Recensie —

Over de architectuur van de actualiteit

Joep Gosen

Op dinsdag 27 februari gaf Roeland Dudal van AWB (Architecture Workroom Brussels) een gastcollege aan de UHasselt. AWB is in Nederland vooral bekend als een van de curatoren van IABR 2018+2020 – The Missing Link, en van hun visionaire voorstel voor de ontwikkeling van Brabant-Stad.

 

‘Bridge’ van Gijs Van Vaerenbergh, Festival Kanal, Brussel – foto Tim Van de Velde

Roeland Dudal en mede oprichter Joachim Declerck[1] focussen zich op het promoten van de rol van het ruimtelijk ontwerp en het formuleren van noodzakelijke antwoorden op maatschappelijke vraagstukken, in een steeds verder verstedelijkende wereld. AWB is daarmee een “denk-en-doe-platform” voor innovatie. Daarom bouwen ze niet, maar plaatsen zich op het middenveld tussen cultuur, politiek en ontwerppraktijk. Anders gezegd: ze positioneren zich tussen overheid en (potentiële) opdrachtgever, tussen mogelijke gebruiker en architect. Zo willen ze het debat over onze ruimtelijke omgeving in de meest brede zin begeleiden en mee de uitkomst sturen of formuleren. Ze doen dat vanuit datgene wat onze maatschappij ontbeert: een allesomvattende visie op een toekomstbestendig benutten van beschikbare ruimte en bronnen. Hoe ze dat doen, welke strategieën ze gebruiken, hoe ze presenteren en naar een conclusie toe werken illustreerde Dudal  door middel van een aantal projecten.

The Ambition
Op de Biënnale van Venetië van 2012 werd “the Ambition of the Territory”[2] voorgesteld. Vlaanderen – als deel van een groot verstedelijkt gebied in Noordwest Europa – is een oeroude urbane ecologie die in een hedendaagse ruimtelijke crisis verkeert. Een versnipperde confetti van verstedelijkte agrarische gebiedjes met flarden landschap en infrastructuur daartussendoor. Als we zo doorgaan wordt alle resterende leefbaarheid (natuur, open ruimte, doorstroming, …) geconsumeerd. De zeer grote ecologische voetafdruk van België (nr. 6 wereldwijd) is volledig terug te voeren op deze manier van stedenbouw. Maar dat veranderen is een gevoelig onderwerp. Politieke partijen als de N-VA houden liefst alles bij het oude en gaan door met het subsidiëren van de private consumptie van land.

Belgische architecten zijn zeer bekwaam geworden in het omgaan met deze complexe ruimtelijke condities en hebben er zelfs faam mee verworven. Maar hun talent tot het maken van mooie plannen lost het probleem niet structureel op. Als voorbeeld: het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen[3] streeft meer compactheid na. Het gevolg is een pragmatische reactie: de bouw van appartementsblokken aan de rand van de stad (want daar is nog plaats) die op opgeblazen eengezinswoningen lijken (want dat is de vormentaal die we kennen). Er wordt dus niet nagedacht over kwaliteit, toegevoegde waarde en een toekomst waarin we willen leven.

The Ambitition zette weer eens deze ruimtelijke conditie op kaart. In tegenstelling tot eerdere kritieken als Braems “lelijkste land ter wereld” en Deleu’s “laatste steen van België” was de tentoonstelling niet de conclusie maar het startpunt voor dialoog. In de Singel werd in het schaal 1:2 nagebouwde Belgisch Paviljoen in diverse sessies gedebatteerd over de toekomst van Vlaanderen. Onder anderen de diensthoofden van ‘landbouw’ en ‘ruimtelijke ordening’ zaten voor het eerst samen om te praten over prangende punten en ontwerpvragen.

 

Building for Brussels – foto Jeroen Verrecht

Building for Brussels
In de tentoonstelling “Building for Brussels” (2010, Bozar) schetst AWB aan de hand van projecten in andere steden een mogelijk scenario om architectuur te gebruiken voor aanzetten tot socio-economische veranderingen in de stad. Als direct gevolg daarvan werd AWB curator voor het Festival Kanal. De Brusselse Kanaalzone ligt tegen het stadscentrum aan en wordt getypeerd door in onbruik geraakte industriële complexen, een grote werkeloosheid onder jongeren en het gebrek aan sociale en ruimtelijke samenhang. Tijdens een debat over de ontwikkeling van het gebied stelt Declerck openlijk: “de mensen zijn klaar, de ontwikkelaars zijn klaar, maar de stad doet niets.” AWB plaatst zich zo doelbewust in het publieke debat en speculeerde erop dat een reactie van de stad niet uit kon blijven. Declerck en Dudal werden dan ook aangesteld als begeleider van het nog te maken Masterplan voor de Kanaalzone.

Productieve Landschappen
De tweede lijn van het werk van AWB bestaat uit (ruimtelijke) onderzoeksprojecten naar productieve landschappen. Het gaat daarbij om het adviseren van de betrokken partijen en het maken van (publieke) opinie. Een voorbeeld is het onderzoek Making City – Atelier Istanbul[4], onderdeel van de 5e IABR. Dit onderzoek gaat over de massale urbanisatie in het metropolitane gebied van Istanbul en in het bijzonder om Arnavutköy. De ontwikkeling wordt bekeken vanuit een samenhang tussen verschillende systemen en hun correlatie om te kunnen overleven. De nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gebouwd op de rand van het bestaande waterbassin dat de regio van vers drinkwater voorziet. De stad hergebruikt haar water en behandeld het voor dat het gebruikt wordt in de omliggende landbouw en natuur. Deze geven het op haar beurt terug aan het bassin, die dan weer zorgt voor koeling van de hitte-eilanden in de stad, enzoverder enzovoort. Samenhangend met dit systeem wordt elk gebied zo vormgegeven dat het nadrukkelijk en onmiskenbaar aanwezig is zodat ongecontroleerde groei van de stad tegengegaan wordt en de kwaliteit van het drinkwater gegarandeerd blijft.

Het tweede voorbeeld is dichter bij huis. De mogelijke ontwikkeling van Brabantstad, een netwerk van vijf steden in Noord-Brabant, werd samen met Floris van Alkemade en LOLA onderzocht. Het watermanagement wordt als uitgangspunt genomen voor een samenhangende visie op ontwikkeling. De vijf steden worden niet als onafhankelijke ruimtelijke entiteiten bekeken maar als een historisch en landschappelijk samenhangend systeem waarbij landbouw, stedenbouw, economie en natuurbeheer in nauwe relatie met elkaar samenhangen en elkaar wederzijds beïnvloeden. Exemplarisch voor de manier van presenteren van AWB is het fysieke resultaat van het onderzoek: een geweven wandtapijt van 12x3meter. Een knipoog naar de historische textielindustrie uit het zuiden van de Lage Landen, maar belangrijker nog een tastbaar en waardevol relict dat tot ieders verbeelding kan spreken. Een startpunt waarover (of beter nog waaronder) gedebatteerd kan worden over de toekomst van Brabantstad. Want: “het plan” is niet de oplossing evenals dat “de oplossing” geen plan maakt, wat nodig is “zijn nieuwe en grensoverschrijdende vormen van samenwerking en dialoog”, aldus Dudal.

Brabant Stad – foto Nik Naudts

The Missing Link
Het is duidelijk dat onze huidige manier van leven, produceren en consumeren de draagkracht van de aarde steeds verder op de proef stelt en niet meer haalbaar is. Dat vraagt om een fundamentele sociale, maatschappelijke en economische transitie die enkel ”plaats kan vinden” als we er letterlijk “plaats voor maken”, stelt Dudal. De noodzaak en doelen op het vlak van het veranderen van energie, mobiliteit en voedselproductie zijn helder, maar het grootste probleem is de discrepantie tussen waar we naar streven en ons handelen. De vraag is dan ook niet langer of we ons aan moeten passen, maar hoe we dat kunnen doen. En juist daar gaat de komende 7e editie van de IABR over. Volgens medecurator en Nederlands rijksbouwmeester Floris Alkemade, moeten we niet nadenken in termen van een dreigend verlies maar eerder van een maatschappelijke en ecologische winst. De toekomst is er een van vele kleine dingen die vooral vanuit de bevolking geïnitieerd zullen worden en waar op een zeker moment een kritische massa voor bereikt wordt. Pas dan zal de gevestigde orde op de kar springen en de politiek het beleid aanpassen. De curatoren van het IABR zien zich ondertussen als aanjagers van die noodzakelijke verandering.

Hoe die nieuwe veranderde wereld eruit kan zien is na de lezing onduidelijker dan ervoor. Het gevaar van politiek actief te zijn is dat AWB zelf beschouwt kan worden als ‘gevestigde orde’. Wellicht is dat de reden dat Deleu en Braem de échte dialoog niet aan durfden te gaan? De dappere keuze niet te willen ‘bouwen’ maakt hun boodschap minder tastbaar en misschien zelfs ongeloofwaardig. Immers AWB distantieert zich zo onherroepelijk van een praktijk die ze juist zegt te willen veranderen.
Het is dan ook niet vreemd dat hun boodschap en de materie die ze behandelen voor de jonge studenten in de zaal erg complex en moeilijk te bevatten is. Zij willen in eerste instantie architect worden vanuit technische fascinatie of esthetische interesse. Gelukkig gloort er volgens Dudal licht aan de horizon. Alles begint immers met een kritische houding ten opzichte van de ontwerpvraag. Een architect zou veel vroeger in het proces betrokken moeten worden en mede de opdrachtomschrijving moeten opstellen, want alleen de juiste vragen leveren sterke en relevante antwoorden voor een toekomstbestendig ontwerp. Verder is het een kwestie van goed kijken en hoofdzaken van bijzaken onderscheiden: “Wat is er écht aan de hand!” Zo draagt iedereen een klein deeltje bij aan de puzzel die we met zijn allen op moeten lossen.