die op maat gemaakt zijn voor permanente objecten waaronder een stalen labyrint van Richard Serra en een skyspace James Turrell. De minimalistische detaillering van het interieur is perfect uitgevoerd: witte wandvlakken zonder plinten, geen borden naast de kunstwerken, houten vloeren, gefilterd daglicht. Duidelijk anders maar net zo volmaakt is de afwerking van het auditorium: golvende houten wandvlakken die aan Alvar Aalto doen denken. Alle schakelaars, stopcontacten, roosters en veiligheidsvoorzieningen in het gebouw zijn onzichtbaar weggewerkt. De Duitse Duden merkt trouwens op dat het woord ‘perfectionisme’ een lichtelijk afkeurende bijsmaak heeft: het overdreven naar perfectie streven. In Museum Voorlinden zijn zelfs de suppoosten volmaakt: jonge, vriendelijke en opvallend mooie mensen.

Dit brengt me bij een ander, ook door een rijke particulier gerealiseerd museum dat ik toevallig kort na Voorlinden bezocht: het Museum of Old and New Art, kort MONA, in het Tasmaanse Hobart. Tot mijn grootste verbazing beleefde ik een déjà-vu daar aan de andere kant van de wereld. Ook het MONA heeft model-suppoosten, kostbare architectuur (drie in de rotsen gefreesde expositieverdiepingen), een fraaie landschappelijke setting (aan een zeearm) – en een in-situ Turrell. Beide musea presenteren de collectie niet geordend naar periode, kunststijl of kunstenaar maar associatief ‘thematisch’. De bezoeker mag zelf kijken, vergelijken en duiden.

Museum Voorlinden. Untitled (1955) / Roni Horn – foto Antoine van Kaam

De gambler-turned-art collector, zoals een Australische journalist de initiator van het MONA karakteriseerde, beperkt zijn vrijgevigheid trouwens niet tot het museum: hij organiseert ook grootse kunstfestivals in Hobart zelf. De kunst komt naar de mensen toe. En, en hierop wezen mijn Australische vrienden nadrukkelijk, het MONA werd bewust in het armere noorden geplaatst, achter de Flannel Curtain, de onzichtbare grens genoemd naar de veronderstelde voorliefde van de bewoners voor het dragen van flanellen shirts, een vermeend kenmerk voor de lagere socio-economische klasse. (Dit alles in tegenstelling tot Museum Voorlinden dat sowieso al gelegen is in het bevoorrechte, mega-top-rijke Wassenaar.)

Terug naar de perfectie. Zeker staat dit gebouw op de juiste plek, zijn de details binnen en buiten gekund ontworpen én zorgvuldig uitgevoerd. Toch beproef ik ondanks alle inspanningen naar perfectie een zekere incoherentie. Ik heb het al aangeduid: dak en gebouw schijnen niet zo veel met elkaar te maken te hebben. Over de plattegrond schrijft Kraaijvanger op haar website: ‘Het moderne gebouw refereert door de symmetrische opzet [..] aan klassieke bouwwerken’. Deze opmerking is verwonderlijk. De gevel is niet symmetrisch en de entree ligt ook niet in het midden van het gebouw. Na binnenkomst is het entreegebied wel symmetrisch opgebouwd. Vervolgens meandert de tentoonstellingsbezoeker door de van onregelmatige openingen voorziene wandschijven. Een blik op de plattegrond leert dat de wandschijven soms ook geheel vervallen of hun positie naast de as verschuift. Ook hier geen symmetrie. Misschien, en ik zeg het opzettelijk voorzichtig, wil dit gebouw wel te veel: classicisme en vrije associatie, en Mies en Aalto?

Ik hou van perfectie. Dacht ik. Misschien kom ik erop terug. In de laatste jaren worden stad en land steeds gaver, met steeds weer nieuwe iconen als de Markthal en het Timmerhuis. Perfectionistisch en aangeharkt. Ik begin te verlangen naar spontaniteit, breuken en rommel.

Tuinontwerp Museum Voorlinden door Piet Oudolf