Recensie —

De kracht van close reading en het gevaar van het onuitgesproken woord

Vincent Kompier

Wanneer heeft u voor het laatst iets echt aandachtig gelezen? Geen WhatsAppbericht, Tweet of Facebookpost, maar een boek, een beleidsstuk, een zware krant? Door sociale media merk ik dat ik steeds vaker onaandachtig lees. Ze ontnemen de lust tot goed lezen. Het moet snel, kort, pakkend en to the point. De devaluatie van aandachtig lezen gaat vast nog grote gevolgen hebben. De kracht van het woord wordt over het hoofd gezien, zeker als die kracht schuilt in wat er juist niet is opgeschreven. Dat toont Jacqueline Schoemaker in het boekje Het failliet van de Javastraat haarscherp aan.

De 1,- euro winkel in de Javastraat Amsterdam, 2009 – foto Jaqcueline Schoemaker

Jacqueline Schoemaker heeft vlakbij de Javastraat gewoond, is een tijdje uit Amsterdam weggeweest en komt na twee jaar weer terug. Daar gaat ze op onderzoek uit in de Javastraat, een negentiende-eeuwse winkelstraat in een arbeidersbuurt, waar veel Turkse en Marokkaanse ondernemers winkels bestieren. De karakteristieke oude iepen zijn deels weg, deels vervangen door andere bomen, het straatmateriaal is nieuw sinds haar vorige bezoek, circa acht jaar daarvoor. Wat is er gebeurd? Schoemaker gaat op zoek naar documenten waarin de verandering van de Javastraat staat beschreven. Ze vindt een scala aan documenten met titels als: Convenant Vernieuwing Indische Buurt, Rapportage Onderzoeksproject, Groenbeleidsplan, Stedelijk Vernieuwingsplan, Duurzaam Veiligplan. Er wordt in meerdere documenten geschreven dat de straat moet worden omgetoverd tot een straat met een mediterrane uitstraling; een ‘Wereldpassage’. Want de huidige straat heeft te weinig charisma, het winkelaanbod is eenzijdig van aard, het ondernemerschap is onder de maat en de lage inkomens in de buurt vormen een bedreiging.

Wat wordt nu precies bedoeld met de Wereldpassage? vraagt Schoemaker zich af en onderwerpt hiertoe een van de documenten, de Economische Versterking Javastraat e.o.; Plan van Aanpak uit 2008 aan nader onderzoek. Schoemaker past bij het lezen de techniek van close reading toe. Daarbij vraag je je als lezer telkens af hoe en waarom er gezegd wordt wat er gezegd wordt. De tekst wordt als een autonoom geheel benaderd. Alleen uit de tekst wordt de betekenis afgeleid. Er komt geen archiefwerk, interviews of andere methodieken aan te pas, om erachter te komen waarom de schrijver van de tekst zegt wat hij zegt. Hoe langzamer je door een tekst gaat, hoe vaker je hem opnieuw leest, hoe meer je ziet. Hulpmiddel is het ‘waarom’-woord, als vraag, als manier om erachter te komen wat de schrijver van een tekst eigenlijk wil zeggen.

De methodiek van close reading heeft verwantschap met wat de mannen van De Snijtafel doen, waarbij televisiefragmenten tot op het bot worden ontleedt. Dat programma wijst je als kijker op hoe snel, slecht en slordig er geformuleerd wordt. Mensen bedoelen vaak heel iets anders dan ze zeggen. Dat geldt eveneens voor het geschreven woord. In de beschrijving van de Javastraat wordt gebruik gemaakt van woorden die verwijzen naar visuele waarneming. Het gaat om het beeld van de Javastraat, niet om de feiten. De vaak gebruikte abstracte zelfstandig naamwoorden zijn multi-interpretabel. De knelpunten, potentie, sfeer, karakter, uitstraling, omslag, slagingskans, continuering, rendement, zeggenschap, resultaten en regie vliegen je in de Economische Versterking Javastraat om de oren. Nergens wordt duidelijk toegelicht wat er mee bedoeld wordt.

Javastraat in 2009 – Google street view

In eerste instantie lijkt de door Schoemaker toegepaste techniek van close readen wat gemakkelijk. Ontelbare cursussen helder schrijven ten spijt lukt het ambtenaren nog steeds niet zuiver en duidelijk te schrijven. Dat is niet voor niets. Als voormalig ambtenaar weet ik dat ambtelijk taalgebruik altijd wollig is. Je moet wel, de ene keer als boksbeugel, de andere keer als spons dienend tussen ambitieuze politici enerzijds (die altijd iets met allure willen, en doorpakken) en de alledaagse vragen en wensen van bewoners, die gewoon een schone straat en een kop koffie voor een euro vijftig willen anderzijds. Hier gaat het om een quasi-ambtelijk beleidsplan, want het document is gezamenlijk opgesteld door de Amsterdamse woningcorporaties Eigen Haard, Ymere, De Alliantie en Stadsdeel Zeeburg. Corporaties en het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg. Een daadwerkelijke auteur wordt in het document niet vernoemd. Daarop heeft Schoemaker kritiek, het is een newspeakachtig document dat in wollige taal eerst een probleem schept, de Javastraat is te eenzijdig en moet economisch versterkt worden, om vervolgens maatregelen aan te kondigen om een bepaald doel, dat buiten de Javastraat om ligt, te bereiken.

De beschreven verbetermethode lijkt op een bedrijfsstrategie, aldus Schoemaker. De economische versterking van de Javastraat waar op wordt gedoeld is niet van toepassing op de bestaande ondernemers, maar gaat uit van vervanging van de ene economie (die van betaalbaarheid, gericht op de bewoners die in de buurt wonen met een relatief laag inkomen) door de andere. Dat is een bedrijfsmatige strategie, aldus Schoemaker. Een bedrijf dat meer winst wil maken probeert door het aanbod aan te passen een nieuwe doelgroep te bereiken. Een doelgroep die de financiële middelen heeft om het nieuwe aanbod te betalen. Het bestaande, verouderde aanbod rendeert niet meer, wordt in de uitverkoop gedaan en verdwijnt uit het assortiment. Schoemaker toont aan dat de partijen achter het document Economische Versterking een andere bevolkingssamenstelling in en om de Javastraat willen. Maar nergens staat expliciet beschreven dat daartoe de huidige bevolking, die weinig te besteden heeft en die daardoor terecht kan in de Javastraat met zijn goedkope winkels, moet vertrekken.
Dat is wel het effect van de uitgevoerde plannen uit de Economische Versterking, zoals Schoemaker laat zien aan de hand van cijfers van het gemeentelijk bureau Onderzoek en Statistiek. In de woningvoorraad van de Indische Buurt steeg het aandeel eigenaar/bewoner van 5,6% in 2002 naar 16,2% in 2008 tot 24,6% in 2016. Het aantal bijstandsuitkeringen is na de uitvoering van de voorstellen uit de Economische Versterking gedaald. Terecht stelt Schoemaker dat op papier prachtige resultaten zijn geboekt, maar dat de bijstandsgerechtigden in de Indische Buurt door het economisch omhoog lappen van de Javastraat niet ineens betaald werk hebben gekregen. Ze zijn eenvoudigweg uit de buurt verdwenen. Nog steeds arm, maar nu op een andere plek. Ze behoren eenvoudigweg niet tot de doelgroep waar de partijen achter het Economische Versterking Javastraat voor gaan. Schoemaker merkt met recht op dat de trend die in het document wordt neergezet, van de stad een bedrijf maakt. Een bedrijf waarbinnen men diensten en producten aanbiedt aan betalende consumenten. Dat een deel van de bevolking de financiële middelen niet heeft om voor die producten te betalen is voor het bedrijf geen zorg. Dat deel behoort simpelweg niet tot de doelgroep.

Javastraat in 2017 – Google street view

Pijnlijk om te lezen is hoe makkelijk Schoemaker sommige drogredenen uit de Economische Verkenning onderuit haalt. Zoals die over de aanpak van de sociale huurwoningen in en om de straat: “De vraag dient zich aan waarom sommige sociale huurwoningen zodanig zijn verouderd dat ze een ‘transformatieprogramma’ moeten ondergaan. Het is immers de taak van de woningcorporaties om die woningen regelmatig te onderhouden en te renoveren waar dat nodig is. Dat is waar de bewoners huur voor betalen. Een huis raakt niet van de ene op de andere dag verouderd, daar gaan decennia van verwaarlozing overheen. Over de oorzaak van de veroudering zegt de spreker echter niets” . (Schoemaker duidt de schrijver van het document als ‘spreker’ aan).

Schoemaker noemt het gênant dat de Economische Versterking Javastraat niet door een bedrijf, maar juist door publieke organen als woningcorporaties en gemeente is opgesteld. Die hebben tot taak elke bewoner te ondersteunen en te beschermen waar nodig. Die houding, om bewoners te benaderen als betalende klanten vindt ze niet te verantwoorden binnen het fundament van het publieke instituut dat een corporatie en gemeente is. Om hun doelen te verwezenlijken hebben zij verbloemende taal nodig om niemand tegen het hoofd te stoten. Daarbij gebruikt Schoemaker grote woorden als verdoezelen en manipuleren. Daarmee heeft ze een punt: de economiseringswind die het afgelopen decennium in Amsterdam is opgestoken verleidde laatst een directeur van een gemeentelijke dienst tot de uitspraak dat groen en ecologie in Amsterdam vooral van belang is voor het vestigingsklimaat.

Een bittere troost is dat door uitvoering van de voorstellen uit de Economische Versterking in de eigen voet is geschoten. De beoogde doelgroep – die jonge, hoogopgeleide, high potentials die inmiddels op iedere straathoek binnen de Amsterdamse ring het stadsbeeld domineren en ook in en om de Javastraat zijn neergestreken – hebben er inmiddels (onbewust) voor gezorgd dat de woningprijzen de pan uitvliegen. De eerste woning met vraagprijs rond een miljoen euro is al gesignaleerd. Nu kan zelfs die beoogde doelgroep de woningen rondom de Javastraat amper meer betalen. Het Parool meldt dat er in de Javastraat een project gaande is waarbij ondernemers geholpen worden om zich aan te passen aan de nieuwe bevolkingsgroep, die zich kenmerkt door wel geld maar geen tijd. Het vijfstappenplan om makkelijk curry te maken ligt inmiddels in de Pakistaanse supermarkt klaar.