Recensie —

Echo’s van de natuur

Ive Stevenheydens

In het Vlaams Architectuurinstituut loopt een tentoonstelling die een flink aantal projecten van COUSSÉE & GORIS architecten samen brengt. Natura Naturans toont niet louter maquettes, schetsen en voorstellen van het tweetal, maar ook – in prachtige foto’s en video’s – hoe hun werk functioneert en gebruikt wordt. Hiervoor werd samengewerkt met kunstenares Marie-Françoise Plissart. Van hun samenwerking schieten vonken af.

COUSSÉE & GORIS architecten, Jeugd- en recreatiedomein ‘De Boerekreek’, Sint-Jan-in-Eremo, °2003, 2005-2007 – foto Marie-Françoise Plissart, 2017

De titel van de tentoonstelling, Natura Naturans, verwijst niet enkel naar de teksten van de kunstenaar Giuseppe Penone (°1947), een inspiratie voor Ralf Coussée (°1959) en Klaas Goris (°1960). Dit uit de middeleeuwen stammend begrippenpaar werd ook door de filosoof Baruch Spinoza gehanteerd – met als pendant de geschapen natuur – natura naturata. Natura Naturans betekent zoveel als de natuur ‘natuurt’, de natuur die doet wat ze hoort te doen, de scheppende natuur. En zo willen deze architecten zichzelf ook positioneren. Tenminste, dat leren de Spaanse en Nederlandse muurteksten,  geschreven door het gelijkgestemde Catalaanse RCR Arquitectes. . Zo lezen we: “Het is op deze wijze dat de architecten zich willen voorstellen, als ‘Natuur’: De mens is noch toeschouwer, noch acteur. Hij is simpelweg natuur.”

In de veelvoud van de tentoongestelde projecten valt een hang naar soberheid op. Wederkerende elementen in het werk van het duo, dat al twintig jaar vanuit Gent opereert, zijn het gebruik van herhalingen, geschakelde volumes en een grote aandacht voor de impact van licht en schaduwpartijen.

Natura Naturans  oogt compact en lijkt bijgevolg op het eerste zicht vrij beperkt. Al van bij binnenkomst openbaart een relatief omvangrijk centraal geplaatst plateau – in de perstekst heet dit een campo marzio – met daarop alle maquettes van de werken die in de tentoonstelling te zien zijn. Rondom hangen kleurenfoto’s op middelgroot formaat, aan de rechterkant van de zaal zijn vijf niches ingericht als videoruimtes. Zwarte golvende velours gordijnen omzomen het geheel. In de vrij sombere zaal zorgt de scenografie van de architect en curator van deze tentoonstelling Christian Kieckens in samenwerking met de uitgekiende belichting ervoor dat zowel het plateau met de maquettes als de foto’s lijken te zweven in de ruimte. Hier is niet enkel een veelvoud van projecten en ideeën tentoongesteld, tussen de verschillende voorstellen ontstaan ook tal van inhoudelijke en vormelijke lezingen. Bovendien staan de werken zodanig opgesteld dat ze met ‘vertraging’ naar elkaar refereren: een maquette aan het begin van de zaal verwijst bijvoorbeeld naar een foto rechts achterin.

Overzicht Natura Naturans, VAi – foto Jeroen Verrecht

Een van die – hoogst belangrijke – echo’s vormt de bijdrage van Marie-Françoise Plissart (°1954 ). Deze kunstenaar, fotografe en filmmaakster nam de opdracht op zich om het werk van de architecten te  fotograferen en filmen. Ze deed dit over de loop van een aantal jaren, met precisie en engelengeduld. Plissarts werk verheldert de realisaties van COUSSÉE & GORIS.  Ze positioneert zich ingetogen en afstandelijk.Haar foto’s en video’s tonen in de eerste plaats hoe de architectuur gebruikt wordt. Toch is ze niet objectief. Met de keuze van haar camerastandpunt, in de montage van de video, en in het format dat ze kiest, voegt ze immers ook (persoonlijk) commentaar toe. En dat gaat vaak gepaard met subtiliteit en humor. Plissart registreert, maar als een persoon in een film bijvoorbeeld een gekke beweging maakt, dat klapwiekend kind in het belevingscentrum van het Zwin!, laat ze dat in het werk. Haar input maakt dat de architectuur van COUSSÉE & GORIS ‘natuurlijk’ aanvoelt, dat ze ‘natuurt’.

Deze tentoonstelling ‘leeft’ niet alleen, ze huppelt en sprankelt. Daar is vooral het videowerk verantwoordelijk voor. Zo zien we op een flatscreen in de white cube van de Antwerpse galerij Zeno X (ontwerp 2008, realisatie 2011-2013) technici en installateurs, de galeriehouder en de kunstenaar Michael Borremans aan het werk. Gefilmd vanuit een vast camerastandpunt zijn ze in de weer met manshoge schilderijen. We volgen hier, haast als een voyeur, het proces van selectie en plaatsing: het wikken en wegen, de discussies en de uiteindelijke keuzes waar welk werk precies in de tentoonstelling zal komen te hangen. Even verderop, op het centrale plateau, staat de maquette van het gebouw: de sobere, feitelijke en abstracte versie van het leven dat hier aan de gang is.

Plissart wendt ook een fixed standpunt aan in het project Boerekreek, een manege van het jeugd- en recreatiedomein in het dorpje Sint-Jan-in-Eremo (2003, 2005-2007). We zien een zevental meisjes te paard rondjes stappen, aangemoedigd en begeleid door twee instructrices. De stap zal later plots overgaan in draf, hetgeen (ongewild?) ietwat op de lachspieren werkt. Plissarts eenvoudige longshot toont niet enkel de functionaliteit maar ook de sobere schoonheid van de ruimte met haar houten gebinte, raak gekozen raamuitsparingen en spiegels (gebruikt voor het trainen) die zorgen voor een uitgekiend spel van licht en schaduw.

COUSSÉE & GORIS architecten i.s.m. RCR Aranda Pigem Vilalta Arquitectes, Crematorium ‘Hofheide’, Holsbeek, °2006, 2007-2013 – foto Marie-Françoise Plissart, 2017

Een heel andere aanpak etaleert Plissart in Hofheide, een video gemaakt in het gelijknamige crematorium te Holsbeek (2006, 2007-2013). Hier krijgen we de gangen, de relatie van het interieur tot het exterieur en de verschillende zalen te zien. Opnieuw getuigt de ritmische en ingetogen architectuur van een fijnbesnaarde aandacht voor de contrasten tussen lichtinval, schaduw en silhouet. In dit crematorium krijgen we echter geen rouwplechtigheid te zien, maar een vioolconcert. Verderop in het werk wordt de akoestiek van het gebouw nogmaals geïllustreerd door een man die een witte ballon opblaast tot hij knapt.

Voor het tonen van de restauratie van een herenhuis in hartje Gent (2009-2018) is voor nog een andere aanpak gekozen. De verschillende ruimtes van het oude gebouw – van de bibliotheek en het bureau tot de badkamer, gangen en keuken worden getoond en de bewoners, kunstenaars Peter Buggenhout en Berlinde De Bruyckere, komen  aan het woord. Zij vertellen over hun verlangen om het gebouw zo zuiver mogelijk te houden – het interieur oogt Spartaans, over hun respect voor het verleden van het huis, over de relatie tussen binnen en buiten, en over hoe ze het huis dagelijks gebruiken. Bijgevolg zien we hen ook aan het werk en volgen we activiteiten in familiale kring zoals vader die de zoon helpt met zijn schoolwerk.

Terwijl de video’s de activiteiten binnen deze projecten op uiteenlopende wijzen in beeld brengen, focussen de foto’s van Plissart voornamelijk op de gebouwen zelf alsook op hun inbedding in het landschap. De beelden van de Woning GH (2003, 2009-2013) onderstrepen dat COUSSÉE & GORIS steeds peilen naar een balans tussen binnen en buiten. Dankzij de strak geritmeerde hout- of staalstructuren, de juist gekozen raampartijen en het respect voor het licht zijn de bouwwerken steevast in perfecte harmonie met de omgeving.

Overzicht Natura Naturans, VAI – foto Jeroen Verrecht

De tientallen maquettes, video’s en foto’s worden begeleid door ontwerpen op papier, zowel van gerealiseerde als nog niet uitgevoerde projecten. Ze zijn uitgestald op sokkels en overzichtelijk gebundeld in mappen. Over projecten waaronder de Amsterdamse Van Gendthallen, de Portus site en bibliotheek De Krook (beide in Gent), de locaties rond het Kasteel van Gaasbeek en het Zwin (Knokke-Heist) en The Edge (Dubai), kan men alles te weten komen over de achtergrond en filosofie. De gemaakte keuzes en de daartoe gehanteerde finesses zijn in deze bundels overzichtelijk uiteengezet in concept, situering, sfeerbeelden, historiek en een veelheid van inspiratiebronnen (uit literatuur en kunst).

Een voorname en wederkerende invloed voor de architecten is het oeuvre van de Italiaanse kunstenaar Giuseppe Penone. Deze vertegenwoordiger van zowel de Arte Povera als van de Land Art, die afstamt van een boerenfamilie, werkte veel in en met de natuur rond zijn geboortedorp Garessio waar prehistorische grotten, beken en riviertjes, velden en bossen in veelvoud aanwezig zijn. Penone’s gebruik van natuurlijke materialen en zijn tasten naar evenwicht tussen mens en natuur komen niet alleen herhaaldelijk terug in de realisaties van de architecten. Ook deze bijzondere tentoonstelling ademt dat respect met volle teugen.