Opinie —

Bouwstof

Elmar Koers

Het project Kloosterbuuren in Den Haag Moerwijk door biq en Hans van der Heijden stemt tot nadenken.

Kloosterburen, Den Haag / biq en Hans van der Heijden – foto auteur

Het moet gezegd worden: Hans van der Heijden is geen sensatie architect en zijn architectuur maakt op het eerste gezicht geen verbluffende indruk. Bij een bezoek aan zijn meest recente project, Kloosterburen in Moerwijk, vroegen bewoners mij vol verbazing waarom ik foto`s maakte van hun huizen: “hier is toch niets bijzonders aan?”. Het lukte mij niet uit te leggen waarom ik de fotoreportage maakte. Ik stamelde iets over experimenten binnen de conventies van de architectuur, de schoonheid van eenvoud, begon te klagen over de platte daken cultuur in de Nederlandse bouwpraktijk; maar was de aandacht van mijn toehoorders alweer kwijt. Het is al niet gemakkelijk om mijn interesse in het werk van Hans van der Heijden uit te leggen aan sommige collega architecten, laat staan aan de mensen die zijn architectuur als vanzelfsprekend toe-eigenen en zich niet beseffen met hoeveel precisie en geduld er aan dit project gewerkt lijkt te zijn.

De talrijke gebouwen die Van der Heijden de afgelopen decennia ontwierp, eerst bij biq en daarna onder eigen naam, ambiëren vanzelfsprekende bouwstenen van de stad te zijn. Of zoals Mechthild Stuhlmacher het in een Oase uit 2008 mooi omschreef: “De architecten [van biq] zien hun opgave niet in het vinden van een uitweg uit de conventie, maar in het vinden van een weg om binnen de conventie tot waardige, duurzame en respectvolle oplossingen te komen.” En die ambitie is in het project Kloosterburen te merken. De bouwstenen die Van der Heijden toevoegt staan gegroepeerd rond een katholieke kerk met haar bijgebouwen. Het religieuze ensemble is ontworpen in de Bossche School stijl door de architect Jan van der Laan. Deze 20e-eeuwse bouwstijl, die vaak wordt geassocieerd met een architectuur gebaseerd op getalsmatige verhoudingen, is evengoed te begrijpen als een behoefte aan een emotionele en materiële architectuur. Een verlangen dat in de kloosters van Hans dom van der Laan het duidelijkst zicht- en voelbaar wordt, maar ook hier in Moerwijk. De oudbouw kenmerkt zich door massieve volumes met klassieke tektonische elementen: het geornamenteerde bakstenen vlak met boog, zuil en sokkel. Solide architectuur die door vormentaal en materialen uit de overlevering het vertrouwen van de buurtbewoners al zeventig jaar voor zich weet te winnen. De gebouwen vormen een prachtig ankerpunt voor de buurt.

De ruimtelijke kwaliteit van het nieuwe ensemble is hoog. Het is meesterlijk hoe Van der Heijden stegen, straten en een plein maakt met de meest eenvoudige middelen: de nabijheid van de nieuwe bouwblokken tot de oudbouw. Zijn toevoegingen zijn eenvoudige bouwvolumes, afwisselend 2 of 3 bouwlagen hoog, met daarop een mansarde- of plat dak. De lange lijnen van het plan worden door torens van ritme voorzien, evenals de meeste hoeken van de bouwblokken. En gelukkig blijft het niet bij deze stedebouwkundige ingrepen. Van der Heijden ontwierp de woning- en hofentrees,  dakgoten, hekwerken, het beplantingsplan en pastte de lichtmasten in het straatprofiel in; alles ook te zien in het gestileerde PR filmpje op zijn website.

Hoe degelijk en precies het ensemble ook ontworpen en gebouwd is, in zijn detaillering toont het grotendeels de spaarzame Nederlandse woningbouw: stalen metselwerkdragers, betonnen raamdorpels en afdekkers, aluminium kroonlijsten, sobere kozijnprofielen, een gebouwsokkel die ‘slechts’ gearticuleerd wordt door een donkerdere tint baksteen. Na 1,5 jaar werkervaring als architect begint mij te dagen dat dit nou eenmaal de Nederlandse woningbouwpraktijk is, maar ik kan er nog altijd niet aan wennen. De budgetten zijn krap, de materialen en hun toepassing daardoor sober of soms ronduit schraal. Het is haast onmogelijk voor ons jonge architecten om in deze tijd een materiële sensibiliteit te ontwikkelen, terwijl dat mijns inziens juist onmisbaar is in de vormende periode van je carrière.

Van der Heijden laat ook zien dat het anders kan. De gemetselde boog rond de dieprode houten entree deur, het ingemetselde hardstenen tablet met de uitgefreesde huisnummers, de uitstekende koppen rond de kozijnen, de matte donkergrijze pannen die zich brutaal in het platte gevelvlak presenteren; het zijn deze fraaie materiële thema`s die de huizen in Kloosterburen een smoel geven en waar ik denk dat wij jonge architecten wat van kunnen leren.

De rode draad door de bouwgeschiedenis heen is behalve een langzame maar constante progressie binnen de conventie, een hoogontwikkeld materiaalgevoel die het metier van de architect eigen is. Aangezien de meeste opleidingsinstituten hierin vandaag de dag niet voorzien, (aan de TU Delft volgde ik het oninspirerende vak Materiaalkunde, gegeven als computercursus), moeten wij jonge architecten dit in de praktijk leren. Ook daar lijken wij bedrogen uit te komen, de woningbouwmarkt in Nederland is niet de gedroomde mentor die ik zocht. Wat ons kan helpen is het aandachtige kijken zoals we dat tijdens onze studie wel geleerd hebben. Het lijkt er helaas op dat we onze blik daarvoor naar het verleden moeten wenden, het heden biedt te weinig houvast. Een rondgang door haast ieder stadscentrum in Nederland of andere Europese stad voelt dan plotseling als een college van onze voorgangers. In Den Haag Moerwijk is het Van der Laan die de lezing geeft, Hans van der Heijden is de volgende spreker.