Recensie —

Donker met een roze randje

Marina van den Bergen

Work, Body, Leisure, de bijdrage in het Nederlandse paviljoen tijdens de architectuurbiënnale van Venetië heeft urgentie. Het toont de ontwrichtende werking die de automatisering van werk heeft op onze manier van leven en hoe architectuur een subtiel tegenwicht kan bieden.

Work, Body, Leisure – foto ArchiNed familiealbum

Lang geleden was er eens een land dat in een groot deel van de wereld bekend stond als gidsland. Een land waar ruimte was voor experiment, waar uit nieuwsgierigheid vernieuwing plaats vond. Waar de overheid woningbouwprojecten stimuleerde waarin architecten nieuwe typologieën en woningplattegronden konden ontwikkelen. Een land waar, in ieder geval in theorie, niemand werd uitgesloten, men met architectuur en stedenbouw probeerde een inclusieve samenleving te stimuleren, en waar het liedje ‘15 Miljoen Mensen‘ het nieuwe volkslied leek te worden. Een land waar de bewoners soms producten boycotten omdat deze uit landen kwamen met dictatoriale regimes, of uit landen waar rassenscheiding politiek beleid was.

Dat land is onherkenbaar veranderd. Stad en land vervreemden van elkaar. De inmiddels 17 miljoen inwoners vormen geen moksi meti maar behoren tot groepen die elkaar soms grondig naar het hart staan. Inspraak wordt met zeggenschap verward. En als iemand zich niet gerepresenteerd voelt in zoiets als een nieuwe dorpsfontein of het Nederlandse paviljoen in Venetië, vliegen er blauwe vogels over die een akelig schel kwetteren.
Hoe ga je als cultureel instituut voor architectuur, design en e-cultuur (alias Het Nieuwe Instituut) anno 2018 om met het gegeven van een nationaal paviljoen op een architectuurbiënnale in den vreemden? Het antwoord van Het Nieuwe Instituut: een hele goede tentoonstelling maken, over een onderwerp dat iedereen aangaat én trouw blijven aan een ongeschreven, zelfopgelegde taak: de notie van een inclusieve samenleving te onderzoeken en bevragen.

De inzending voor de architectuurbiënnale in het Nederlandse paviljoen is rijk, gelaagd, visueel aantrekkelijk én urgent. Work, Body, Leisure toont hoezeer de automatisering van werk ons leven heeft veranderd en zal blijven veranderen. Op elegante wijze wordt met 12 ‘verhalen’ ingegaan op de ontwrichtende werking die deze ontwikkeling heeft op onze manier van leven: op ruimtelijke configuraties en de wijze waarop het menselijk lichaam wordt beschouwd. De tentoonstelling heeft geen vast begin, noch een echt einde, de ‘verhalen’ kunnen onafhankelijk van elkaar bekeken worden. Het is het ideale tentoonstellingsformat voor de hedendaagse postmoderne, dolende (swipende) mens.

foto Italo Rondinella

Work, Body, Leisure is inclusief. Een deel van de projecten die in het paviljoen te zien zijn, werden na een open call door curator Marina Otero Verzier, hoofd onderzoek bij Het Nieuwe Instituut, en haar team geselecteerd. Er is gekozen voor projecten die het grote verhaal verduidelijken en niet per definitie voor projecten met een duidelijk aanwijsbare ruimtelijke component. Zo kan men luisteren naar Songs for Hard Working People van Noam Toran, Florentijn Boddendijk en Remco de Jong, een speciaal voor de tentoonstelling gecomponeerd elektronisch muziekstuk, geïnspireerd op arbeidersliederen uit de 19e en 20e-eeuw. Het stuk is zo geprogrammeerd dat het zonder in herhaling te vervallen eeuwig door kan blijven spelen.

De Nederlandse bijdrage is geglobaliseerd, net als het echte leven. Door automatisering en digitalisering verdwijnen er niet alleen banen, er worden ook nieuwe gecreëerd. In Renderlands : Installatie geeft Liam Young de werknemers van bedrijven in India waar games worden gerendered het woord en daarmee een ‘gezicht’. Werknemers die misschien ook wel renderen voor de zo bejubelde en rijkelijk van subsidies voorziene Nederlandse game-ontwikkelaars. Het beeld dat Young schetst van de werkomstandigheden in deze zogenaamde renderfarms stemt somber en verdient geen andere kwalificatie dan uitbuiting en neokolonialisme.

De impact van de automatisering van werk op het menselijk lichaam wordt onder meer verbeeldt in The Institute of Patent Infringement. Matthew Stewart en Jane Chew onderzochten de patenten die Amazon heeft gedeponeerd. Patenten voor de automatisering van zo veel mogelijk handelingen waardoor de nog noodzakelijke menselijke inbreng zodanig wordt ingeperkt dat het lichaam op lijkt te gaan in de robots waarmee wordt gewerkt.
Automatisering hoeft trouwens niet altijd direct de oorzaak te zijn van de ontmenselijking van het lichaam. Denk bijvoorbeeld aan sekswerkers, of aan de medewerkers van een ‘alternatieve’ koffietent als Lebkov & sons die acht uur moeten staan en niet even mogen zitten omdat de klanten dit als slordig zouden ervaren.

foto Daria Scagliola

Ooit leefden bij sommigen de overtuiging, of in ieder geval de wens, dat de mens bevrijd zou worden van de ketens van arbeid. Dat een 24-urige werkweek – max. – voor iedereen in het verschiet lag. Vrijheid, gelijkheid en vrije tijd. In plaats daarvan is 40 uur per week de norm en kwam Nederland in de top van landen met de hoogte arbeidsproductiviteit Door de toenemende automatisering van arbeid is het lonkende perspectief van veel vrije tijd weer actueel. Alleen is dit roze toekomstperspectief uit het verleden vervangen door een zwarte. In de nieuwe neoliberale wereld definieert werk wie we zijn. Geen werk hebben betekent verlies van identiteit, en vaak ook van inkomen. “The human figure rarely appears in the images of New Babylon“, schrijft Mark Wigley in zijn verrassend donkere herlezing van Constants New Babylon.

De vraag of werk vergaand geautomatiseerd moet worden is, vrees ik, een gepasseerd station en het is een open deur om te stellen dat automatisering en digitalisering zorgen voor de verandering van onze directe leefomgeving. Juist dáárom moeten we nadenken over ruimtelijke, sociale, economische en politieke impact van deze onafwendbare ontwikkeling op onze samenleving. Hoe wensen wij, dus ook u, hiermee om te gaan? Welke positie neemt u in? Interactie met mensen buiten onze bubbel(s) reduceren we steeds vaker tot het minimum. Ook dit aspect van technologische vernieuwing wordt in Work, Body, Leisure op een bijna terloopse manier geagendeerd in de vorm van een ruimtelijke interventie. In de oranje gekleurde centrale ruimte van het paviljoen zorgt een wand met lockers voor een zachte interactie tussen bezoekers. Het is een verrassing wat zich achter de lockerdeurtjes bevindt. De ene keer is het een object, soms een doorkijkje naar de ruimte erachter, soms vormt het deurtje de toegang tot een kamer, of bevindt zich op de achterzijde van het deurtje een tekstpaneel dat op het zelfde moment door iemand in de aangrenzende kamer gelezen wordt. Het lijkt misschien wat flauw, maar door deze installatie moeten vreemden zich steeds weer tot elkaar verhouden.

De kwaliteit van de afzonderlijke ‘verhalen’ maakt natuurlijk niet automatisch dat het geheel ook goed is. Maar bij Work, Body, Leisure is dat wel gelukt: door de keuze van de bijdragen die elkaar versterken, de ingetogen vormgeving, en de heldere leesbare teksten. Het is te hopen dat de tentoonstelling na afloop van de biënnale te zien zal zijn in Rotterdam en aanleiding zal geven tot vurige debatten, en wie weet zelfs tot veranderingen. Zelf kunt u vandaag nog in actie komen door zo min mogelijk online te kopen – en al helemaal niet bij Amazon – en de zelfscankassa’s links te laten liggen. Een inclusieve samenleving maken wij immers met elkaar.