Recensie —

Landschapsarchitectuur als noodzaak voor onze moderne civilisatie

Minke Mulder

To build a garden means to act ethically and aesthetically“. Landschapsarchitect Roberto Burle Marx stond bekend als kunstenaar die ‘doet wat hij zelf wil’. In het boek Roberto Burle Marx Lectures: Landscape as Art and Urbanism ontdekt Gareth Doherty de theoretische basis achter de werken.

spread uit Roberto Burle Marx Lectures: Landscape as Art and Urbanism

Roberto Burle Marx (1909 – 1994) is een Braziliaanse beeldend kunstenaar en landschapsarchitect, en zoals bij de uitreiking van de Fine Arts Medal of the American Institute of Architects (1965) werd gezegd: “the real creator of the modern garden”. Opgeleid als beeldend kunstenaar, maar opgegroeid met een liefde voor tuinieren, heeft Burle Marx deze twee interessen gecombineerd op het moment dat in Brazilië het modernisme bloeide en architectuur en stedenbouw zich vernieuwden.

Zijn unieke stijl heeft hij tot uitdrukking gebracht in schilderijen, sculpturen, tuinen en parken en definieert zich door grote organisch gevormde (plant)vlakken, bestaande uit contrasterende kleuren en texturen. Beroemde werken zijn onder andere de daktuin op het Ministerie van Onderwijs en Gezondheid uit 1938 (architectuur door Lucio Costa, Oscar Niemeyer en onder supervisie van Le Corbusier) en Copacabana Strandpromenade in Rio de Janeiro uit 1970. Van al zijn projecten schilderde Burle Marx zelf ook de plantekeningen die onder andere tentoongesteld zijn in het Museum of Modern Art in New York in 1991.

spread uit besproken boek

Doordat internationale erkenning al vroeg in zijn carrière kwam, is er over Burle Marx veel gepubliceerd. In veel van deze publicaties wordt een eenzijdig beeld geschetst: een artistieke genie die vanuit het niets tot prachtige composities komt. In weinig van deze publicaties komt Burle Marx aan het woord. Het boek Roberto Burle Marx Lectures. Landscape as art and urbanism, samengesteld en bewerkt door landschapsarchitect Gareth Doherty, publiceert voor het eerst door Burle Marx gegeven lezingen en geeft zo de landschapsarchitect zelf het woord.

Het boek is tot stand gekomen doordat Haruyoschi Ono, Burle Marx’ opvolger bij zijn studio Burle Marx & Cia., de ruwe versies van alle door Burle Marx gegeven lezingen schonk aan Doherty tijdens een bezoek in 1996, twee jaar na de dood van Burle Marx. Samen met Ono werd het aantal teruggebracht naar 9 lezingen en aangevuld met drie Engelse vertalingen, die naderhand nog in het archief van het bureau zijn gevonden. Doordat het materiaal alleen bewerkt is om de leesbaarheid te vergroten, is er herhaling van stof in de verschillende lezingen. Daarom loont het zich het boek tussendoor even weg te leggen, stukken hardop te herhalen en de boodschap te laten bezinken. In elke lezing wordt een ander accent gelegd, waardoor de argumentatie van Burle Marx telkens anders belicht wordt. Er zijn drie hoofdlijnen te ontdekken in de beweegredenen van Burle Marx. Het gaat om de vormgevende rol van de ontwerper, het gebruik van lokale plantgemeenschappen en de rol van de landschapsarchitect in de moderne stad.

spread uit besproken boek

In 1928 werd Burle Marx door zijn ouders meegenomen naar Berlijn waar ze een jaar verbleven. Hier maakte hij tijdens zijn muziekstudie kennismaakte met moderne kunst. De werken van Picasso, Klee en Matisse inspireerden hem om, terug in Brazilië, beeldende kunst te studeren. Daarnaast experimenteerde hij in zijn tuin, waar hij planten combineerde op basis van contrast in kleur en textuur, net zoals een schilder dat op zijn doek zou doen. Burle Marx’ uitgangspunt bij het ontwerpen van landschappen was primair die van een kunstenaar, met topografie als doek en planten, stenen en water als middelen voor een plastische compositie.

Burle Marx heeft een sleutelrol gespeeld in de (her)waardering van lokale flora. Door jungle-expedities voor het ontdekken van plantgemeenschappen en veredeling in zijn eigen kwekerij ontwikkelde hij een uniek metier voor de Braziliaanse landschapsarchitectuur. Hij wilde af van het importeren van Europese soorten, wat bij zijn cliënten in het begin van de 20e eeuw nog zeer in de mode was. Door zelf te zorgen voor zijn plantmateriaal en hiermee te experimenteren, maakte hij onderhoudsarme en kleurrijke beplantingsplannen. Burle Marx stelt dat landschapsarchitectuur het beste werkt als plantgemeenschappen uit de eigen klimaatzone benut worden.

spread uit besproken boek

Ook de sociale agenda van Burle Marx is ambitieus: “The function of the landscape architect today is to make known the part a garden has to play in the cities of our lives.” Dit aspect van Burle Marx is wellicht het meest verrassend, want zelfs onder vakgenoten zoals Sir Geoffrey Jellicoe was Burle Marx bekend als kunstenaar, die ‘doet wat hij zelf wil’. Maar Burle Marx zag de landschapsarchitect als organisator van de openbare ruimte, deel van een interdisciplinair team met sociologen en economen. Toch legt hij de meeste waarde op de esthetiek en de functie van parken en tuinen als lesmateriaal voor de stadsbewoner, ze dienen om een gevoel voor schoonheid en een waardering voor de natuur in het dagelijks leven toe te voegen. Het volgende citaat licht dit mooi toe:

“There are two landscapes: the untouched and the human-touched, constructed landscape. The latter corresponds to all interferences imposed by necessity. However, beyond those necessities satisfying economic demand (transport, supply, cultivation, housing, manufacturing industry, etc.) we can find also the landscape determined by aesthetic need, which means no luxury or waste, but an absolute need for human life, without which civilization itself would loose its ethical purpose. To build a garden means to act ethically and aesthetically.”

De interrelaties tussen activisme, esthetiek, kunst, botanie, behoud, ethiek, muziek, geluid, textuur, het sociale, het stedelijke –maakt Burle Marx tot succesvolle landschapsarchitect, stelt Doherty. Burle Marx speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van de moderne landschapsarchitectuur als integraal deel van de stad. Zijn argumentatie, vroeger een radicaal en eenzaam geluid, sluit juist aan bij hedendaagse theorieën in de landschapsarchitectuur, zoals Charles Waldheim’s Landscape Urbanism, waar landschapsprocessen worden gezien als leidraad voor betekenisvolle en kwalitatieve stadsontwikkeling.
Burle Marx’ lezingen zouden verplichte kost moeten zijn voor elke ontwerpstudent en een must voor eenieder die wil reflecteren op het vakgebied, de rol van de ontwerper en redenen zoekt voor de groeiende betekenis van de landschapsarchitect als componist van duurzame, functionele én mooie leefomgevingen in een verstedelijkende wereld.