Feature —

De ondergang en wederopstanding van Helgoland – 2

Hans Jungerius

raadhuis en winkelstraat Helgoland – foto auteur

Enkele dagen later zoek ik in het Landesarchiv van Schleswig-Holstein verkoeling. Buiten, in de bescheiden hoofdstad van het Bundesland, is het drukkend warm. Als ik goed ben geïnformeerd moeten zich hier de ruim honderd inzendingen voor de prijsvraag voor de wederopbouw van Helgoland bevinden. In de ruime en koele studiezaal is het rustig. Slechts enkele oudere heren trachten, met de hete adem van de dood in hun nek, hun familiestamboom te reconstrueren. Een zenuwachtig stel van middelbare leeftijd wacht lange tijd op een bescheiden map die met touwtjes is dichtgebonden. Aan de balie bestel ik een grote hoeveelheid archiefstukken die geruime tijd later op een karretje worden voorgereden. Eén voor één begin ik de kartonnen dozen en lichtblauwe en bruine mappen door te nemen. Eindeloze hoeveelheden formulieren en rapporten trekken aan me voorbij. Echter geen spoor van de inzendingen voor de wederopbouw.

Wel stuit ik op wat commentaren van de jury over enkele afgewezen plannen. De inzendingen zijn geanonimiseerd en van een nummer voorzien. Het commentaar bij inzending nummer 705 luidt: ‘es feht alles bis auf Häusertypen Zeichnungen’. Nummer 750 wordt ter zijde geschoven omdat de inzender aangeeft uit concurrentieoverwegingen niets in te zenden en in een na te sturen, aangetekende brief uit zal leggen waarom. De gebundelde verslagen van de opzichter bieden een interessant inkijkje in de opruimwerkzaamheden. Zo valt te lezen dat op 29 februari 1952 de kwartiermakers vanuit Cuxhaven met de reddingsboot Hindenburg naar Helgoland reizen. Onderdak vinden ze in geïmproviseerd dichtgemaakte kelders. Op het nabij gelegen eilandje Düne, dat, zoals de naam al doet vermoeden, geheel uit strand en duinen bestaat wordt in de maanden daarna een barakkenkamp voor de arbeiders gebouwd. Op 1 juli 1952 beginnen de werkzaamheden en wordt er dag en nacht gewerkt tenzij, zoals op 9 februari 1953 een zware sneeuwstorm over het eiland raast. Enkele dagen ervoor is de spontane staking van de arbeiders beëindigd. Ze eisten een hogere gevarentoeslag. Als ik de verslagen verder doorlees begrijp ik waarom, meerdere malen per dag wordt door één van de zes grote graafmachines een onontplofte vliegtuigbom gevonden. Daarnaast laten de verslagen zien hoeveel puin en metaal er dagelijks worden geborgen, wat voor weer het is, wie er ziek zijn en naar huis is gestuurd en welke delegatie van hoogwaardigheidsbekleders nu weer langs zijn gekomen. De opzichter beklaagt zich over de tijd die al die rondleidingen kosten.

vroeger in Helgoland

De kelders van het weggebombardeerde dorp worden ingericht als geïmproviseerde werkplaatsen en onderkomens. Ze zijn nog steeds eigendom van de inmiddels ontbonden Wehrmacht. In één van de talloze mappen die ik doorblader kom ik contracten tegen waarin per vierkante meter de pachtprijzen staan opgesomd. Zo valt te lezen dat de gebroeders Rehan 14 vierkante meter voor hun kapsalon huren en Herr Blücher 21 vierkante meter huurt als ’Kartoffelschällraum’. Ook al staat er op het eiland geen steen meer op de andere, Ordnung muss sein. En dat is niet het enige waarin de echo van het net verslagen regime weerklinkt. Verrast lees ik de brief die de minister-president van Schleswig-Holstein op 27 november 1951 naar de Bundesregierung in Bonn stuurt om extra middelen voor de wederopbouw van Helgoland vrij te maken:
Als Gesamtdeutsche Verpflichtung aus der Stellung die die Insel im Bewusstsein des Deutschen Volkes einnimmt [.] die symbolischen Bedeutung für die Anerkennung des unverlierbaren Rechts der Vertriebenen [.] allgemein politischen Auswirkungen auf grenzpolitischen Gebiet in Anbetracht der Dänischen Kulturoffensive und auf innenpolitischen Gebiet in Anbetracht der Kommunistischen Propaganda. Die Besonderheit der Aufgabe ist eher politischer als geografischer Art! (1)

De haast manische wijze waarop het verwoeste en onderworpen land de wederopbouw ter hand neemt gaat vergezelt door eenzelfde soort strijdvaardig jargon waarmee men de vorige kulturkampf amper zes jaar tevoren heeft verloren. De vreemde oproep werpt haar vruchten af want in de komende jaren zullen er vanuit Bonn enorme bedragen naar Helgoland vloeien. Of het ‘Deense cultuuroffensief’ en de ‘binnenlandse communistische propaganda’ daarmee een halt worden toegeroepen valt uit de verdere correspondentie niet op te maken.

De Big Bang zou de topografie van het eiland ingrijpend veranderen. Toen de kilometers hoge stofwolk was neergedaald bleek de spitse zuidpunt van het eiland plaats te hebben gemaakt voor een grote krater omzoomd door glooiende heuvels. Naast het Ober– en Unterland kende Helgoland vanaf 18 april 1947 ook een Mittelland. Hier zouden later het ziekenhuis en het bejaardentehuis worden gebouwd. De onvoorstelbare hoeveelheden puin – – worden op het jonge strand aan de noordrand van het eiland gestort.

strand van Heloland – foto auteur

Nadat ik mezelf in het rijtjeswoningachtige hotel heb ingecheckt maak ik een verkennende wandeling. Ik loop over het vlakke land dat in de jaren dertig aan de rotsklomp is toegevoegd. Hier zouden vanaf 1937 kazernes en andere militaire bouwwerken verrijzen. De nazi’s hadden grootse plannen met Helgoland. Het moest de vlootbasis worden van de Duitse Hochseeflotte. Onder de beeldende naam Hummerschäre (Kreeftenschaar) werd begonnen met de uitbouw van het eiland; aan alle vier de hoeken werden lange strekdammen in de zee gebouwd. Gedeeltelijk zijn ze nog te zien hoewel sommige stukken aan de woeste zeegang van de Duitse Bocht ten prooi zijn gevallen en scheef, roestig en verbrokkelt in de branding liggen. In het zachte kalksteen van het eiland waren al tijdens de Eerste Wereldoorlog kilometers aan tunnels uitgehouwen en verschillende zware geschutbatterijen ondergebracht. Onder het nieuwe regime werd alles gemoderniseerd en werden er een ondergronds hospitaal, een bakkerij en werkplaatsen aan toegevoegd. In de haven verrees een massieve onderzeebootbunker.

Het vlakke en relatief nieuwe land bestaat aan de luwe oostzijde geheel uit een betonnen kade. Aan de bijna kilometer lange kade is nog nooit een schip afgemeerd. Containers, kranen en opslagtanks ontbreken en in plaats daarvan staan aan de landzijde van de kade en in slagorde het voormalige kurbad, het huidige zwembad, een hotel en helemaal op het einde, de jeugdherberg opgesteld. Ze zijn allemaal in dezelfde ingetogen moderne stijl van de vroege jaren zestig opgetrokken. Het kurbad is inmiddels grondig verbouwd en geheel aan de waterpretparkwaan van de huidige tijd aangepast. Op de ligweide zijn nog de, des tijds moderne, uit grijze poreuze betonsteen opgetrokken, lage L-vormige muren te zien die de badgasten tegen de overheersende westenwind moeten beschermen. Bij de jeugdherberg, ligt een strand. Een dunne rij duintjes, die met zandzakken en kunststof folie in stand wordt gehouden, flankeert het deels uit zand, deels uit gesteente bestaande strand. Bij nadere inspectie blijkt het gesteente te bestaan uit beton en metselwerk. De blootstelling aan bijna zeventig jaar eb en vloed en stormen heeft het kunstmatige gesteente tot ronde keien gepolijst. Hier ligt de oude bebouwde kom van Helgoland. De stenen op het strand vormden ooit de pokdalig gestuukte vissershuisjes, de vakwerkpanden, de hotels en cafes en er moeten hier, in de branding en onder de hoge hemel die gevuld is met het vreemd lacherige gekrijs van de zeemeeuwen, gepolijste resten liggen van het kurhaus uit 1938.

reliëfmodel Helgoland

Uit de documenten die in een constante stroom vanuit de krochten van het Landesarchiv tot mij komen rijst het beeld op van een architectonische soap. De jury onder leiding van de modernistische architect professor Otto Bartning had het maar druk met alle inzendingen voor de prijsvraag. Men verkeerde in ernstige twijfel. Enerzijds wilde men – zoals overal elders in de jonge Bondsrepubliek – zoveel mogelijk afstand nemen van het vorige regime. Deze afstand zou zich zowel in de stedenbouwkundige opzet als in de vormgeving van de architectuur moeten uitdrukken. Het kon niet modern genoeg zijn. Aan de andere kant moest de jury met duidelijke tegenzin rekening houden met de wensen van de geëvacueerde bewoners. Dezen hadden slechts bij benadering een idee van de totaliteit van de verwoesting die hun geïsoleerde woonplaats had getroffen. De Helgolanders hadden inmiddels dezelfde status verworven als de Heimatvertriebenen uit de voorgoed verloren gegane gebieden van het Duitse rijk: Silezië, Memelland, Pommern en Ost-Preussen. Dat betekende dat er royale middelen voor de wederopbouw beschikbaar waren vanuit Bonn.
Een afvaardiging van de eilanders was pas in een opmerkelijk laat stadium bij de wederopbouwplannen betrokken; ze waren gechoqueerd toen ze de eerste plannen onder ogen kregen. Zo hadden ze zich de wederopbouw niet voorgesteld. De formele architectuur werd als abstract en onbegrijpelijk ervaren. Zij zouden het liefste hun eiland opgebouwd zien zoals zij het zich konden herinneren. De internationale architectuurpers daarentegen was lovend over de ontwerpen.

Na veel discussie maakt de jury eind mei 1952 een keuze uit de inzendingen. Er worden zeven plannen voor verdere uitwerking geselecteerd. Om deze ontwerpen aan de werkelijkheid te toetsen reist de jury op 25 mei nog een keer naar het eiland. Helaas ontbreken de illustraties van de wederopbouwplannen in de grijze en lichtblauwe mappen die de archiefmedewerkers op mijn verzoek, na verloop van tijd met nauwelijks verholen tegenzin, onder m’n neus schuiven. Slecht hier en daar duikt tussen al de getypte vellen tekst een gekopieerde afbeelding op.

Regal, ontwerp Hans Scharoun voor Helgoland

Hans Scharoun dient het meest radicale plan in. De verwoeste contouren van het eiland laat hij door middel van de nieuwe bebouwing uit het schuim van de Noordzee herrijzen. Een veertien verdiepingen tellend Regal hersteld het geschonden aangezicht van Helgolands zuidpunt. In de enorme betonnen structuur zijn hotels, woningen, restaurants en winkels ondergebracht. Zijn vooroorlogse ontwerpen voor collectieve woningen leverde zijn werk des tijds uit de hoek van conservatieve architecten het stempel Baubolschewismus op. Het plan van Scharoun door de jury geselecteerd. Samen met de inzendingen van Schleifer en Schwagenscheidt weerspiegelt het duidelijk de hoop op een nieuwe en andere samenleving. De keuze voor Scharoun zal het startschot blijken van een architectonische richtingenstrijd waarbij de vooroorlogse avant-garde het af zal leggen tegen de traditioneel ingestelde architecten. De tragiek van deze, door de nazi’s met een berufverbot of nog erger getroffen, avant-garde architecten is dat de gedwongen en jarenlange onderbreking van hun beroepspraktijk hen – wat betreft pratijkervaring – op achterstand had gezet. Een achterstand waarvan een andere geselecteerde architect, Wolfram Vogel, geen last had. In 1941 won hij de eerste prijs in een, door de Reichsführer SS uitgeschreven prijsvraag, voor nieuwe dorpen in het oosten. Hij werd benoemd tot Vertrauensarchitekt des Reichskommissars für die Festigung deutschen Volkstums en met de taak belast de vers veroverde gebieden in Polen, Rusland en Oekraïne aan een bouwkundig Eindeutschung te onderwerpen.

De uitverkoren Scharoun zou op uiterst stiekeme wijze uit de werderopbouw van Helgoland worden verwijdert. Wel mocht hij een aantal proefwoningen bouwen. Deze zijn nog steeds te bewonderen. Ze staan direct onder de steile en broze klif die het Ober– van het Unterland scheidt. Als ik geheel tegen m’n zin om zes uur ’s morgens wakker wordt, verlaat ik m’n hotel en maak een wandeling door het nog uitgestorven voetgangersgebied dat heel het eiland omvat. De zon staat op deze late meidag al hoog aan de hemel en is geen mens op straat. Het contrast tussen de voormalige Hochseefestung en het inmiddels gedateerde toeristenoord is groot. Ik waan me in een woonerf, in het autoluwe Houten. De kleine achterplaatsjes waar opeens zich een terras van een café bevindt. Zeker nu, op dit vroege uur, lijkt het alsof het werkelijke leven in alle explosies ten onder is gegaan. Het ingetogen maar kleurig modernisme uit het begin van de zestiger jaren, ademt de sfeer van autotochtjes op zondagmiddag, een bezoek aan het Drielandenpunt in Vaals dat bekroond wordt met een glas limonade op de midgetgolfbaan.

Helgoland – foto auteur

De Versuchshäuser van Scharoun vind ik in één van de smalle straatjes. Via een steegje tussen de huizen wandel ik naar de achterkant. Een reusachtige kooiconstructie moet de huizen tegen het afbrokkelende gesteente van de achterliggende klif beschermen. Achter de huizen rijst deze als een rood-bruine, dertig meter hoge muur op. Daglicht is schaars in de kleine en gekooide achtertuintjes. Bij de Helgolanders waren de eerste proefwoningen niet populair. Op 14 augustus 1953 was het Richtfest maar hoe graag de eilandbewoners na jaren van onvrijwillige verbanning op het vaste land ook naar huis wilden terugkeren, naar de proefwoningen van Scharoun drängte sich niemand.

In het vroeg ochtendlicht wandel ik nog wat doelloos rond door de straatjes en stegen. Langs de huizen en huisjes met geen, één of twee verdiepingen en kijk ik naar de kleurig beschilderde geveltjes. En naar de bomen die ook nergens ouder dan zestig jaar kunnen zijn maar nu een zekere maat hebben gekregen. Dat moet in het begin voor de net teruggekeerde eilanders ook wat zijn geweest, nergens onder een boom in de schaduw kunnen zitten. Ik stel me voor hoe in dezelfde tijd van het jaar en in het felle licht van de bijna-zomer het dorp er, net na de voltooiing van de wederopbouw in 1964, als een schel uitgelicht schaalmodel moet hebben uitgezien. Later die dag bekijk ik de etalages van de talloze huiskamerwinkeltjes waarin belastingvrije artikelen liggen uitgestald en de grote hoeveelheid schreeuwende borden van restaurants en winkeltjes die de talloze dagjesmensen, die inmiddels in drommen tegelijk door vergelijkbare schepen als de Funny Girl worden uitgestoten, tot een bezoek moeten verleiden.

De bezwaren van de Helgolanders tegen de abstract en formele bouwplannen worden door projectleider Haake gaandeweg serieus genomen. Hij kon niet anders toen de druk vanuit de politiek toenam. Scharoun had zich verheugd op de opdracht om ook voor het grondstuk waar eens het theater had gestaan woningen te ontwerpen en tegelijkertijd z’n bedenkingen geuit bij al te veel concessies aan de wensen van de eilandbewoners. ‘Het is een slechte start van een nieuw idee en een nieuw leven als alleen uit angst voor de Helgoländer Seeräuber water bij de wijn wordt gedaan’, zo vatte Scharoun zijn principiële bezwaren samen. Volgens de architect besefte de zeerovers niet dat de behoeften en Gesichtpunkten van de talloze bezoekers, ja zelfs van de hele Duitse bevolking, veel ingrijpender waren veranderd dan de eilanders durfden toegeven. Als heraut van De Nieuwe Tijd vatte hij zijn achterhoedegevecht zo samen, de eilanders geloven dat ze vanuit de oude verhoudingen en in hun visserskiel het eiland simpelweg weer kunnen opbouwen. Daarmee sneed Scharoun een discussie aan die al voor de uitschrijving van de prijsvraag op verschillende niveaus in de politiek was gevoerd; wordt het een wiederaufbau of neubau? Uiteindelijk werd het een compromis tussen beiden en dat weerspiegelt zich tot op de dag vandaag in het laffe modernisme van deze in zee gelegen buitenwijk.

het ziekenhuis in de kater – foto auteur

Uiteindelijk besloot Haake om zich vlak na de oplevering van de eerste proefwoningen van Scharoun te ontdoen. Hij motiveerde z’n keuze als volgt: met de behoeftes van de eilandbewoners hebben deze bouwwerken niets van doen. ‘Het gaat zeker om künstlerisch hochwertige, maar zeer ongebruikelijke oplossingen die wellicht ooit door een bijzondere opdrachtgever gebouwd zullen worden’. Ook de technische kant van Scharoun’s ontwerp werd genadeloos neergesabeld: ‘het gaat om constructies die, hoewel ze creatief zijn, niets te maken hebben met de opdracht om op Helgoland betaalbare huizen te bouwen. Ik ben van mening dat we wezenlijk moeten besparen en de plannen naar de prullenbak moeten verwijzen, de architect schadeloos stellen en normale huizen gaan bouwen die de Helgolanders nodig hebben’. Exit Hans Scharoun en de twee andere -uit modernistische hoek afkomstige- architecten Spengelin en Wellhausen.

We zullen nooit weten hoe Helgoland er vijftig jaar na de wederopbouw had uitgezien als de plannen van Scharoun, Spengelin en Wellhausen waren uitgevoerd. Zittend in de schaduw van de muziekkoepel aan de haven probeer ik het me voor te stellen. In de achterwand van de koepel zijn geabstraheerde mensfiguren te zien die een balspel beoefenen of aan het zwemmen zijn. De fletse groene afbeelding is ooit in het natte stukwerk aangebracht, een techniek (sgraffito), die vaak werd toegepast voor kunstwerken op openbare gebouwen uit dezelfde vroege jaren zestig. Als ik naar de seksloze bebouwing in de verte kijk, die in slagorde langs de haven staat opgesteld, bedenk ik mij dat het Regal van Scharoun er geweldig zou hebben uitgezien, maar waarschijnlijk zou anno 2017 het verweerde beton, veertien verdiepingen hoog, aan massale leegstand ten prooi zijn gevallen en naar alle waarschijnlijkheid inmiddels zijn gesloopt, zoals andere goed bedoelde en visionaire bouwprojecten uit dezelfde periode. De vraag waarom dat zo is houd me enkele dagen later in de koele studiezaal van het Landesarchiv in Schleswig nog steeds bezig. Uit de talloze mappen, dozen, formulieren en correspondenties vang ik ten minste een glimp van een mogelijk antwoord op. Het vrijwel ontbreken van enig draagvlak onder de mensen die uiteindelijk in het nieuwe idee een nieuw leven zouden moeten gaan leiden lijkt me cruciaal.

Uit een met touwtjes dichtgebonden map duikt de correspondentie op die Therese Lütge met de instanties verantwoordelijk voor de werderopbouw voerde. Ze heeft als grondbezitter en eilandbewoner zelf een architect geconsulteerd. Dat is niet de bedoeling van het wederopbouwcomité. De bewoners kunnen kiezen uit een selecte club architecten die er voor moeten zorgen dat de het eiland een uniform aanzicht krijgt. Frau Lütge heeft architect Hamer in de arm genomen om haar verwoeste woning te herbouwen. Het comité deelt haar mede dat ze uiteraard vrij is in haar keuze maar dat ze zich moet beseffen dat er voor Helgoland bijzondere regels gelden. Deze regels, zo vervolgt de brief van het comité, zijn bekend in de kring van uitgekozen architecten en deze beschikken over ervaring en informatie waarmee de heer Hamer niet bekend kan zijn. Ze wijzen erop dat de uitvoering van de bouwplannen van Therese Lütge vertraging op kan lopen en dat het wederopbouwcomité daarvoor niet aansprakelijk kan worden gesteld. Het botte schrijven eindigt met de mededeling dat aan de heer Hamer geen informatie kan worden verschaft die de uitkozen architecten zich in de vijf voorgaande jaren eigen hebben gemaakt.

foto auteur

Uiteindelijk wordt het herbouwde eiland in 1964 opgeleverd. Op 31 december 1963 is de verantwoordelijke organisatie voor de wederopbouw, de Helgoland Aufbau GmbH opgeheven. Nauwelijks zijn de oorspronkelijke 3.000 bewoners na 19 jaar verbanning teruggekeerd en de klachten over de nieuwe huizen stromen binnen. In weer een nieuwe map die ik uit het archief heb laten komen – ik word nog nét getolereerd door de archiefmedewerkers – tref ik de correspondentie aan tussen Frau Richmers en de nieuwe verantwoordelijke voor de woningen, Wonungbaugesellschaft Schleswig-Holstein. Zij dienen zich te ontfermen over de instandhouding en eventuele reparaties van het wederopbouwwonder. Frau Richmers beschrijft in één van haar brieven de inspectie die naar aanleiding van haar klachten over vocht in het huis is uitgevoerd. De inspecteur verklaart dat zowel de kelder- als woonruimte sporen van salpeterzuur bevat. Verder wordt vastgesteld dat de muren doortrokken zijn van zwavelzuur en dat de wasmachine van daaraan schuldig is. Volgens Frau Richmers is dat onmogelijk omdat ze maar eens per maand de was doet. Daarbij houdt ze alle vier de ramen van haar woning geopend. Verder beklaagd ze zich over andere constructieve problemen en de slecht kwaliteit van het hout- en schilderwerk. De lamentatie van Frau Richmers eindigt met de verzuchting waarom ze voor een huis heeft betaald dat binnen enkele jaren een bouwval zal zijn, een huis behoort toch twee of drie generaties mee te gaan?
Inmiddels staat heel Helgoland op de monumentenlijst en beklagen de inwoners van het eiland zich over restricties die dat ten gevolge heeft.

jeugdherberg op Helgoland – foto auteur

Als ik na drie dagen en nachten op Helgoland op de Fair Lady naar Büsum vaar ben ik blij het eiland achter me te laten. De uniforme bebouwing van het eiland, de omringde leegte van de Duitse oceaan en de smalle straatjes maken dat de ingetogen modernistische muren op me af komen. Eén van de dingen die het eiland na verloop van tijd zo beklemmend maakt is het gebrek aan historische context. Het enige bouwwerk van Helgoland dat alle verwoestingen heeft overleefd is de robuuste en tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwde FLAK-Leitstand, de huidige vuurtoren waar vanuit des tijds de luchtdoelartillerie werd aangestuurd. Geholpen heeft die luchtdoelartillerie niets, de verwoesting van Helgoland was bij teruggave door de Engelsen aan de Bondsrepubliek in 1952 compleet. En misschien is dat wel het meest beklemmende van het eiland en haar ’niets-aan-de-hand’ architectuur; hoewel op de één of andere manier het drama van Helgoland voortdurend voelbaar is wordt zij aan het oog onttrokken door een geforceerd optimisme en de belofte van een zonnige toekomst die nooit werkelijk aan heeft willen breken. De frisse maar gedateerde architectuur maakt van Helgoland een Potemkindorp. Niet dat er ergens achter de geveltjes kale stukken land met talloze bomkraters en restanten van muren zijn te zien. Dat niet. Maar het ongekende drama van het eiland en haar bewoners is weg gesmeerd achter een vrolijk gekleurde laag stukwerk. Op Helgoland hangt de sfeer van een ongemakkelijk familieweekeinde in een gedateerd vakantiepark waarbij iedereen krampachtig een heikel onderwerp uit een pijnlijk verleden tracht te vermijden. En juist doordat iedereen erover zwijgt, is het alom aanwezig.