Recensie —

Het Waterloopbos

Fransje Hooimeijer

Tijdens het lezen van Het Waterloopbos. Verhalen over het waterloopkundig laboratorium stelde ik mijzelf meerdere malen de vraag waarom Nederlanders zo weinig nationale trots hebben. Hoe kan het dat zoiets bijzonders als het Waterloopbos, met zo’n euforische geschiedenis, zo verlaten en vergeten wordt? Hoe kan het idee ontstaan om dit bijzondere project geheel van de aardbodem te laten verdwijnen?

spread uit het besproken boek Het Waterloopbos. Verhalen over het waterloopkundig laboratorium

Blijkbaar vinden Nederlanders het normaal om heel vooruitstrevend te zijn en is dat niet iets om te koesteren en trots op te zijn. Het Waterloopbos. Verhalen over het waterloopkundig laboratorium is een belangrijk document dat niet alleen een vergeten geschiedenis weer terugbrengt, maar ook laat zien hoe het Waterloopbos voor de toekomst van betekenis kan zijn.

Het Waterloopbos markeert een omslag in onze rijke traditie van watermanagement. Gelegen in de Noordoostpolder ondersteunde schaalmodel waterwerken een nieuwe manier van onderzoek die erop gericht was onze waterwolf op een zo efficiënt mogelijke manier te bevechten. Door het testen van nieuwe waterbouwkundige ontwerpen op een miniatuur situatie, het Waterloopbos is het Madurodam van hydraulische kunstwerken, is de kennis ontwikkeld waardoor ons land nog steeds droog blijft. Een onderwerp dat in deze dagen nogal actueel is. De orkaan Irma heeft in Zuid- en Noord Amerika tot nu toe meer dan 70 levens gekost en ontelbare huizen zijn vernietigd of beschadigd. Tegelijkertijd lijden aan de andere kant van de wereld miljoenen mensen onder het zwaarste regenseizoen van de afgelopen dertig jaar waardoor grote delen van India en Zuid-Oost Azië blank staan. In Azië zijn zover bekend 1200 mensen slachtoffer van deze ramp en is tot nu toe miljoenen hectaren agrarische productie vernietigd.

Het feit dat het Waterloopbos ook op internationaal niveau belangrijk was, wordt al gelijk duidelijk op de eerste pagina’s van het boek waar je aan de plattegrond kunt zien dat dit geen Madurodam van Nederland was, maar van de wereld: Weipa, Lagos, Port Harcourt, Bajibo, Bangkok, Thyborøn, Abidjan en Licata. In opdracht van buitenlandse overheden werden hun havens, kusten of rivieren in de Noordoostpolder nagebouwd. De onderzoeksmethode was toen een noviteit en het leverde de onderzoekers allerlei mooie reizen op. Deze gelukkige werknemers van het Waterloopbos komen direct in het begin van de publicatie letterlijk in beeld; hun verhalen en avonturen over het doen van dit soort onderzoek, het plezier en de euforie waarmee dit gepaard ging, én de goeie sfeer in het bos, vormen de leidraad van het boek.

spread uit het besproken boek Het Waterloopbos. Verhalen over het waterloopkundig laboratorium.
Onderschriften foto’s: links – In het golfmodel IJmuiden (M526) werd onderzoek verricht naar de vorm en de ligging van de havenhoofden in relatie tot de golfdoordringing in de haven. Rechts – de havenhoofden van IJmuiden.  

Maar wat is nu zo bijzonder aan het Waterloopbos? Het inleidende essay gaat uitgebreid in op  de ontstaansgeschiedenis van het Waterloopbos. Interessant en saillant gegeven is dat het project het levenswerk is van de zoon van de oprichter van Natuurmonumenten Jac. P. Thijsse – het Waterloopbos is nu eigendom van Natuurmonumenten. Johannes Theodoor Thijsse werkte aan de afsluiting van de Zuiderzee. In die tijd moest men voor het bepalen van waterstanden en golfhoogtes ‘erop los fantaseren’. Het was Nobelprijswinnaar Lorenz, tevens Thijsse’s leermeester, die deze manier van werken doorbrak met fundamenteel, theoretisch onderzoek naar vloeistofmechanica. Het werken met schaalmodellen maakte het mogelijk om ook waterwerken te testen.
In Duitsland, Oostenrijk en Zweden was hiermee al een begin gemaakt, in Delft begonnen ze in 1927 met testen in de kelder van Weg- en Waterbouwkunde. Thijsse, ondertussen hoogleraar aan de toen nog Technische Hogeschool in Delft, kreeg grotere en grotere opdrachten die niet meer in de kelder pasten. Een opdracht van de Stromvloedcommissie, ingesteld in 1939 om zich te buigen over de veiligheid van Zeeland, noopte tot het vinden van een andere testlocatie. Het Voorsterbos bij Kraggenburg (een oud eiland met vuurtoren) in de nieuwe Noordoostpolder bleek na scouting van zestien locaties het meest geschikt. Het land was niet bruikbaar voor landbouw, bezat een bodem die waterdicht was, en de locatie kon onder natuurlijk verval water uit het Vollenhover Kanaal ontvangen en weer op de Zwolse Vaart lozen. In 1951, twee jaar voor de Watersnoodramp, gingen ingenieurs aan de slag met het bouwen van het eerste model van wat uiteindelijk de Oosterscheldekering zou gaan worden.

spread uit het besproken boek Het Waterloopbos. Verhalen over het waterloopkundig laboratorium.
Onderschrift: Onderzoek naar een veilige passage van de kruising van het
Amsterdam-Rijnkanaal met de Lek bij Wijk bij Duurstede (M974).

Wat volgt is een rijke geschiedenis hydrauliek, de bouw van elk nieuw model is weer een nieuwe stap in de kennisontwikkeling. Deze geschiedenis maar ook de sociale geschiedenis van het Waterloopbos en de rol die Thijsse daarin speelde, komen vervolgens in het boek uitgebreid aan bod met alle verhalen van de mensen die er gewerkt hebben. Age Hoekstra: “Thijsse was een knappe man, die geweldig les kon geven. Hij leerde ons naar de natuur te kijken en bewust te leven met alle natuurverschijnselen.” Gert Hartsuiker: “Een dag op het Oosterscheldemodel was streng gereguleerd. Het was een getijmodel met eb en vloed. Door de gekozen schaal en de reproductie van de getijbeweging lag het qua tijd helemaal vast. Het opwekken van het getij ging volgens een tijdschaal. De tijdschaal van dit model was 1:40. Dat betekent dat 1 minuut in het model gelijk staat aan 40 minuten werkelijkheid. Een getij van 12 uur en 20 minuten duurt in het model dus 18,5 minuut. De schaal van het Oosterscheldemodel was horizontaal 1:400 en verticaal 1:100. De hellingen in het model waren steiler dan ze in werkelijkheid waren. Met dit uitgangspunt kun je de snelheden en richtingen in je model nauwkeurig voorspellen. […] In opdracht van de Deltadienst hebben we 3 jaar lang onderzoek gedaan naar de gevolgen van een volledige afsluiting. Tot door politieke druk en druk van de milieugroepen werd besloten de Oosterschelde niet volledig af te sluiten. Dat was wel even vreemd. We waren al zo ver en moesten ineens de knop omzetten. Maar al gauw bleek dat het een interessante nieuwe periode opleverde, waarin we op zoek gingen naar een oplossing voor een open situatie.”

Spread uit het besproken boek Het Waterloopbos. Verhalen over het waterloopkundig laboratorium.
Onderschriften foto’s: boven – Het golf- en stromingsmodel voor Marsa-el-Bregha (M1183), de nieuwe haven van Libië. Hier werd onderzoek gedaan naar de golfdoordringing en de door de golven opgewekte stroming. Onder – In de begintijd van het lab was het gebruikelijk om een stropdas te dragen. Zelfs bij het handwerk om het zand op de juiste plaats te krijgen.

Het boek is vooral ook om in te kijken, de prachtige foto’s waarin altijd mensen staan om de schaal goed weer te geven, zorgen voor een realistische inkijk van hoe het geweest moet zijn en hoe het nog steeds is. Je krijgt heimwee naar een leven dat je niet hebt gekend want hoe cool is het om voor je werk met een zonnebril op in een miniatuur Naess Endeavour door een miniatuur kanaal heen te varen?. Of liggend in een miniatuur duwkonvooi? Daarbij moest dan wel een oog worden afgeplakt om te voorkomen dat er diepte werd ingeschat. Of wat te denken van foto’s maken van het sedimentenverzet terwijl je boven op een toren zit?

Het Waterloopbos. Verhalen over het waterloopkundig laboratorium legt – misschien ongewild – twee pijnpunten bloot van onze huidige tijd. Ten eerste het feit dat er tussen academica en praktijk nu een veel groter gat zit dan toen. Zoals Han Vrijling emeritus-hoogleraar waterbouw mij een keer uitlegde: hij kreeg les van figuren als Thijsse die de anekdotes van wat er goed en goed-mis ging in de praktijk, het onderwijs in brachten. De generatie professoren daarna werd al gauw managers en daarmee verloor het onderwijs de wijsheid van de koude grond. Dit leidt naar het volgende pijnpunt: de ingenieurskunst moet veranderen. Een Nederlandse dijkgraaf bidt als traditie: ‘heer geef ons dagelijks brood en af en toe een watersnood’. Hij bidt om legitimatie van zijn probleem. Helaas zijn we te veel gewend geraakt aan technische oplossingen om natuurgeweld echt serieus te nemen. Er moet weer beter gekeken worden naar het natuurlijk systeem om vervolgens de toepassing van technische ingrepen daarop af te stemmen. Dit gebeurt al op realistische schaal met de Zandmotor aan de Delflandse kust, maar een nieuw waterloopbos waarin technische oplossingen die zich beter verhouden tot natuurgeweld, zoals in met het concept Building with Nature wordt beoogd, zou zeker geen overbodige luxe zijn. En daar kunnen onze jonge ingenieurs zich na werktijd dan vermaken met BBQ ‘en, vissen, duiken en zwemmen, net zo als de ingenieurs dat deden vanaf 1951 toen de eerste onderzoeken plaats vonden.

Toen het Waterloopbos in 1996 buiten gebruik werd gesteld is het stom genoeg vergeten. Gelukkig is er nu dit boek zodat alle verhalen en mensen, en bovendien het nut van testen met schaalmodellen, niet vergeten worden. Beter nog, het Waterloopbos is er zelf ook nog in zijn rudimenten. Je kunt er kamperen of logeren in de boswachters pipowagen, en dus ook BBQ’en en met je eigen schaalmodel schepen varen.

Spread uit het besproken boek Het Waterloopbos. Verhalen over het waterloopkundig laboratorium.
Nieuwe toekomst voor het Waterloopbos. Ontwerp van RAAAF|Atelier de Lyon voor de Deltagoot, Deltawerk 1:1.