Recensie —

Geen gemaar

Martine Bakker

Afgelopen januari opende in het Utrechtse Werkspoorkwartier Het Hof van Cartesius. Het is een klein bedrijvencomplex van een eigen corporatie én ook nog eens circulair. Drie dagen na de opening presenteren stedenbouwkundige Charlotte Ernst en architect Rolf Reichardt Het Hof aan vakgenoten. Ernst stuitert na vier jaar lobbyen en uitvogelen nog na van het openingsfeest.

foto van Facebookpagina Hof van Cartesius

Tot voor kort heette het Werkspoorkwartier gewoon Bedrijventerrein Cartesiusweg. Het is het oude fabrieksterrein van Werkspoor, met onder meer een enorme montagehal voor treinstellen. Toen Werkspoor in 1972 sloot maakten de fabriekshallen merendeels plaats voor onooglijke loodsen, garages en een gemeentelijk afvalstation. Het Hof van Cartesius steekt daar wat fröbelig bij af.

Het complex bestaat uit twee ongelijke, tegenover elkaar geplaatste, L-vormige blokken met in het midden een tuin met een wadi, een enorme vuurpot en een grintpad. De blokken zijn opgedeeld in bedrijfsruimten voor zo’n 25 ondernemers. Aan de kopse kant van het blok tegenover de entree ligt de caféachtige ‘loods’, waar de presentatie plaatsvindt. Met zijn kakofonische gevels oogt Het Hof als een broedplaats uit de tijd van de kraakbeweging, het ademt dezelfde vriendelijke sfeer van aanklooien en uitproberen.

Dat beeld – of die dynamiek – is precies wat de gemeente in 2012 beoogde met bedrijventerrein Cartesiusweg. In de gemeentelijke ontwikkelingsvisie uit dat jaar werd het gebied bestemd als ‘creatieve hub’. De visie werd opgesteld in samenspraak met de paar creatieve bedrijfjes die er al zaten – zij waren afgekomen op de lage prijzen, maar misschien ook wel op het sleetse voorkomen. Met name de grote bestaande bedrijven moesten, aldus de visie, plaatsmaken voor kleinschalige, lokaal georiënteerde, creatieve industrie. De wil van de gemeente om de ‘creatieve infrastructuur’ van de stad te versterken hing samen met de kandidatuur voor Europese Culturele hoofdstad, waarin Utrecht zich profileerde als stad van kennis en cultuur.
De montagehal kreeg een nieuwe, culturele bestemming, oude fabrieksartefacten zoals een ophaalbrug werden gekoesterd, en er kwam een nieuwe naam: Werkspoorkwartier. Om de ontwikkeling op gang te helpen schreef de gemeente in 2014 een Open Call uit voor een tijdelijke functie van de groenstrook langs het spoor – een van de weinige gronden in zijn bezit. Wie het beste idee had mocht dat verwezenlijken.

foto van Facebookpagina Hof van Cartesius

Het Hof van Cartesius was de winnaar van deze Open Call. Charlotte Ernst stelde het plan op samen met landschapsarchitect Gerwin de Vries van bureau Flux (toen LINT). De nadruk lag op collectiviteit en werken in het groen. De ruimten waren bedoeld voor creatieve ondernemers en er werd ingezet op modulaire bouw, zodat Het Hof van Cartesius eventueel met nieuwe hoven kon worden uitgebreid. Ernst bleef als creatief leider betrokken bij de realisatie van Het Hof. De Vries richtte zich op andere plannen voor het Werkspoorkwartier.

Huurders voor de bedrijfsruimten van Het Hof waren snel gevonden – na een week was er al een wachtlijst – en ook de crowdfundactie voor de voorfinanciering van het project verliep voorspoedig. Voor het overige bleek de realisatie van het project echter complexer dan gedacht, vooral wat betreft de contractvorming met de gemeente. Zo kon de grond voor vijf jaar worden gehuurd vanaf het moment van de bouw, maar verliep het bouwproces zo ongebruikelijk dat ‘start bouw’ lastig was vast te stellen.
Uiteindelijk kocht de ontwikkelaar van de montagehal, Bob Scherrenberg, de grond langs het spoor, waardoor een vijfjarige huurcontract met de gemeente kon worden omgezet in een twintigjarig huurcontract met hem. In de inzending voor de Open Call is voor de behuizing sprake van zeecontainers, maar met dit langdurende pachtcontract in zicht werd, om beter te kunnen experimenteren, geswitcht naar circulaire bouw.

‘Circulair’ wordt in Het Hof breed opgevat. Voor de isolatie van de wanden zijn biobased grondstoffen gebruikt zoals hennep, wol en spijkerbroeken. Er zijn demontabele constructies toegepast en er is gebruik gemaakt van tweedehands bouwmateriaal. Voor de afvoer van regenwater is er een wadi, energie wordt betrokken uit zonnepanelen en er is een warmtepomp geïnstalleerd. Een nieuw, traag vloerverwarmingssysteem is bij wijze van proef geschakeld over meerdere ruimten en werd daarom deels gesponsord door de fabrikant.

foto van Facebookpagina Hof van Cartesius

Om kordaat te kunnen handelen werd een corporatie opgericht. De huurders van de bedrijfsruimten zijn tevens lid van de corporatie en Ernst vormt het bestuur samen met haar zus Bianca en Simone Tenda, beide organisatiedeskundigen. Het bestuur stelde een bouwteam samen en contracteerde aannemers middels een aanbesteding – trad kortom op als opdrachtgever. Om de prijs te drukken werd gekozen voor casco-afbouw door de huurders, maar deze keuze had ook een sociaal motief. “Zo werd het collectief gesmeed”, aldus Ernst, “en gaven we samen vorm aan een nieuw stukje stad”.
Doordat van tevoren niet vaststond wat voor en wanneer bouwmateriaal voor handen zou zijn, waren de lijntjes binnen het bouwteam kort. Het beoogde ontwerp, de mate van circulariteit en de kosten zijn steeds opnieuw tegen elkaar afgewogen. Naast creatief leider Ernst en architect Rolf Reichardt (RHAW Architecture) bestond het team uit constructeur Pim Peters van IMDbv en ‘Upcycle Expert’ Vincent Schoutsen, die op zoek ging naar bouwmateriaal.

“De architect vervult bij circulaire bouw een andere rol”, benadrukt Ernst, “hij stelt de kaders in plaats van dat hij een afgerond ontwerp maakt”. Dat was voor Reichardt niet gemakkelijk. Hij is naar eigen zeggen een controlfreak, “maar dat was hier onwerkbaar”. Normaliter geneigd om eindeloos te slijpen aan details, moest hij bij dit ontwerp leren om dingen over te laten aan het toeval. Reichardt zorgde voor samenhang in het ontwerp door de goothoogtes en de positie van de ramen voor alle ruimten te bepalen. Naar buiten toe zijn de ruimten gesloten, aan de kant van het hof juist open.
Steeds als er iets aan de hoofdlijn van het ontwerp veranderde, zoals toen de loods erbij kwam, maakte Richardt nieuwe tekeningen. Die werden dan aan de coöperatie voorgelegd en gezamenlijk besproken. De keuze voor het buitengevelmateriaal lag bij de betreffende ondernemer en mocht zo buitenissig zijn als wat. “Op die manier fungeert de gevel meteen als een visitekaartje”, aldus Reichardt. De bamboedesigners van Bixbi Bamboe kozen vanzelfsprekend voor bamboe, bij andere ondernemers is de gevel onder meer afgewerkt met gebrand hout, staalcontourplaten en formica schubben.

Na de enthousiasmerende presentatie, rijzen bij het vragenrondje vanuit het publiek allerlei ‘maren’. Zo wordt er bijvoorbeeld gevraagd hoe de welstandcommissie reageerde op het onuitgewerkte ontwerp, hoe het zit met het bouwbesluit, en of je er als architect bij zoveel tekenwerk nog aan verdient. Meer praktische vragen gaan over hoe je weet welk tweedehands materiaal bruikbaar is en waar je het zolang laat. “Maar ging er dan niks mis?”, vraagt iemand zelfs.
Ernst blijft open en pareert vrolijk alle twijfel. “Hoe je dit het beste aanpakt hebben we al doende geleerd”, vertelt ze. Zo bleek de eerste stapel gebruikt hout ongesorteerd te zijn, wat helemaal niet handig was. Bovendien moest, toen ze het hadden gekocht, in allerijl een opslagplek worden gevonden. Later werd materiaal betrokken van sloopbedrijf Van Liempt, die het voorsorteerde op maat en kwaliteit en alle spijkers eruit trok.

Soms moet je volgens Ernst ‘gewoon praktisch’ zijn. Voor de draagconstructie van het blok met de loods werd eerst gedacht aan een betonnen donorskelet, “wat een mooi experiment geweest zou zijn”, maar door tijdsdruk – het streven was om alle nieuwe bedrijfsruimten tegelijkertijd klaar te hebben – zijn tweedehands spoorrails en houten balken gebruikt. Uiteindelijk is zo’n tien procent van al het bouwmateriaal dat voor Het Hof van Cartesius is gebruikt nieuw. Zo is het bouwdeel langs de straat gebouwd met nieuwe, demontabele staalprofielen. Weliswaar speciaal voor dit doel zo duurzaam mogelijk ontwikkeld met het oog op hergebruik, maar niet compleet circulair zoals bij aanvang het idee was.

foto van Facebookpagina Hof van Cartesius

“Wij keken ouderwets op de bouw wat er nodig was”, legt Ernst het circulaire begrip ‘reduce’ uit. “Voor de constructie konden we bijvoorbeeld toe met half zo weinig bouten dan gebruikelijk, want de gangbare standaardisering resulteert eigenlijk in overdimensioneren.” Dat moest dan soms “nog wel aan een vergunningenambtenaar worden uitgelegd”. Bij de Utrechtse welstandcommissie ging alles juist erg soepel. Nadat Reichardt de commissie zijn uitgangspunten had voorgelegd mocht hij volstaan met “een soort beeldkwaliteitsplan”. Welstand stelde het proeftuinkarakter van het Werkspoorkwartier voorop en was zelf ook benieuwd naar de uitkomst.

De totstandkoming van Het Hof van Cartesius is een verrassend hobbelig traject voor een stad waar circulair bouwen en het stimuleren van de creatieve industrie zo hoog op de politieke agenda staan. In feite kwam Het Hof van Cartesius slechts met veel moeite en dankzij het doorzettingsvermogen van de initiatiefnemers tot stand. De gemeente werkte niet tegen, aldus Ernst, maar de paden waren ondanks alle visies en gesprekstafels simpelweg nog niet gebaand. Met dank aan Ernst en consorten is het voor de gemeente nu duidelijker wat er bij een dergelijke opgave speelt.

Binnenkort opent in het Utrechtse stationsgebied het multifunctionele paviljoen The Green House, compleet circulair en in sneltreinvaart gerealiseerd door grote bedrijven als Strukton, Ballast Nedam en bedrijfscateraar Albron. Hopelijk blijft de gemeente Utrecht ook zijn nek uitsteken voor kleine, sympathieke projecten als het Hof van Cartesius. Al ontstaan de beste broedplaatsen natuurlijk spontaan. En is het dus heel leuk dat het pand, dat momenteel door en voor het Uitvindersgilde naast het Hof wordt gebouwd, helemaal niet voldoet aan de modulaire structuur die indertijd in de Open Call werd voorgesteld.