Recensie —

Achter de schermen van goede bedoelingen

Paoletta Holst

Met de vraag hoe we kennis over wat er zou moeten veranderen, kunnen omzetten in daadwerkelijke verandering, wil de IABR zich in de voorhoede van het onderzoek naar het klimaatvraagstuk positioneren. Zij schiet daarmee de Nederlandse en Vlaamse overheden, die voorlopig nog weinig aanstalten maken de gestelde klimaatdoelstellingen om te zetten in beleid, te hulp. Maar is dit wel de taak van een architectuurbiënnale?

IABR The Missing Link, tentoonstelling ‘You Are Here’ in het WTC Brussel – foto Tim Van de Velde

De klok tikt: de aarde verwarmt, het klimaat verandert, de natuurlijke bronnen raken op. We weten het allemaal, maar doen er vooralsnog bijster weinig aan. Er zijn afspraken gemaakt, dat wel. De Sustainable Development Goals (SDGs) van de Verenigde Naties en het Klimaatverdrag van Parijs. Maar hoe kunnen deze afspraken omgezet worden in daadwerkelijke actie? En belangrijker, welke rol kan de architectuur daarbij spelen? Bij vele mensen heerst een soort gelatenheid. De klimaatproblematiek en de opgave hier iets aan te doen lijkt te groot en abstract; ze overstijgt de invloedssfeer van persoonlijke en kleinschalige initiatieven. De Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR) richt zich daarom in de edities van 2018 en 2020 op The Missing Link tussen de kennis over wat er zou moeten veranderen en de daadwerkelijke verandering. De biënnale wil dit jaar de verbeelding en wilskracht mobiliseren die nodig zijn om verandering in gang te zetten. Ze slaat daarvoor de handen ineen met de Nederlandse en Vlaamse bouwmeesters om via case- en praktijkstudies daadwerkelijk een verschil te maken. Want gelukkig weten architecten, ontwerpers en ruimtelijk planners wél van aanpakken. Zij zien zichzelf als degene die per definitie het in- en overzicht hebben en de kennis en kunde om realistische, slimme sociale en ruimtelijke oplossingen aan te dragen. In de woorden van Nederlands rijksbouwmeester Floris Alkemade: “Dit is van oudsher het onderzoeksveld van de ontwerper en ook nu, in deze context, het domein waar alles samenkomt.”

In de eerste plaats ligt de focus van de IABR op de delta van de Lage Landen en de zogenaamde IABR–Ateliers waar veelal door provincies, gewesten en gemeenten geformuleerde opgaven ter hand worden genomen. De voorlopige resultaten en ambities worden getoond in een tweeluik  waarvan een deel te zien is in het HAKA-gebouw in Rotterdam en een deel in het WTC-gebouw in Brussel. De tentoonstelling in het HAKA-gebouw is opgedeeld in verschillende delen die vanuit de verbeelding en ontwerpend onderzoek het klimaatvraagstuk en The Missing Link benaderen. De drie curatoren, Floris Alkemade, Leo Van Broeck (Vlaams bouwmeester) en Joachim Declerck (Architecture Workroom Brussels) hebben verschillende opvattingen over wat The Missing Link is, zo blijkt uit de film die ter introductie van de tentoonstelling wordt getoond. Alkemade doet een oproep op de verbeeldings- en ontwerpkracht van ontwerpers om toekomstvisies te schetsen die de burger en het bedrijfsleven aanzet tot verandering. In het deel ‘De wending’ wordt die verbeelding wel heel erg op de proef gesteld als ik op een verrassende interpretatie van de zondeval stuit: “het is Eva die ons het fruit van de boom van de kennis van goed en kwaad aanbiedt en ons voor de keuze stelt: nemen we de verantwoordelijkheid voor het maken van de beslissende wending?” zo luidt de uitleg.

Van Broeck is concreter. Voor hem draait het om de vraag of de mens wel in staat is om echt een stap terug te doen nu de eindigheid van ons gebruik van de aarde zich begint aan te dienen. Maar is een stap terug wel de stap vooruit? In het deel dat met ‘Wunderkammer’ wordt aangeduid, laat de scenografie van Wouter Klein Velderman en Caroline Ruijgrok ons juist verstaan dat we alle moderne middelen nodig hebben “om met een snel groeiende wereldbevolking een werkelijk duurzame richting in te slaan.” Een grote verzameling uitvindingen, van zonnepanelen en zuinige douchekoppen, tot chocolade van Tony Chocolonely, laat zien dat er al veel gebeurt, maar toont ook aan dat er echt heel veel meer nodig is om aan de klimaatdoelstellingen van 2020 te kunnen voldoen.

IABR The Missing Link, tentoonstelling HAKA-gebouw Rotterdam – foto Aad Hoogendoorn

Voor Declerck kan The Missing Link overbrugd worden door coalities aan te gaan en organisatiestructuren op te zetten die complexe problemen kunnen opsplitsen om zo aan de slag te kunnen met behapbare en concrete vragen voor ruimtelijke transformaties. Het opdelen van The Missing Link in verschillende vragen gekoppeld aan de verschillende IABR-Ateliers is daar een voorbeeld van. In het deel van de tentoonstelling ‘onze toekomst in de Delta, de Delta van de toekomst’ wordt work-in-progress getoond van cassusen zoals Test Site M4H+ en Oost-Vlaams Kerngebied, waar de komende twee jaar aan gewerkt gaat wordt. De vele projecten die in dit deel in de vorm van een poster of maquette een plek krijgen, blijven nu nog enigszins abstract. In dat opzicht is de tentoonstelling You Are Here in het World Trade Center in Brussel aantrekkelijker. Daar getuigen veel projecten van een grote maatschappelijke betrokkenheid en oprechte daadkracht als het gaat om het klimaatvraagstuk.

Aan het begin van de tentoonstelling You Are Here wordt de bezoeker verwelkomt door het gebouw zelf, dat voor de gelegenheid is omgedoopt tot World Transformation Center. Als protagonist van de tentoonstelling kijkt het WTC ‘zelfkritisch’ naar haar verleden en ziet het kansen voor de toekomst. “Ik ben het World Trade Center. Ik sta hier intussen al even. Ik ben ingepland in een wijk die niet altijd van mij is geweest. Om mijn komst mogelijk te maken, werd een hele volkswijk met de grond gelijk gemaakt. […] Ik was het trotse product van een wereld die welvaart zou brengen voor iedereen.” Paradoxaal genoeg moeten we radicaal veranderen als we die welvaart willen behouden. Nu komen voorstellen voor verandering met name van mensen die denken dat zij een kant en klare oplossing voor het klimaatprobleem paraat hebben, zo stellen de curatoren. Dit wordt verbeeld in een geluidsinstallatie bestaande uit zeven speakers met geluidsfragmenten van o.a. Hilary Clinton en Donald Trump, Paus Franciscus, Slavoj Žižek, Barack Obama, en Bruno Latour. Het tweede deel van de tentoonstelling moet tegenwicht geven aan de grootse politieke en filosofische voorstellen van deze mensen. Rotor werkt met de website https://opalis.be/nl aan de circulaire stad door een netwerk van handelaars in tweedehands materiaal op te zetten; en socioloog Mathieu Berger werkt in een interdisciplinair team aan de sociale dimensie van architectuur. In actiegerichte projecten stelt hij vragen over de wijze waarop Brussel zich ontwikkelt. Hij discussieert met bewoners en werkt via een maquette aan ideeën en inzichten die hun wijk kunnen veranderen.

De Noordwijk vormt één van de zestien concrete maatschappelijke veranderingstrajecten voor Brussel, Vlaanderen en de Delta van de Lage Landen die op de 23ste verdieping van het WTC gepresenteerd worden en waaraan gedurende de tentoonstelling verder gewerkt wordt. Het WTC gebouw werd in de jaren 1960 gebouwd als deel van een internationaal zakencentrum. “12.000 mensen werden hiervoor hun huis uitgezet. Vandaag staat 10% van de kantoren leeg, is er nauwelijks stedelijke dynamiek en vormen de lege straten ’s nachts het decor van een spookstad,” aldus de brochure. Een verzameling documenten, foto’s, films, affiches en tekeningen toont deze geschiedenis. Zo is er de prachtige film ‘Manhattan, Brussels’ (2014) van Kwinten Gernay over boxer Joseph ‘Kid’ Davidt die opgroeide in de Noordwijk. Terwijl hij droomt over het wereldkampioenschap boxen, dromen een projectontwikkelaar en de schepen van Openbare Werken over een Manhattan in Brussel. Nu, vijftig jaar later, lopen de huurcontracten af, zijn de torens verouderd en trekken steeds meer gebruikers weg. Architectuurstudenten van Sint-Lukas, die een plek op de 24ste verdieping kregen, en bureaus als 51N4E en Architecture Workroom Brussels (AWB), die ook in de toren werken, zien juist kansen. Tekeningen tonen hoe de Noordwijk met het Noordstation ideaal ontsloten is, en hoe leegstand kansen biedt voor nieuwe vormen van gebruik. Maar voor wie, dat blijft onduidelijk. In elk geval niet voor de transmigranten in het Maximiliaanpark aan de voet van de toren. Zij zijn de grote afwezigen in deze tentoonstelling (met uitzondering van die ene kritische bijdrage van Wim Cuyvers), ook al is hun aanwezigheid deels aan klimaatveranderingen te wijten.

IABR The Missing Link, tentoonstelling ‘You Are Here’ in het WTC Brussel – foto Tim Van de Velde

Vooralsnog liggen de kansen vooral bij de bureaus zelf. 51N4E en AWB hebben de krachten gebundeld met Up4North (een vereniging zonder winstoogmerk, in het leven geroepen door een groep belanghebbende vastgoedconcerns) en zo hun betrokkenheid bij de toekomstige ontwikkelingen van de wijk verzekert. En dit is precies waar de ongemakkelijke verwarring ontstaat die deze biënnale bij mij oproept: kijk ik nu naar het werk van curatoren die de ontwikkelingen bevragen en onderzoeken? Of worden die ontwikkelingen door hen vormgegeven en gestuurd? Welke belangen spelen hier nu eigenlijk? De verwarring groeide bij de constatering dat AWB —en dus Declerck als betrokken curator— in beide tentoonstellingen een flink aantal van haar eigen projecten presenteert. De strategie van AWB om coalities en organisatiestructuren op te zetten om complexiteit op te breken en te verhelderen, maakt hun eigen positie in dit alles des te diffuser.

De benoeming van Alkemade, Van Broeck en Declerck tot de curatoren voor twee IABR edities is in die zin problematisch omdat het hen en het IABR zelf, zo blijkt, in een dubieuze positie plaatst. Als organisatie leunt het IABR nu dicht tegen het centrum van nationale/gewestelijke en politieke besluitkracht, wat het mogelijk maakt om ideeën en voorstellen die ontwikkeld worden sneller een weg te laten vinden naar politici en beleidsmakers —kritische vragen over de relevantie van de IABR verstommen. Tegelijkertijd wordt het lastig om diezelfde politici en beleidsmakers te bekritiseren. Want hoe komt het eigenlijk dat de overheden zo traag in actie schieten als het gaat om het halen van de gestelde klimaatdoelen? Het is natuurlijk mooi dat het IABR te hulp schiet met het op gang brengen van de denkomslag die daarvoor nodig is en zelfs de ambitie heeft om ontwikkelde ideeën in praktijk te brengen, maar is het de taak van een architectuurbiënnale om  —als cultuurplatform—overheden te hulp te schieten?

De inzet van de biënnale is nu verschoven van een architectuur- en cultuurkritisch onderzoeksplatform naar een praktijkgerichte werkplaats waar instrumenten worden ontwikkeld die de transitie naar een duurzame toekomst in gang kunnen zetten. En, kennelijk, is het belang om aan de voorhoede van die toekomstontwikkelingen te staan groot. Elk van de Ateliers en onderzoekscasussen streeft naar een realistisch en potentieel inzetbaar resultaat, waardoor verbeelding —in dit geval verder en anders denken— steeds meer naar de achtergrond verdrongen wordt. Is het niet de taak van de architectuurcultuur om te bevragen, bekritiseren, aanvullen en herdenken? Laat de IABR zich gebruiken, of gebruikt zij haar politieke coalitie? En wat levert het op? Over twee jaar zullen we het definitief weten.