Urban TV —

TV Serie over Francine Houben

Wies Sanders

Na Rem Koolhaas is Francine Houben de meest gefilmde Nederlandse architect op dit moment. Nu zelfs met een vierdelige serie met een focus op haar bibliotheken.

Francine Houben / bron AVROTROS/ foto Harry Cock

In de vierdelige reeks Francine Houben, een Hollandse architect met wereldsucces wordt Houben tijdens werk- en privé-momenten in onder andere Rotterdam, New York, Boston, Limburg en Taiwan gevolgd. Bijvoorbeeld als ze tussen het reizen weer even thuis is in haar zelfontworpen huis in Rotterdam. Naast de successen zijn er ook tegenslagen: een valpartij, een hersenschudding en de stress die komt kijken bij het leiden van een groot bedrijf in combinatie met het ontwikkelen van creatieve ideeën. Laat staan de financiële risico’s die haar megaprojecten komen kijken, het voor je winnen van internationale stakeholders met soms ondoorgrondelijke gebruiken en de onmisbare steun van haar echtgenoot.

De bibliotheek als meesterwerk
Houben maakte revolutionaire en prijswinnende ontwerpen voor de bibliotheken van onder andere de Technische Universiteit Delft en Birmingham. De BBC riep diezelfde bibliotheek in Birmingham in 2014 zelfs uit tot het beste gebouw van Engeland. En in de Amerikaanse pers wordt Houben al de ‘Library Whisperer’ genoemd. Dankzij een aantal prestigieuze opdrachten werd ze met haar architectenbureau Mecanoo een van de bekendste architecten ter wereld.

De aflevering van 12 juli over de New York Public Library is hier online te zien.

De aflevering van 19 juli over het Bruce C. Bolling gebouw o.a. de competitie over een multifunctioneel gebouw op een pier in Boston is hier online te zien.

Donderdag 26 juli om 22.45 uur is aflevering 3, het gaat inmiddels over van alles en nog wat, de focus op 1 project, zoals in aflevering 1, is helaas wat losgelaten.

Naar aanleiding van de eerste aflevering – die ik persoonlijk prima het aankijken waard vond – heeft het NRC de vraag gesteld of een onafhankelijke documentaire mogelijk is als het architectenbureau zelf als producent betrokken is. Het antwoord is toch eenvoudig? Een documentaire heeft altijd inhoudelijke kritiek en zelfrelativering nodig om echt interessant te zijn, of een producent nu wel of niet zelf lijdend onderwerp is van de film. Dus als dat erin zit, dan wek je daar geen enkele twijfel over, zoals de bekroonde documentaire Het Nieuwe Rijksmuseum genoeglijk mag aantonen.