Recensie —

Vernieuwing Singer Laren door krft en Oomen Ontwerpt

Xander Vermeulen Windsant

Krft en Oomen Ontwerpt ontwierpen een nieuwe entree en toneelzaal voor het Singer in Laren. Vanuit de nieuwe, centrale hal zijn het museum, de beeldentuin en het theater nu tot één instelling samengesmeed.

Singer foyer, kijkend naar de gevel van de oude villa – ontwerp: krft en Oomen Ontwerpt, foto: Christian van der Kooy

Het Singer is geen ‘gewoon’ publiek gebouw. De culturele instelling werd in 1956 opgericht door Anna Singer, weduwe van William Singer. Na de dood van haar man bouwde zij een museum en theater, naast de villa die het echtpaar kort na 1900 in Laren had laten bouwen. Hiermee kon zijn kunstcollectie publiek toegankelijk worden gemaakt en kon zij haar passie voor de podiumkunst letterlijk een podium geven. Zo kreeg een welvarend maar klein dorpje in het Gooi twee – nog steeds particuliere – culturele instellingen van naam.

In de jaren negentig renoveerde Hubert-Jan Henket de entree van het museum. Het theater bleek inmiddels twintig jaar later te verouderd voor renovatie: nieuwbouw was noodzakelijk. De drie jonge ontwerpers van krft en Oomen Ontwerpt, toen nog samenwerkend onder de naam De Nieuwe Generatie, kregen na een tender het vertrouwen van de directie om aan een publiek gebouw van formaat te werken. Een ongekende kans in Nederland, waar de aanbestedingscultuur het voor startende ontwerpers praktisch onmogelijk maakt aan dit soort opgaven te werken.

Waar het theater en museum eerder ieder een aparte ingang hadden, met de villa er tussenin, ontwierp De Nieuwe Generatie een gemeenschappelijke entree. Dit is een binnen-buitenruimte geworden, die als transparante schakel Laren, de theaterzaal, de beeldentuin en het museum – via de begane grond van de villa – met elkaar verbindt. Door de transparante hal is de beeldentuin, opnieuw ingericht naar ontwerp van Piet Oudolf, achter de villa zichtbaar geworden.

Singer, foyer aan de tuin – ontwerp: krft en Oomen Ontwerpt, foto: Christian van der Kooy

De theaterzaal ligt op de hoek van twee straten, een daarvan is een invalsweg naar het centrum van Laren. Door de zaal compact en intiem te maken en een deel van het ondersteunende programma in een kelder te plaatsen, hebben de ontwerpers de ruimtelijke impact naar buiten toe zoveel mogelijk beperkt. Er ontstond afstand tot de villa waardoor de entree kon worden ingepast en er tegelijkertijd een lager volume met de foyer om de zaal en toneeltoren kon worden gevouwen. De foyer is zo een ruimtelijke buffer naar de hoofdstraat en de kleinschalige woonbebouwing die daar aan ligt geworden. De entreehal en foyer zijn ontworpen als een dak en vloer die, verbonden via een luie trap, twee vlakken vormen waar een glazen gevel tussen gespannen is. Naar de straten is deze gevel grotendeels afgeschermd met zwarte houten latten.

Waar zaal en toneeltoren bestaan uit een massief, dicht volume, uitgevoerd in twee kleuren en formaten baksteen, is de foyer meer een (infra)structuur. De kale, in het zicht gelaten betonnen constructie van het dak, roept associaties op met parkeergarages of de onderzijde van grote fly-overs. Maar dan wel in een heel precieze en zorgvuldige uitvoering. Zo is de kleur van het in het werk gestorte deel van constructie met zorg afgestemd op de prefab betonnen delen ervan. Als je de entreehal binnenkomt, geeft deze uitwerking je het gevoel nog niet ‘echt’ binnen te zijn. Die stap maak je pas als je de zaal betreedt of onder de Denker van Rodin, via de villa naar het museum doorloopt. Je loopt vanuit de foyer ook zo weer naar buiten, de beeldentuin in. De entreehal heeft daarmee een knappe hybride kwaliteit, die wordt versterkt door de materialisering en detaillering. Ook de uitwerking van de glazen gevel en de staalconstructie die er direct achter staat, is hier zorgvuldig op afgestemd. De foyer ontsnapt als ruimte aan conceptuele schematisering. Ze is een sensitieve, en sterk uitgewerkte architectonische ruimte geworden.

Singer, de theaterzaal – ontwerp: krft en Oomen Ontwerpt, foto: Christian van der Kooy

Vanuit de krachtige, ruimtelijke ambitie voor de hal, is de gevel van de theaterzaal ‘binnen’ in de hal niet helemaal overtuigend, hoe zorgvuldig hij ook is uitgewerkt. Waar de zijgevel van de villa wel in baksteen is gerestaureerd (de oude theaterzaal was tegen de villa aangebouwd), is de gevel van de zaal niet met metselwerk afgewerkt (zoals de gevel buiten). De wand van de zaal is in de hal bekleed met fijnmazig goudkleurig geanodiseerd aluminium strekmetaal. Om het plafond van de hal helemaal ‘kaal’ te kunnen laten, zijn alle technische installaties en akoestische voorzieningen in de gevel van de zaal geïntegreerd, wat kennelijk niet kon worden gecombineerd met metselwerk. Op de beveiligingsinstallaties na (die vanwege verzekeringsvoorwaarden niet mochten worden gedeeld met de ontwerpers, en dus naderhand semi lukraak zijn aangebracht), zijn alle installaties onzichtbaar weggewerkt in deze wand. De ontwerpers hebben zich hier duidelijk met grote precisie op alle technische voorzieningen gestort. Toch ondermijnt het delicate karakter van het aluminium, dat bijna textiel lijkt, de ‘buiten’ kwaliteit van de hal, die anders nog meer uitgesproken was geweest.

Singer theaterzaal, gezien vanuit de foyer – ontwerp: krft en Oomen Ontwerpt, foto: Christian van der Kooy

De aandacht voor en regie over wat gebouwd is, is overal zichtbaar. Zo is de op het oog houten trapleuning van de foyertrap van een grote tactiele kwaliteit en tegelijkertijd een intrigerende lichtheid. Dit is bereikt door in de houten balusters subtiel een stalen strip te integreren. Op andere plekken is die aandacht wel wat ‘over-engineerd’. Zo zijn de verticale zwarte houten latten in de buitengevel voorzien van een sponning aan de smalle zichtzijde. Dit verticale accent is vast bedoeld om de gevel een verdere verfijning te geven, maar uiteindelijk ‘verdrinkt’ ze in het geheel. Hetzelfde geldt voor de baksteenkeuze voor de toneeltoren. Het hoge deel is afgewerkt met een taludsteen: een baksteen met een schuin naar buiten aflopende strek, waardoor onder elke laag een schaduwrand ontstaat. Op de hoeken geeft dit een speels zaagtand effect, maar voor de rest is het visuele effect niet echt groter dan regulier metselwerk met een platvolle stootvoeg en terugliggende lintvoeg.

Ook al is de genomen moeite dus niet overal even ‘effectief’, toch is het verrassend om bij een jong bureau een dergelijk geraffineerde, zorgvuldige aandacht voor ‘het bouwen’ te vinden. Ze hebben er duidelijk lol in gehad dit allemaal tot op de laatste schroef en rooster uit te zoeken, en voor elkaar te krijgen. Die houding doet haast ‘Japans’ of ‘Zwitsers’ aan. Geen (radicale) conceptuele en programmatische ordeningen waar alles verder ondergeschikt aan wordt gemaakt, zoals je misschien vanuit de Nederlandse context van de afgelopen decennia zou verwachten. Geen (grove) jeugdige bravoure of ‘conceptuele’ extremiteit die daar nog een schep boven op doet. In het Singer is veel meer een dialoog tussen concept – of beter misschien: ruimtelijke ambitie – en het maken van gebouwen, tot in haar details, te ervaren.

 

Singer, foyer met trap naar boven – ontwerp krft en Oomen Ontwerpt, foto: Christian van der Kooy

Toen krft en Oomen Ontwerpt nog samen één bureau waren (tijdens dit project is het bureau gesplitst), noemden zij zich De Nieuwe Generatie. Overmoedig en generaliserend misschien, maar uit die naam sprak wel de behoefte om een nieuwe weg in te slaan en afstand te nemen van de vorige generatie. In de Nederlandse context is die vorige generatie – opnieuw generaliserend – de Superdutch generatie. Tegenover de conceptuele en iconische virtuositeit van die generatie, lijkt krft, en zij niet als enige, zich als jong bureau (opnieuw) vast te bijten in het (verwaarloosde) architectonische ‘ambacht’ waarin het maken van gebouwen in dialoog met het ontwerp wordt (her)ontdekt. Niet toevallig werd deze trend al eerder opgemerkt in de afgelopen twee edities van het Jaarboek Architectuur. Maar waar andere ‘generatiegenoten’ (ik noem geen namen) dit vertalen naar een (letterlijk) oppervlakkige herontdekking van (liefst obscure) ‘ambachtelijke’ metselverbanden en ornamenten, zetten krft en Oomen Ontwerpt bij het Singer in op het realiseren van een betekenisvolle ruimtelijke kwaliteit, van ‘concept’ tot in de details. Ambachtelijk in het hier en nu, zonder nostalgie, gericht op het realiseren van een duidelijke ruimtelijke ambitie. Bij de entree en foyer van het Singer is dat zeker gelukt.

klik hier voor een pdf van de bg plattegrond