Feature —

De lessen van de crisis: de architect als omnivoor

Andrea Prins

De magere jaren lijken tot het verleden te behoren. Er wordt weer volop gepland en gebouwd. Gewoon back to business of is het krachtenveld van architecten fundamenteel veranderd? Wat is hun speelveld? Welke rollen eigenen zij zich toe, intuïtief dan wel strategisch? En welke kansen biedt dit voor de toekomst? Op het kantoor van Powerhouse Company heb ik een gesprek met directeur – grootaandeelhouder, zoals hijzelf zegt – Nanne de Ru.

Op kantoor bij Powerhouse Company, foto Petra van der Ree

Powerhouse Company is gevestigd in Rotterdam op een fraaie locatie aan de Maas en het Euromastpark in de gerenoveerde en opgetopte Westerlaantoren. Op straatniveau laat alleen een onopvallend bordje op de brievenbus zien dat hier een gerenommeerd architectenbureau zetelt. In de lobby krijg ik het voorbereide elektronisch bezoekerspasje en kan dan pas de lift omhoog nemen. Aangekomen op de zevende verdieping sta ik direct oog in oog met de ontvangstbalie. Het kantoor met een zakelijk-elegant interieur biedt aan vier kanten uitzicht naar de stad. Werknemers lopen in sweatshirt of met das. Ik word naar het kantoor van de directeur geleidt. De PR- medewerkster legt in twee volzinnen uit wie ik ben en wat ik kom doen. De deur gaat dicht. Ik heb 45 minuten.

Het schrikbeeld van de kwetsbaarheid
Ontwerp, ingenieurskunde, bouwmanagement én service: het brede aanbod van diensten is kenmerkend voor Powerhouse Company. Dit gaat in tegen de trend tot specialisatie. Voor de crisis, analyseert Nanne de Ru (1976), konden architecten het zich veroorloven om alleen concept- en ontwerpfasen aan te bieden. Ze concurreerden op kunde, niet op de prijs, de honoraria waren immers vastgelegd – hij vergelijkt dit met de werkwijze van een huisarts. Dit veranderde vanaf 2000. Door nieuwe Europese regelgeving kwam een de facto beschermde beroepsgroep rauw in de werkelijkheid terecht. De SR, de regeling waarin was vastgelegd dat het honorarium van een architect een vastgelegd percentage van de bouwsom was, werd afgeschaft. De Ru trok twee conclusies: het bestaan van de architect wordt in hoge mate afhankelijk van financiering door opdrachtgevers, en de beroepsgroep negeerde dit. Dus richtte en richt De Ru zijn aandacht juist op de financiële aspecten van het architect-zijn: hoe verdien je geld? “Gefundeerde kennis van de wereld van het geld is absoluut noodzakelijk. Anders ben je kansloos.”

Deze constatering was de aanleiding voor een onderzoek naar de positie van de architect in het vastgoedproces. De bevindingen werden gepresenteerd in de tentoonstelling Rien Ne Va Plus (Bureau Europa 2009) over de legitimiteit van de architectuur ten tijde van economische crisis, en de publicatie Shifts. Architecture after the 20th century (2012). Het onderzoek vindt niet geheel toevallig ook weerklank van Four Walls and a Roof, de onlangs gepubliceerde gedachten van Reinier de Graaf. De Ru werkte voor de oprichting van Powerhouse samen met De Graaf bij AMO. De Graaf legt in zijn boek haarscherp bloot op welke manieren architecten leven in een zelfgeschapen wereld vol illusies. Waaronder die van de mythe van de onafhankelijkheid van externe krachten.

Op kantoor bij Powerhouse Company, foto Petra van der Ree

We spreken kort over Four Walls. Ik herinner me dat De Graaf in een van de hoofdstukken vertelt hoe OMA door een Engels ontwikkelaarsconsortium genadeloos wordt uitgespeeld. Heel herkenbaar, vind ik, zij het dat ikzelf met veel kleinere projecten te maken had. De Ru deelt De Graafs analyse maar trekt een andere conclusie. De wederzijdse vooroordelen zijn te gemakzuchtig.  Beide, architecten en ontwikkelaars, zijn generalisten en bewegen zich op meerdere vakgebieden, zoals stedenbouw, architectuur en financiën. Het grootste belang van de ontwikkelaar is daarnaast de risicobeheersing, dat is zijn verdienmodel. De architect kan daarbij de strategische partner zijn, of een hindernis. Voorwaarde voor een wederzijds vruchtbare samenwerking is de wil om de intrinsieke belangen van de ander werkelijk te begrijpen, aldus De Ru. Vastgoedontwikkelaar én architect hebben dus baat bij een strategisch bondgenootschap.

Een buitengewone bondgenoot
Gevolg van deze conclusie was dat De Ru samen met ontwikkelaar Niels Jansen een ontwikkelbedrijf oprichtte, RED Company. RED Company en Powerhouse Company zijn twee juridisch van elkaar gescheiden bedrijven, met de persoon van De Ru als schakel. Jansen en De Ru beoordelen samen de risico’s en werken de businessplannen uit. In bedrijfskundige termen is dit een groeistrategie gericht op de verbreding van diensten, herinner ik me van mijn lessen bedrijfskunde.
De projecten zijn duur en de gebouwen opvallend – met een reden. Het bedrijf combineert de verbreding met de focus op één doelgroep: de exclusieve en kapitaalkrachtige (internationale) belegger die financiële en strategische winst ziet in hoogwaardig vastgoed en die een lange termijn visie combineert met spectaculaire architectuur. “De wereld van finance is verknocht aan architectuur.” De strategische visie blijkt te werken, RED Company en Powerhouse Company werken momenteel aan de hoofdkwartieren van Asics en Danone.

De essentie van het architect-zijn
Powerhouse Company werkt niet exclusief samen met RED Company. “Wij onderscheiden drie verschillende soorten opdrachtgevers,” vertelt De Ru, “die verwachten elk totaal iets anders van de architect.” Het eerste opdrachtgeversprofiel, de vermogende particulier, zoekt een architect met een sterke persoonlijkheid, iemand die desnoods het hele concept nog een keer omgooit om iets te bedenken dat nog beter aansluit op de specifieke vraag. De tweede, de commerciële opdrachtgever, wil daarentegen een soepel proces bij de gemeentelijke instanties en een efficiënt ontwerp- en realisatieproces. “Geen gezeik, geen verhandelingen over Architectuur.” Continu contact met de directeur werkt averechts, to-the-point besprekingen met de technische ontwerpers pakken vele malen beter uit, aldus De Ru. Ook deze uitspraak vind ik opmerkelijk. Zelf heb ik namelijk steeds geprobeerd mijn commerciële opdrachtgevers enthousiast te maken voor ‘het concept’. Niet altijd met succes.

Op kantoor bij Powerhouse Company, foto Petra van der Ree

Openbare opdrachtgevers, het derde profiel, zijn volgens De Ru juist op zoek naar visie en potentieel voor de locatie en haar omgeving. Inherent daaraan zijn vaak langdurige beslissingstrajecten. Powerhouse Company richt nu haar pijlen op het verwerven van openbare opdrachten. De langdurige beslissingsprocessen vragen van de architect een werkwijze die voor De Ru eigenlijk minder vanzelfsprekend voelt. “Ik ben te ongeduldig.” Maar juist daarom wil De Ru meer aan openbare opdrachten werken: “Het meest leer je van zaken die je niet kunt.” Deze instelling en de durf die eruit spreekt zijn vast ook redenen waarom dit bureau van drie medewerkers in 2008 is gegroeid naar 90 medewerkers in 2018.

De volgende uitdaging
Hoe ziet hij zijn rol als architect? ”De helft van mijn werktijd ben ik ontwikkelaar en de andere helft architect.” In de derde helft van zijn tijd ontwerpt hij nog steeds onalledaagse details zoals in de beginfase van Powerhouse, maar die nu door het eigen ingenieurs- en consultingbureau PCCE verder worden uitgewerkt. ‘Ik ben een omnivoor’, zegt De Ru van zichzelf. Zijn voorbeelden zijn Hugh Maaskant en Eero Saarinen, architecten die volgens hem diverse belangen met elkaar konden verbinden. Ze konden authentieke, of dienstbare, of verleidelijke ontwerpen maken en wisten feilloos wanneer welke rol van ze gevraagd werd. “In deze kunde is de essentie van de architect verborgen.”
“Wanneer je kijkt naar de echt bijzondere gebouwen in een stad, hebben deze drie constanten: een bevlogen opdrachtgever; een goede architect; én een opdrachtgever die eigenaar bleef van het gebouw.” De volgende stap zou daarom het beheer van een zelf ontwikkelde en ontworpen gebouw kunnen zijn, om te begrijpen wat veroudering van een gebouw betekent in de vastgoedcyclus. Gebouwbeheer als toekomstige groeistrategie: de volgende holding. Powerhouse Company – what’s in a name.

Op kantoor bij Powerhouse Company, foto Petra van der Ree

Powerhouse Company, de feiten:
2005: oprichting architectenbureau
2013: oprichting ingenieursbureau PCCE
2015: oprichting ontwikkelbedrijf RED Company

Aantal medewerkers 2008: 3
Aantal medewerkers 2018: 90
Aantal directieleden 2008: 1
Aantal directieleden 2018: 1 grootaandeelhouder, 7 partners en associates

Hét hoofdaandachtsgebied 2008:
Analyse van de kwetsbare en afhankelijke positie van de architect. Resultaat: ongevraagde ontwerpen op maat, die een-op-een (anders dan prijsvragen) aan de potentiële opdrachtgever voorgelegd werden.
Hét hoofdaandachtsgebied 2018:
Ontwikkeling van buitengewone details, in eerste instantie voor voor ‘high-end’ villa’s, vervolgens doorontwikkeld voor bv. kantoorgebouwen en stations.